www.sp.nl

Homepage SPSP.nl
SP :: Publicaties :: Spanning

Spanning • april 2005

Bestuurlijke vernieuwingstip:

Politici niet anders kiezen, maar eerder wegsturen

Bestuurlijke vernieuwing gaat tot nu toe vooral over hoe we mensen kiezen. Veel belangrijker is dat we falende bestuurders wegsturen, meent senator Ronald van Raak.

Tekst: Ronald van Raak

Een maand geleden struikelde Thom de Graaf in de Eerste Kamer over de burgemeester. De SP hield samen met PvdA en GroenLinks een grondwetswijziging tegen die de weg moest vrijmaken voor een rechtstreeks gekozen burgemeester, een voorstel waar buiten D66 niemand op zit te wachten. De grondwetswijziging zou de door de gemeenteraad gekozen burgemeester, die de voorkeur heeft van nagenoeg alle andere partijen, onmogelijk maken. Eerder hadden CDA en VVD in de Tweede Kamer al geruisloos het voorstel voor de invoering van kiesdistricten van tafel geveegd. De Graafs opvolger Alexander Pechtold mag opnieuw onderzoek gaan doen naar bestuurlijke vernieuwingen, zoals de gekozen burgemeester en minister-president, een nieuw kiesstelsel voor leden van de Tweede Kamer, en het functioneren van de provincies en de Eerste Kamer.

De onvrede over de politiek blijft groeien. Zo blijkt bijvoorbeeld uit een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) naar Culturele veranderingen in Nederland, dat op 29 maart verscheen: in 2000 was nog 65 procent van de bevolking tevreden over de overheid, in 2002 was dit gedaald tot 32 procent. Ook de toekomst belooft weinig goeds. Het politieke bewustzijn van mensen neemt toe, stelt SCP-directeur Paul Schnabel in In het zicht van de toekomst. Volgens hem mogen we echter niet verwachten dat dit leidt tot meer betrokkenheid. Meer kennis over de politiek zal vooral aanleiding zijn voor nóg meer cynisme.

Tijdens lezingen en debatten hoor ik vaak klachten over politici, maar zelden over de manier waarop zij gekozen worden. De eenzijdige aandacht voor hoe mensen worden gekozen, leidt de aandacht af van een veel zwakkere plek van onze democratie: het ontbreken van publieke verantwoording. Mensen willen vooral weten of de eenmaal gekozen bestuurders hun werk goed doen. Graag wil ik minister Pechtold enkele gratis tips meegeven voor zijn onderzoek naar bestuurlijke vernieuwingen. Maar bovenal wil ik hem vragen om zijn aandacht niet alleen te richten op hoe we politici kiezen. Veel belangrijker is hoe we falende bestuurders weer kunnen wegsturen.

Bestuurlijke vernieuwing vooral een liberaal project

De grootste pleitbezorgers van bestuurlijke vernieuwingen zijn te vinden bij D66 en de VVD. Vooral liberalen roepen om meer directe democratie.

Dat is historisch wel te verklaren. Liberale partijen zijn traditioneel minder goed georganiseerd dan Christen-democraten of socialisten. Dat heeft te maken met de emancipatietaak van deze partijen: antirevolutionairen kwamen op voor de christelijke ‘kleine luyden’en socialistische partijen gaven de arbeiders een stem. Voorstanders van bestuurlijke vernieuwingen zeggen dat burgers tegenwoordig heel anders zijn dan vroeger. Veel mensen zijn hoger opgeleid en beter geïnformeerd. Zij voelen zich ook minder verbonden met politieke partijen. De toekomst zou zijn aan mediagenieke individuen, zoals Pim Fortuyn, Wouter Bos en Geert Wilders.

Hebben liberalen gelijk als zij stellen dat het in de politiek vooral draait om personen en dat partijen uit de tijd zijn? En moeten ook socialisten daarom minder belang gaan hechten aan parlementen? Ik denk van niet. Het is mooi als mensen hun burgemeester kunnen kiezen, maar wat schieten we ermee op als daardoor de invloed van de gemeenteraad minder wordt? Hetzelfde geldt voor een direct gekozen minister-president, die zich veel onafhankelijker kan opstellen tegenover de Tweede Kamer. Wat winnen we met het kiezen van personen, die verbonden zijn aan één politieke richting, als dat ten koste gaat van de parlementen, die wél de vele kleuren en smaken van het volk vertegenwoordigen?

