Een andere reden voor mijn toespraak hier is dat bij de officiële Troonrede in de Ridderzaal slechts een uitverkoren gezelschap aanwezig mag zijn. Dat gezelschap, met zijn ministers, staatssecretarissen en kamerleden, behoort tot de vijf procent best verdienende inwoners van dit land. Hier, op De Plaats is plek genoeg voor iedereen, en zeker voor de overige 95 procent van de Nederlanders die het met vaak veel minder moeten stellen en die niet in de Ridderzaal mogen terwijl het daar nou juist wel over hun belangen zou moeten gaan.
Leden der Staten Generaal, beste mensen,
Zoals u gezien heeft ben ik hier niet aangekomen in een gouden koets maar in een oude koets. Dat laat maar eens zien dat het niet alles goud is wat er blinkt in dit land.
Maar ik ben de laatste om te ontkennen dat er tegenwoordig heel veel blinkt in Nederland. Het gaat met heel veel mensen heel goed. Laat ik daar eerst iets over vertellen.
Bijvoorbeeld, het aantal miljonairs is dit jaar verder toegenomen. We hebben er nu genoeg om heel Haarlem of Breda mee te vullen. Het wordt onderhand een indrukwekkend grote financiële minderheid. Je zal zien dat ze straks nog subsidie aanvragen om een eigen televisiezender te beginnen. Het begin is er al. Tenminste, de beursberichten die ik dagelijks op televisie zie, zenden ze echt niet voor mij uit. Ik zie liever het weerbericht. Maar Erwin Krol krijgt minder aandacht dan de temperatuur van de Beurs en de hoogte van de AEX-index. Misschien dat het daarom zoveel regent. Ik durf te wedden dat de meeste Nederlanders net als ik niet weten waar AEX voor staat, en niet snappen wat het betekent als dat ding omhoog of omlaag gaat. Volgens mij stijgen de koersen als er mensen ontslagen worden en dalen ze als de lonen omhoog dreigen te gaan. Meer weet ik er ook niet van. Maar voor de mensen met veel aandelen is het vreselijk interessant. En dat zijn er inmiddels een heleboel. Het schijnt dat een op de drie gezinnen tegenwoordig aandelen heeft. Vraagt u dat eens even na bij uw linker- en uw rechter buurman of buurvrouw, als u ze zelf niet bezit.
Het is afgelopen jaar heel goed gegaan met de mensen die al een heel mooi inkomen hadden. Je gelooft je oren niet als je hoort wat zij er allemaal bij krijgen. Ik las van managers die bovenop hun salaris er nog eens zo'n 25.000 gulden per dag, elke dag, bij gekregen hebben in het afgelopen jaar. Daar moet ik een heel jáár van leven. Ik klaag niet, maar ik moet dan wel denken aan het oude gezegde dat de duvel het altijd op dezelfde hoop doet.
Het gaat bijzonder goed met heel veel bedrijven. Ze maken al jaren ongekende winsten. Daar weten ze hier vaak geen raad mee en dus gaat een heleboel van die winst over de grens, om zo met die winst nog meer winst te maken of er in elk geval hier geen belasting over te betalen. Ze laten geld jongen, hoewel ik altijd dacht dat dat niet kon. En natuurlijk is het ook niet echt zo, want die winst wordt altijd door werkende mensen bij elkaar gebracht.
Fantastisch goed gaat het met mensen en bedrijven die om weten te gaan met wat ze tegenwoordig flitskapitaal noemen. Ik heb dat niet en ik weet niet hoe ik er aan moet komen. Maar het schijnt allemaal te gaan via een ingewikkeld soort monopolie-spel. Met computers en satellieten en andere nieuwerwetse apparaten, slagen geldhandelaren erin in één seconde meer te verdienen dan anderen in een mensenleven. Echt waar.
Alle mensen die er warmpjes bij zitten weten zich gesteund en beschermd door onze overheid. Ik noem maar eens wat voorbeelden:
Leden der Staten Generaal, beste mensen,
Het grootste probleem is niet dat het goed gaat met mensen die het al best hadden. Ik kan de zon goed in het water zien schijnen. Het schandalige is dat het zo slecht gaat met mensen die het toch al niet getroffen hadden.
