(15 september 2002 - Paasheuvel)
Leden der Staten-Generaal, lieve landgenoten!
Ik ga u de troonrede voorlezen, die ik over twee dagen niét mag voordragen in de Ridderzaal. De officiële troonrede wordt er weer een - zo mag ik u alvast wel verklappen - met een hoog gehalte aan tegeltjeswijsheden (om meneer Zalm te citeren). Terwijl wij toch leven in een tijd die vraagt om steviger teksten. Om teksten als verbale oorvijgen, zou ik welhaast zeggen. -Welnu, die oorvijgen worden in deze alternatieve troonrede wél uitgedeeld. En wel door de ministers van mijn schaduwkabinet.
![]() |
| Kitty Courbois leest de Alternatieve Troonrede 2002 tijdens Festival Tomaat |
Hebben wij dan een schaduwkabinet? Ja, dat hebben wij. Niet zo een als
in de jaren '60 toen Joop den Uyl nog in de oppositie zat en een groep
mensen om zich heen had verzameld die zo snel mogelijk zelf op het pluche
wilden en zich als zodanig ook aan het volk presenteerden. Nee, mijn schaduwkabinet
bestaat uit mensen die niet zo'n behoefte hebben om zichzelf op de voorgrond
te dringen. Je zou ze kunnen kenschetsen als oplettende, kritische, tegendraadse,
onafhankelijke landgenoten. Maar wel mensen met het hart op de goede plaats
én mensen die verstand hebben van wat er gaande is op hún
terrein in de samenleving.
Zij maken zich de laatste tijd grote zorgen. Niet zozeer over hun eigen
portemonnee of positie, maar meer over die van de kwetsbaren onder ons.
Daarom zijn het mensen naar mijn hart. En vandaar dat ik hun kritiek en
hun bezorgdheid graag aan u door wil geven.
Bezorgdheid is er bij hen in het bijzonder over de weg die de nieuwe regering
is ingeslagen. Nu was die weg ook onder de voorgaande kabinetten al niet
de meest voor de hand liggende koers naar een gezonde samenleving, maar
sinds enkele maanden lijkt ons 'schip van staat' een rámkoers te
zijn ingeslagen.
Maar wat willen wij ook met zoveel onervarenheid op de brug? Dat begint
al met de man die plotseling kapitein is geworden. Die komt bij wijze
van spreken zó van de zeevaartschool en moet nu meteen de koers
uitzetten. En had hij nu nog maar een paar wijze en ervaren stuurlieden
naast zich. Maar helaas, bij de rest van het officierskorps is de situatie
nog zorgelijker. Er lopen er tussen die niet eens op de zeevaartschool
zijn gewéést. Laat staan dat zij ooit eerder een roer in
handen hebben gehad.
Dat zij zich desalniettemin opwerpen als de nieuwe roergangers van ons
'schip van staat', getuigt van arrogantie en zelfoverschatting. Dat blijkt
inmiddels ook: ze zijn nog maar amper van wal gestoken en de chaos breekt
al los: het roept en schreeuwt maar door elkaar vanaf de brug. Het ene
moment is het: 'stuurboord!' het volgende moment: 'bakboord'! Dan weer
roept er iemand dat er zwaar weer op komst is. Maar een duidelijke koers
om de storm te trotseren
ho maar! Dat moet wel tot schipbreuk -leiden,
vrees ik.
En zaten zij nu maar alléén aan boord, dan konden wij daar
nog enig plezier aan beleven. Want er is - zoals u weet - geen schoner
vermaak dan leedvermaak. Maar het probleem is dat wij allemaal in hetzelfde
schuitje zitten. Ikzelf dus als boegbeeld (en ik kan u zeggen dat dat
géén pretje is onder deze omstandigheden) en de rest van
het volk als bemanning. Zij moeten de dwaze bevelen gehoorzamen en
dreigen straks mee naar de kelder te gaan.
Maar laat ik geen voorbarige conclusies trekken en eerst de feiten aandragen.