Directe democratie veronderstelt bovendien dat mensen voortdurend bezig zijn met de politiek. Ik ken weinig mensen die belangstelling hebben voor álle politieke besluiten. En dat is ook niet erg. Volgens mij mogen kiezers zich gelukkig prijzen dat zij niet over élke wet die het parlement passeert een mening hoeven te hebben. Dat kunnen zij overlaten aan de vertegenwoordigers die zij daartoe hebben aangewezen. Als deze politici echter problemen uit de weg gaan, of als zij standpunten innemen die strijdig zijn met die van hun kiezers, dán moeten mensen hun stem laten horen.

Wie controleert de controleurs?

Volksvertegenwoordigers moeten het kabinet, de gedeputeerde staten en het college van B & W controleren. Maar wie controleert de controleurs? Mensen moeten ingrijpen als zij vinden dat politici hun werk niet goed doen. De SP heeft een rijke traditie om gekozen politici te corrigeren, door het schrijven van opiniestukken, het houden van enquêtes en het voeren van protestacties. Ook het referendum kan een manier zijn voor het volk om falende vertegenwoordigers te corrigeren. Een volksraadpleging kan worden georganiseerd door het kabinet, of door de Tweede Kamer, zoals het referendum over de Europese Grondwet. Dit is eigenlijk in strijd met de vertegenwoordigende democratie: op deze manier schuiven volksvertegenwoordigers de verantwoordelijkheid voor de besluitvorming van zich af.

Het wordt echter anders wanneer de bevolking zélf het initiatief neemt. Zowel nationaal, provinciaal als lokaal is een correctief wetgevingsreferendum een welkome aanvulling op de vertegenwoordigende democratie. Een volksraadpleging is echter wel iets anders dan een normale verkiezing. Een referendum is niet alleen een strijd tussen partijen, maar vooral tussen belangengroepen, met vaak zeer uiteenlopende macht en middelen. Het referendum over de Europese Grondwet leert hoe belangrijk het is dat voor- en tegenstanders kunnen beschikken over vergelijkbare campagnebudgetten en dat duidelijke regels worden opgesteld voor sponsoring.

Bestuurders moeten gekozen worden. Maar door wie?

Bijna alle politieke partijen zijn het er over eens dat de burgemeester en de commissaris van de koningin niet langer benoemd, maar gekozen moeten worden. Hetzelfde geldt voor de kabinetsformateur, die nu wordt benoemd door de koningin. Rechtstreekse verkiezing van deze bestuurders ondermijnt echter de positie van de parlementen. Als zowel de minister-president én de Tweede Kamer rechtstreeks worden gekozen, kunnen zij zich allebei direct beroepen op de kiezers. Onduidelijk is dan wie het laatste woord heeft. Hetzelfde geldt op provinciaal niveau voor de commissaris en de provinciale staten en in de gemeenten voor de burgemeester en de gemeenteraad. Natuurlijk kan formeel worden vastgelegd dat de parlementen de bestuurders naar huis kunnen sturen, maar dat zou betekenen dat meer of minder betekenis wordt toegekend aan dezelfde stem van de kiezers.

Er is echter een mooie democratische uitweg uit dit dilemma. Als de gemeenteraad de burgemeester kiest, de provinciale staten de commissaris kiezen en de Tweede Kamer de minister-president, hebben we overal gekozen bestuurders én wordt tegelijk de positie van de volksvertegenwoordigingen versterkt. De indirect gekozen burgemeester kan vervolgens een college vormen met wethouders, die afkomstig moeten zijn uit de raad. Dit voorkomt dat het lokale bestuur wordt bevolkt door rondreizende gemeentemanagers en haalt de scherpe kanten af van de dualisering tussen college en raad, die in veel gemeenten heeft geleid tot bestuurlijke problemen. De Tweede Kamer kan in een open debat de kabinetsformateur kiezen, die vervolgens minister-president wordt.

Wat is er mis mee, dat partijleden de kieslijst bepalen?

De plannen van De Graaf voor de invoering van kiesdistricten zijn van de baan. De nieuwe minister Pechtold gaat echter alsnog de mogelijkheden onderzoeken om ons kiesstelsel te vernieuwen. Met dit stelsel is echter niet zoveel mis: het is eenvoudig (mensen hebben één stem), eerlijk (elke stem telt) en toegankelijk (de kiesdrempel is laag). Een veelgehoorde klacht is wel dat veel Kamerleden niet zélf worden gekozen, maar ‘op de slippen van de lijsttrekker’in de Kamer komen. En dat niet de kiezers, maar de partijleden de kieslijst bepalen. Ik vraag me af of dat zo erg is. Partijen zijn niet alleen geïnteresseerd in goede personen, maar vooral in goede fracties. Er moeten bijvoorbeeld financiële, juridische of staatsrechtelijke specialisten op de lijst staan. Ook kan er een behoefte zijn om voldoende vrouwen, jongeren en minderheden op de lijst te zetten.