Laat ik maar eens wat noemen, om dat te verduidelijken:
Dat de armoede weer terug is in ons land, en dat de tweedeling toeneemt, vind ik onaanvaardbaar. Volgens mij zou Willem Drees dat met me eens zijn. Maar zijn beeld, hier wat verderop op de Groenmarkt, hebben ze ook al weggehaald. Misschien waren ze bang dat hij het allemaal niet meer kon aanzien.
Ik maak me zorgen om alle mensen die het slecht gaat. Heel veel ouderen, maar ook moeders in de bijstand met jonge kinderen, migranten zonder werk en toekomst en met heel veel eenzaamheid. De meeste zorgen heb ik om de 625.000 kinderen die in ons rijke land opgroeien in armoede. Daardoor missen zij een eerlijke kans op hun deel van het nationaal geluk, minstens zo belangrijk als het nationaal product.
De opbrengst van de economische vooruitgang wordt knap oneerlijk verdeeld. Ik heb in de krant gelezen dat als ze de lonen de laatste paar jaar gelijk op hadden laten gaan met de economische groei wij samen 27 miljard gulden meer te besteden zouden hebben gehad. Voor brood en beleg en kleren en verwarming, maar ook voor gezamenlijke voorzieningen als gezondheidszorg en onderwijs.
Ik denk dat er geld genoeg is in dit land, maar het komt niet terecht op de plekken waar het thuishoort. Het komt niet terecht in het verpleeghuis van mijn moeder, niet bij de school van de kinderen uit mijn buurt, en niet bij de mensen die nauwelijks hun huur nog kunnen betalen. Ik heb het nog getroffen met mijn relatief lage huur. Maar als je op dit moment met je huur over de 1085 gulden schiet, stopt de huursubsidie. Dat betekent dat je je huis uit moet. Ik vind dat werkelijk een grof schandaal. Net zo goed is het schandalig dat steeds meer huurhuizen verkocht en gesloopt worden. Zoals in Duindorp in Scheveningen, waar arme mensen letterlijk verjaagd worden uit hun huizen, alleen om het speculanten en projectontwikkelaars naar de zin te maken.
En het geld komt niet terecht bij de mensen van wie vast staat dat ze veel te weinig hebben om van te leven. Ik zal niet klagen, omdat mijn man Arie en ik boven op onze AOW nog een klein pensioentje hebben. Maar wat te denken van de miljoen huishoudens die van nog veel minder moeten rondkomen? Ik ben geschrokken van het krantenbericht over die bijstandsmoeder in Emmen. Die zamelt bij supermarkten produkten in die over de datum zijn, om die onder bijstandsgezinnen te verdelen. Treuriger kan je de tweedeling toch niet in beeld brengen! Arme mensen die onder tafel mogen mee-eten van wat er vanaf valt. Dan denk ik, lezen ministers geen kranten? En zo ja, waarom doen ze dan niks aan dit soort misstanden?
Ik maak me niet alleen zorgen om de mensen met wie het slecht gaat. Ik ben ook bezorgd om de mensen die het nu goed gaat en die denken dat de bomen voor hen tot in de hemel groeien. Omdat ik bang ben dat het wel eens sneller gedaan zou kunnen zijn met dat goed gaan. Ik moest daarbij denken aan kalkoenen. Die denken kort voor kerstmis ook dat ze het nog nooit zo goed gehad hebben. Maar met hun gevulde lijven liggen ze even later wel gebraden op het bord.
Als wij hier te maken krijgen met economisch slecht weer, zal veel schijnwelvaart en schijnzekerheid als sneeuw voor de zon wegsmelten. Ik denk steeds vaker dat de economische successen van ons Poldermodel niet veel meer zijn dan een heel dun laagje goudfineer over vermolmd hout. Het poldermodel lijkt een gouden koets maar het blijkt een oude koets, opgepoetst door de decorbouwers van het snelle geld.
Maar de regering zegt dat het goed gaat. De regering blijft toekijken en laat de markt zijn werk doen. Dat betekent volgens mij dat het kapitaal als vanouds de dienst mag uitmaken. De regering laat een frontale aanval op de armoede achterwege en daardoor laat ze de tweedeling groeien. We hebben een nieuwe regering maar het is oud beleid met oude bekenden, inclusief onze voormalige burgemeester Peper, de enige Wassenaarder die Rotterdam rijk is.