Weinigen zullen ontkennen dat wij dit voorjaar de meest dramatische verkiezingen
uit de geschiedenis beleefden. Een politieke moord had ons land niet meer
meegemaakt sinds 1672, toen de gebroeders Johan en Cornelis de Witt door
het Haagse oranje-gepeupel werden gelyncht omdat zij er van verdacht werden
plannen te hebben gesmeed om de stadhouder te vermoorden.
Naast de laffe aanslag die vier maanden geleden een charismatisch en aanstormend
politicus het leven kostte, waren de jongste verkiezingen om nog een andere
reden dramatisch. Zij leerden ons immers wat er gebeurt als de politiek
het zicht heeft verloren op wat er leeft onder het volk. Kiezers die zich
door de politici in de steek gelaten voelden, lieten zich verleiden om
met gelijke munt te betalen en op hun beurt de oude partijen massaal de
rug toe te keren. Zij stemden op de nieuwe man, die hun onvrede uitdagend
onder woorden bracht.
Helaas was de remedie die hij voorstond zo mogelijk nog erger dan de kwaal
die hij zei te zullen bestrijden. Daarom vervult niet zozeer de politiek
aardverschuiving van dit voorjaar ons met zorg, als wel de richting waarin
die verschuiving is gegaan.
Want inmiddels zitten wij opgescheept met een regering die wel lippendienst
bewijst aan de zogenaamde nieuwe politiek, maar die een regeerakkoord
presenteerde dat velen onder ons het gevoel geeft een halve eeuw te worden
teruggeworpen in de tijd. Naar de jaren '50 van de vorige eeuw dus. Niet
omdat er in het nieuwe kabinet maar één vrouwelijke minister
zit, wat (sinds de legendarische Marga Klompé in 1956 als eerste
vrouw in de regering kwam) niet meer is voorgekomen.
Nee, hadden we Marga nog maar! Zij zette zich als minister van Maatschappelijk
Werk in voor de zwakken op een manier zoals je dat van een ware christen-politicus
mag verwachten. En toen ze later minister van CRM werd, had ze heel wat
meer aandacht voor de cultuur dan het kabinet dat vandaag regeert. Want
cultuur is voor dit kabinet kennelijk zo onbelangrijk geworden, dat er
in het strategisch akkoord met niet één woord over wordt
geschreven. Wat dat betreft zijn we nog verder dan vijftig jaar teruggeworpen
in de tijd.
Als ik spreek over de jaren '50 dan doel ik op de angst die toen bij velen
heerste onder invloed van het Koude-Oorlogsdenken. Er is de afgelopen
maanden weer zo'n sfeer gegroeid, waarin straffeloos intolerante dingen
gezegd en gedaan kunnen -worden. En veel goedwillende burgers, die verzet
in zich voelen opkomen tegen die inhumane uitspraken, laten zich weer
-intimideren en zijn bang om hun stem te verheffen en
doen er maar
liever het zwijgen toe
Dat is een veeg teken.
De angst wordt helaas niet alleen veroorzaakt door anonieme dreigementen
aan het adres van hen die nog wél voor hun mening durven uit te
komen, maar klinkt ook openlijk uit de mond van nieuwe bewindslieden.
Zo heeft de minister van Integratie zich schaamteloos ontpopt tot een
minister van Intimidatie.
Er wordt door hem en door zijn partijgenoten tweedracht -gezaaid tussen
allochtone en autochtone landgenoten, er wordt gedreigd met verbanning
en zelfs met het op de helling zetten van onze rechtsorde om een ongelijke
behandeling in de rechtszaal mogelijk te maken.
Tegelijkertijd worden zogenaamde linkse rechters en ambte-naren openlijk
verdacht gemaakt en worden er schaamteloze pogingen gedaan ze uit te rangeren
met geen ander argument dan dat ze links zijn.