Partijen kunnen goede redenen hebben om mensen op een kieslijst te zetten. Maar moeten kiezers de volgorde dan maar kritiekloos accepteren? In België hebben ze een elegante oplossing gevonden voor dit probleem: kiezers stemmen óf op de lijst, óf op één van de kandidaten. Partijen kunnen hun kiezers een evenwichtige lijst voorleggen, met het in hun ogen gewenste evenwicht tussen bijvoorbeeld sekse, etniciteit en –hopelijk vooral –kwaliteit. De kiezer hoeft deze keuze echter niet kritiekloos te volgen en kan via voorkeurstemmen de samenstelling van de fractie beïnvloeden.

De huidige provincies zijn zowel te groot als te kleinMinister Pechtold wil ook het functioneren van het provinciaal bestuur onderzoeken. Op de huidige provincies is veel kritiek. Ze zijn eigenlijk te groot én te klein. Vanuit het perspectief van het lokaal bestuur zijn de provincies vaak te groot. Vooral rondom de grote steden is niet zozeer behoefte aan provincies, maar aan bestuursregio’s, waarin gemeenten samenwerken. In Europees perspectief zijn de provincies eigenlijk te klein. In de ons omringende landen is het middenbestuur veel groter, waardoor gebieden bijvoorbeeld een krachtiger lobby kunnen voeren in Brussel. Misschien is het goed om provincies samen te voegen in een viertal ‘landsdelen’, die in Europa kunnen wedijveren met de Duitse Länder en de Belgische gemeenschappen.

Hervorming van de provincies heeft ook gevolgen voor de Eerste Kamer, die immers wordt gekozen door de leden van de provinciale staten. De Senaat moet beoordelen of voorstellen grondwettelijk, deugdelijk en uitvoerbaar zijn. In de Tweede Kamer worden vaak politieke compromissen gesloten die de helderheid van de wetgeving niet altijd ten goede komen. De Eerste Kamer kan een door de Tweede Kamer goedgekeurde wet echter niet meer wijzingen, maar alleen afkeuren. Dat is een zwaar middel, dat zelden wordt gebruikt. Eigenlijk zou de Tweede Kamer zélf veel beter moeten letten op de kwaliteit van de wetten. Hier kunnen we leren van Finland, waar kiezers één parlement kiezen, maar een deel van de Kamerleden extra toeziet op de kwaliteit van de wetgeving.

Het verschil tussen positieve en negatieve politiek: de rol van eigenbelang Politiek is een machtsstrijd, waarin belangen botsen. Kun je verwachten dat politici deze strijd op een eerlijke manier voeren?

Volgens Aristoteles wel. Hij maakte een onderscheid tussen een ‘negatieve politiek’, waarin bestuurders zich laten leiden door eigenbelang, en een ‘positieve politiek’, waarbij politici het algemeen belang voor ogen houden. Democratie is voor Aristoteles een negatieve staatsvorm, zolang mensen zich in hun keuzes laten leiden door scepsis en eigenbelang. Een positieve politiek is alleen mogelijk als politici de belangen van de gemeenschap voorop stellen. Een negatieve politiek kan voorkomen worden als politici eerlijk zijn, verantwoording afleggen en beginselvast zijn.

Eerlijkheid

De democratie staat of valt met het vertrouwen dat mensen hebben in hun bestuurders. Ondoorzichtige besluiten (over de Betuwelijn), besluiten zonder draagvlak (over de euro) en regelrechte leugens (over de oorlog in Irak) tasten dit vertrouwen aan. Bovendien is het openbaar bestuur de afgelopen jaren opgeschrikt door fraudes, in de bouw, in het HBO, bij het UWV en op de ministeries. Minister Pechtold zou een grote stap vooruit maken in de bestuurlijke vernieuwing als hij met voorstellen komt om fraude in het openbaar bestuur te bestrijden.