Hij en al die anderen zitten straks samen in de Ridderzaal, met mooie kleren en de dames vooral ook met mooie hoeden. De een nog groter dan de andere. Het lijkt wel een gekostumeerd bal. U ziet dat ik ook een speciale hoed heb opgezet. Daarvoor moet ik de maker even bedanken. Zeker omdat hoeden maken niet zijn vak is. Meneer Len Munnik maakt normaal politieke tekeningen voor de krant en zo. Maar speciaal voor deze gelegenheid heeft hij een hoed gemaakt voor mij. Een hoed met een verhaal. Een verhaal dat gaat over de hoed en de rand. Hij vertelt dat de mensen in de hoed, in het veilige midden, alleen maar naar elkaar kijken en liever niet naar de mensen die op of over de rand vertoeven. Ze luisteren liever naar degenen die zeggen dat het fijn en veilig is in de hoed en weten liever niet van de rand. Ze weten liever niet van die miljoen gezinnen die over de rand van de armoede getuimeld zijn of dreigen te tuimelen. Ze weten liever niet van al die honderdduizenden kinderen in armoe. Van de mensen in arme wijken die gemiddeld vier-en-een half jaar eerder dood gaan en 12 jaar korter gezond leven dan mensen met veel geld. De rand van de samenleving wordt steeds breder maar wie er nog niet toe veroordeeld is, kijkt liever alleen maar naar de hoed. En daardoor moeten de mensen aan de rand het in dit land kennelijk maar zelf uit zoeken.
Voor dure dingen is geld genoeg. Meer vliegtuigen naar Schiphol, Hogesnelheidslijn, Betuwelijn. Maar als mijn zuster pech heeft is ze in Rotterdam langer onderweg met tram, trein en bus van Zevenkamp naar het verpleeghuis aan de Kleiweg, dan van Rotterdam naar Parijs. En op zaterdag en zondag rijdt de TGV wel maar lijn 41 niet.
De wachtlijsten en andere tekorten in de zorg worden eerder langer en schreeuwender. Ik ga elke dag mijn moeder van 96 - ze is van 1901 - helpen verzorgen in het verpleeghuis. Dat is een hele klus. Maar het is hard nodig want het personeel komt heel veel handen tekort. Een maand terug heb ik haar zelf onder een wollen deken moeten stoppen. Het arme mens had het vreselijk koud. Want het was wel zomer volgens de kalender maar niet volgens de thermometer. Maar wat wil je ook, twee meisjes die 's avonds 30 meest bedlegerige bejaarden moeten verzorgen, die met z'n drieën op een kamer liggen en helemaal hulpeloos zijn. Ik zie in het verpleeghuis steeds meer oproepkrachten en uitzendkrachten. Dat maakt het werk er niet beter op. En toen mijn man Arie onlangs geopereerd was aan een breuk heb ik hem na de operatie thuis verzorgd. Ik ben blij dat ik dat nog kan. Ik heb de ramen maar wat minder gezeemd. Maar als je je man niet kunt verzorgen, duurt het wachten op de thuiszorg lang, weet ik van mensen die het meemaken.
Ik ben bijna aan het einde van mijn verhaal. En daarmee ook aan mijn optreden als koningin voor een ochtend. Morgen hoor ik net als gisteren weer tot de naamloze Nederlanders. Ik vind dat fijn. Ik sta hier ook niet voor de publiciteit of zo. Daar heb je op mijn leeftijd absoluut geen interesse voor.
De dames en heren die direct in de Ridderzaal verschijnen, zoeken de aandacht wel. Daarom zijn ze ook zo mooi uitgedost. Voor hen is Prinsjesdag één grote publiciteitsstunt. Maar als u direct de grote Hoedenparade ziet, denkt u dan ook even aan de andere betekenis van het woord hoed. En zie al die hoeden als een waarschuwing. Hoed u voor de schone schijn. Hoed u voor mooie praatjes. Hoed u voor politici die veel beloven maar weinig geven. En hoed u vooral voor de oprukkende tweedeling die door dit nieuwe kabinet geen halt wordt toegeroepen maar veeleer wordt aangewakkerd.
Leden der Staten Generaal,
Ga aan het werk en doe het goed. Is het niet voor mij dan voor alle kinderen in dit land die met een nieuwe eeuw in zicht in gelijke mate recht horen te krijgen op een plek onder de zon.
Beste mensen,
Ik vond het fijn dat u eventjes naar me wilde luisteren.
Dank u wel voor uw aandacht.
Teken ook het manifest
‘1 voor allen’