En wat voor hen geldt, geldt in versterkte mate voor mensen die dit land
proberen binnen te komen. De minister intimideert deze vluchtelingen zonder
hun verhaal te kennen en wíl het ook niet kennen. Terwijl het asielbeleid
de laatste jaren onder 'Paars' al zoveel harder is geworden, is het voor
hem nog niet hard genoeg. Tachtig procent van hen die hopen hier een betere
en veiliger toekomst te vinden, worden bij voorbaat schamper de deur gewezen
als 'economische gelukszoekers'.
En dat terwijl hijzelf hét voorbeeld is van de economische -gelukzoeker.
Want was híj het niet die zijn raadslidmaatschap voor het CDA opgaf
en politiek asiel zocht bij de LPF toen hij daar een dikbetaalde ministersbaan
kon krijgen?!
En wij allen weten dat er meer ministers in dit kabinet zijn, die hun
eigen politieke partij vlot verloochenden toen het pluche lonkte. Over
normen en waarden gesproken.
Commissies en mooie woorden kunnen niet verbloemen dat de échte
normen en waarden van dit kabinet de normen zijn van de postchristelijke
Europees-Amerikaanse vrije markt. Dat is de markt waarin het recht van
de sterkste even vanzelfsprekend is als in de Grieks-Romeinse wereld van
Keizer Augustus.
Het peil van beschaving van een volk laat zich nog altijd het zuiverst
afmeten aan de mate waarin zij zich het lot aantrekt van de zwaksten en
kwetsbaarsten. Welnu, wanneer wij die maatstaf hanteren bij het beoordelen
van de voornemens van dit kabinet dan voelen wij ons opnieuw op een weg
terug in de tijd. Het is een weg, die onder de voorgaande kabinetten helaas
al was ingezet. Maar dit lijkt wel een snelweg terug in de tijd.
Over wie spreken wij, als we het hebben over de zwaksten in onze samenleving?
Dan hebben wij het bijvoorbeeld over de meer dan één miljoen
mensen die hier in armoede leven. Het voorgaande kabinet had te weinig
oog voor de ernst van hun situatie. Al tien jaar is een proces van sociale
verharding aan de gang en dat wordt nu in versneld tempo doorgezet. Dat
wil zeggen: er komt nog minder geld voor gesubsidieerde arbeid, de sollicitatieplicht
- ook voor ouderen - wordt aangescherpt, er komen eigen bijdragen in de
gezondheidszorg en de WAO wordt nog verder afgebroken.
Desalniettemin roept de nieuwe premier dat zijn kabinet een schild voor
de zwakken wil zijn. Het motto dat op dat schild is geschilderd, luidt:
sociaal voor wie niet kan, streng voor wie niet wil. Maar wie maakt uit
of iemand niet kán of niet wíl werken? Mensen in de bijstand
moeten nu permanent bewijzen dat ze buiten hun schuld in die positie zitten.
Ze worden geconfronteerd met de argwanende vraag hoe het kan dat ze nóg
geen baan hebben gevonden. Zo'n benadering houdt mensen
gevangen in een sfeer van bevoogding en ondergeschiktheid. Het tast hun
gevoel van eigenwaarde aan.
Natuurlijk kan armoede te maken hebben met persoonlijk tekortschieten,
maar de omvang van de nu al jaren bestaande armoede in ons rijke land
dient bij de overheid toch allereerst vragen op te roepen over de aard
en inrichting van de samenleving. Hoe is het mogelijk dat die armoe niet
is opgelost? Voor dit kabinet vormen echter niet de miljoen arme mensen
en de groeiende kloof tussen arm en rijk het probleem, maar wel het feit
dat er wellicht regels zijn die mensen zouden kunnen -afhouden van het
meedoen aan de markteconomie.
Zo komt onze samenleving steeds meer te staan in het teken van de markt
en de competitie tussen mensen. Wij zijn een geldmaatschappij geworden,
waarin mensen die onbetaalde arbeid doen ook niet meer worden gewaardeerd
en het woord 'solidariteit' nog slechts een meewarig lachje kan uitlokken:
'Die is gék, die werkt voor niks!'