Daarbij kan de minister aansluiten bij een aantal voorstellen van de SP, zoals een spreekplicht én een goede klokkenluiderregeling voor ambtenaren die weet hebben van fraude of corruptie. En een nationale coördinator fraudebestrijding (een ‘fraudetsaar’), die moet toezien op fraude bij de verschillende departementen. Om mogelijke belangen van bestuurders bloot te leggen is het goed als zij meer openheid geven over hun nevenfuncties en neveninkomens. Om een goede informatievoorziening te bevorderd zou het goed zijn als bewindslieden die de Kamer opzettelijk misleiden strafrechtelijk worden vervolgd. Het is niet goed als Kamerleden en bewindslieden ál te nauwe banden onderhouden met een sector, zoals de ministers van Verkeer en Waterstaat Kroes, Jorritsma en Peijs, die alledrie afkomstig zijn uit de bouw- en transportwereld.

Verantwoording afleggen

Een groot probleem in de Nederlandse politiek is dat politici die slecht presteren niet worden weggestuurd. De Maastrichtse criminoloog Grat van den Heuvel, die onderzoek deed naar de bouwfraudes, noemde Nederland in Binnenlands Bestuur van 10 september 2004 een ‘collusieparadijs’. Collusie is een ‘heimelijke verstandhouding’tussen bestuurders, volksvertegenwoordigers, ambtenaren en adviseurs, die gemeenschappelijke netwerken onderhouden, snel van stoelen wisselen en elkaar de hand boven het hoofd houden. Deze stoelkleverij bevestigt het beeld dat mensen hebben van een ontoegankelijke Haagse kliek, die niet bestuurt voor het algemeen belang, maar vooral opkomt voor het de eigen belangen.

Van den Heuvel verbaasde zich hoe bestuurders en ambtenaren ongestraft kunnen wegkomen met evidente fouten, die de gemeenschap vele miljoenen kosten. Dat geldt ook voor Tweede-Kamerleden. Een parlementaire commissie onder leiding van Adri Duivesteijn deed recentelijk onderzoek naar het Betuwelijnschandaal, maar was opvallend mild over de rol van Kamerleden, die toch een grote verantwoordelijkheid dragen voor de slechte besluitvorming. Het zou goed zijn als dergelijke onderzoeken niet door Tweede-Kamerleden zélf worden gedaan, maar door onafhankelijke deskundigen. Ook zou de Eerste Kamer, die de Tweede Kamer moet controleren, meer gebruik kunnen maken van haar recht van onderzoek en enquête.

Beginselvastheid

In bijna alle partijen klinkt de roep om mensen meer te betrekken bij de politiek. Er zijn denk ik twee manieren om dit te doen. Politici kunnen zich opwerpen als stem van het volk. Dit is een populistische manier van politiek bedrijven, die in Nederland voor het eerst met succes werd gebruikt door Pim Fortuyn. Sindsdien heeft dit populisme veel navolging gekregen, zoals bij Wouter Bos en Geert Wilders. Dit zijn politici die zich laten leiden door de mening van de dag, door hun oor te luisteren te leggen bij de lobbies van belangengroepen en voortdurend een oog te houden op de opiniepeilingen. Deze vorm van politiek maakt kiezers tot consumenten, die hun wensen aan de politiek kunnen voorleggen en mogen hopen dat daar iets mee gebeurt.

Veel beter is het als politici mensen keuzes voorleggen. Dat degradeert mensen niet tot politieke consumenten, maar maakt hen tot echte burgers, die verantwoordelijkheid dragen voor het algemeen belang. Naast populisme is in Nederland opnieuw een ontwikkeling te zien naar een beginselenpolitiek. De PvdA en de VVD hebben nieuwe beginselprogramma’s. Binnen GroenLinks en het CDA wordt volop gedebatteerd over de eigen uitgangspunten. Beginselen maken duidelijk hoe een politicus zal omgaan met toekomstige problemen, die nu nog niet zijn te voorzien. Beginselen kunnen kiezers duidelijk maken waar een partij voor staat en waar zij politici op mogen afrekenen. Fraude moet worden aangepakt, slecht beleid worden afgestraft en kiezers moeten heldere keuzes worden voorgelegd. Dat zijn manieren om te voorkomen dat burgers nóg cynischer worden en om mensen opnieuw vertrouwen te geven in de politiek.


De echte Spanning is natuurlijk veel mooier! SP-leden kunnen zich op Spanning abonneren voor 12 euro per jaar. Niet-leden betalen 25 euro. Vul het aanvraagformulier in!

Delen via sociale media Informatie over delen en sociale media

Blijf op de hoogte

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP:

SP Nieuws
Studio SP
top