Onder de één miljoen armen bevinden zich 360.000 kinderen.
Die kinderen gaan naar school, zoals elk kind. Maar die scholen zijn -
net als andere delen van de verzorgingsstaat - onder het paarse bewind
armlastig gemaakt. En helaas wordt dat beleid onder het nieuwe kabinet
niet bijgesteld. In tegendeel. -Ondanks de verkiezingsbeloften over meer
geld voor het onderwijs trekt het regeerakkoord geen cent extra uit om
het dramatisch lerarentekort aan te pakken en de klassen daadwerkelijk
te verkleinen. Op het wetenschappelijk onderwijs wordt zelfs nog verder
bezuinigd.
Het gevolg is een verdere 'tweedeling'. Aan de ene kant zijn er kinderen
met rijke ouders die voor hun kroost bijbetalen wat
de overheid niet meer garandeert, aan de andere kant staan de kinderen
van arme ouders, die geen geld hebben om de
tekorten te compenseren.
Het lerarentekort verscherpt die situatie: scholen met veel leerlingen
uit arme delen van de bevolking hebben een veel slechtere 'marktpositie'
bij het werven van leraren. In die scholen is het lerarentekort dan ook
het grootst. Met als gevolg: uitval van lesuren, weinig tijd en aandacht
voor kinderen met leerproblemen en dus: achteruitgang van de kwaliteit
van het onderwijs. Zo zet de scheiding tussen kansarm en kansrijk zich
voort onder een kabinet dat zegt een schild voor de zwakken te zijn. In
plaats van meer samen wordt het ook in het onderwijs steeds meer apart
en gescheiden.
Het is een tweedeling die bijna ongemerkt kan voortwoekeren. Ongemerkt
omdat het kabinet ook geen budgetten meer uittrekt om dit soort scheefgroei
te kunnen signaleren. Zo wordt én bezuinigd én voorkomen
dat het beleid publiekelijk aan de schandpaal kan worden genageld.
Maar dat dient wél te gebeuren. Want de ontwikkelingen in ons onderwijs
hebben uiteindelijk ernstige gevolgen voor de samenleving als geheel.
Wanneer wij bijvoorbeeld spreken over een ander heet hangijzer in het
maatschappelijk debat - de jeugdcriminaliteit - dan heeft dat probleem
zijn wortels ook - en misschien wel juist - in het onderwijs.
Helaas is door achtereenvolgende regeringen de oplossing van de jeugdcriminaliteit
gezocht in strengere straffen en meer cellen. Dat kost handen vol geld
en alle onderzoeken wijzen uit dat het niet helpt. Wat wél helpt
is ook bekend uit onderzoek: de twee betrouwbaarste voorspellers van later
crimineel gedrag zijn: armoede en schooluitval.
Daarom moet je investeren in het onderwijs. Daar kunnen kinderen die thuis
te weinig stimulans of begeleiding hebben, extra aandacht krijgen. Maar
dat kan alleen als er geld is om voldoende leerkrachten aan te trekken
en die de tijd te geven om scheefgroei vroegtijdig te onderkennen en maatregelen
te treffen.
Helaas gebeurt dat nu alleen door een enkele bevlogen leraar die er zijn
vrije tijd in steekt. Maar wat is dan de praktijk als hij met een probleemgeval
bij bijvoorbeeld het Bureau voor Jeugdzorg aanklopt? Dat hij op een wachtlijst
stuit. Ook de Raad voor de Kinderbescherming heeft wachtlijsten van een
half jaar, maar het nieuwe kabinet heeft besloten om daar toch nog verder
te gaan bezuinigen.
Ziedaar het beleid: aan de ene kant wordt er geld uitgetrokken voor meer
cellen en tegelijk wordt dat geld weggehaald bij de preventie. Het is
een van de voorbeelden waaruit blijkt hoezeer kortzichtigheid en angst
het politieke denken in ons land nog steeds - en steeds meer - in hun
greep hebben.
Dit kabinet wil - ik zei het al - een schild voor de zwakken zijn. Niemand
zal ontkennen dat zieken tot de zwakkeren horen. Maar in de afgelopen
jaren groeiden de wachtlijsten van ziekenhuizen en zorginstellingen. Vóór
de verkiezingen was bijna iedereen het er dan ook over eens, dat er een
einde moest komen aan deze situatie, een situatie waarvan de vorige bewindsvrouw
uiteindelijk moest toegeven dat ze mensenlevens heeft gekost.
Er moet dus veel meer geld naar de gezondheidzorg. Want er is méér
en beter betaald personeel nodig, personeel dat weer tijd krijgt om een
relatie met de patiënten op te bouwen, zodat die zich veilig en vertrouwd
voelen, een basisvoorwaarde voor het genezingsproces. Maar er is bijvoorbeeld
ook geld nodig om er voor te zorgen dat er jongeren blijven kiezen voor
het zware werk in de forensische psychiatrie. Want als daar nog meer gaten
vallen, zal dat rechtstreekse gevolgen hebben voor de veiligheid van de
samenleving.
Er was een man die vóór de verkiezingen die kritiek ook
meermalen onder woorden bracht. En zowaar, hij werd minister van Volksgezondheid!
De kans voor een nieuwe aanpak dus. Maar toen hij op het pluche zat was
er eerst géén extra geld voor de zorg. De problemen moeten
volgens hem opgelost worden door de bureaucratische regels af te schaffen.
En al is dat op zich een goede zaak, iedereen - ook de minister - weet
dat dát volstrekt onvoldoende is. En zowaar, enkele dagen geleden
zei hij dat de ziekenhuizen ook mogen blijven opereren als ze door hun
budget heen zijn. Helaas werd hij prompt tot de orde geroepen door de
minister van Financiën, die niet van plan is dat te gaan be-talen.
Opnieuw een voorbeeld van hoe er vanaf de brug door de één
'stuurboord!' wordt geroepen en door de ander 'bakboord!'.
De tijd zal leren in hoeverre dit kabinet al dan niet een schild voor
de zwakken is.
Behoor je als zieke al tot de zwakken in onze samenleving, dat geldt
zeker voor de chronisch zieken; mensen die tot aan hun dood gehandicapt
door het leven moeten. Het is een triest vooruitzicht, dat in een werkelijk
beschaafde samenleving zal worden verzacht door extra zorg en hulp. En
dat zeker in het komende begrotingsjaar, want 2003 is uitgeroepen tot
'het Europees jaar voor mensen met een handicap'. Ook onze
regering heeft zich verplicht om een beleid te ontwikkelen dat alle vormen
van uitsluiting en apartheid van gehandicapten en chronisch zieken actief
bestrijdt.
Helaas toont het jongste rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau
aan dat veel mensen met een handicap wel degelijk te maken hebben met
uitsluiting, doordat ze te weinig inkomen hebben om de noodzakelijke extra
uitgaven te kunnen betalen.
Daarom is het zorgwekkend te moeten constateren dat het regeerakkoord
weinig voornemens bevat die het lot van deze mensen verlichten. Waar al
gewag van hen wordt gemaakt, worden ze aangeduid als gebrekkigen. Misschien
zou het daarom goed zijn om alle bewindslieden een verplichte cursus te
laten volgen van de Chronisch Zieken en Gehandicapten Raad. Daarna zal
het kabinet misschien gaan beseffen wat de noden zijn en alsnog een beleid
uitzetten dat past bij het Europees Jaar van de Gehandicapten.
Wie lang ziek is of op zijn werk een handicap heeft opgelopen, raakt
in de WAO. Is het op zichzelf al geen pretje om je baan en je collega's
zo te verliezen, dit kabinet wil het lot van deze mensen nog verder verzwaren.
Alleen zij die blijvend arbeids-ongeschikt zijn, zullen straks nog recht
op een WAO-uitkering -hebben. Alle anderen verdwijnen via de WW in de
bijstand en wie minder dan 35 procent arbeidsongeschikt is, moet gaan
werken, maar krijgt geen compensatie meer voor het verlies aan loon dat
hij (of zij) lijdt door die handicap.
Tegelijkertijd bezuinigt de regering ook nog eens honderden miljoenen
op gesubsidieerde arbeidsplaatsen, zodat het WAO'ers nóg moeilijker
wordt gemaakt om aan de slag te komen. En nog steeds worden de werkgevers
niet verplicht om 5 tot 7 percent arbeidsongeschikten in dienst te nemen.
Gebeurde dat wél, dan waren er meteen honderdduizend WAO'ers minder
en hoefde het nu aangekondigde asociale beleid niet te worden uitgevoerd.
Ook psychisch zieken kunnen zichzelf amper of niet staande houden in
onze verharde samenleving. Steeds vaker haken -mensen af die het tempo
van de 24-uurs economie en de hoge werkdruk niet aankunnen. Daarom ook
moet de opvangfunctie van psychiatrische ziekenhuizen worden uitgebreid.
Om te voorkomen dat deze mensen thuis verwaarlozen of zonder zorg op straat
terecht komen.
Helaas neemt het aantal mensen dat - mede als gevolg van psychische problemen
- gaat zwerven, snel toe. Verleden jaar waren er al 66.000 mensen voor
korte of langere tijd dakloos. Dat wil zeggen: evenveel als er inwoners
zijn in een stad als
Oss of Almelo.
Uit onderzoek blijkt dat de helft van hen naast psychische problemen ook
andere problemen heeft, zoals verslaving of schulden. Maar op mensen met
meer dan één probleem zijn onze instanties niet ingericht.
Daardoor raken velen tussen de wal en het schip van de ambtelijke molen
en belanden uiteindelijk in de goot. En wij moeten beschaamd constateren
dat de overheid structureel voorbij blijft gaan aan deze meest kwetsbaren
onder ons. Omdat ze vaak niet geregistreerd zijn, bestáán
ze gewoon niet voor die overheid. Het getuigt van een oogkleppenmentaliteit
die - zoals altijd - het zicht op de werkelijke problemen ontneemt.
Niet alleen mensen zijn soms zwak en kwetsbaar, dat zijn de natuur en
het milieu bijna per definitie. Planten en dieren hebben geen stem en
zijn afhankelijk van ons, mensen. Nu is
de premier afkomstig uit een partij die altijd beweert dat de overheid
een goed rentmeester van de schepping dient te zijn.
Maar wederom worden christelijke woorden omgezet in on-christelijke politiek:
de fiscale subsidies op groene stroom, groen beleggen, energiezuinige
auto's en huishoudelijke apparaten verdwijnen, waarmee een plotseling
einde komt aan de vergroening van ons belastingstelsel. Er komt minder
subsidie voor openbaar vervoer en meer voor de aanleg van asfaltwegen.
En
het kwartje van Kok kan weer aan autorijden worden besteed. Er worden
honderden miljoenen per jaar bezuinigd op de aankoop van natuurgebieden,
het vierde Nationale Milieubeleidsplan is in de kast gezet en het verdrag
van Kyoto in feite in de prullenbak gegooid. Zelfs de Minister van Milieu
is afgeschaft, zodat er in naam van natuur en milieu ook geen lastige
opmerkingen meer gemaakt zullen worden in de ministerraad.
Al die dingen gebeuren op basis van een milieudiagnose, die is te herleiden
tot stamtafelpraat over het afschaffen van een woud van regels, waarna
alles wel goed zal komen. Waarméé, is niet zo duidelijk.
Niet met het milieu in elk geval. Waarschijnlijk wél met de bevriende
vastgoedondernemers, die graag vrij spel krijgen in de schaarse open ruimte
om daar nóg meer landschapsverpestende bedrijfsterreinen en pretparken
neer te kwakken. Geheel passend in die sfeer zullen ook de beperkingen
om villa's zomaar ergens in het groen te mogen bouwen, grotendeels gaan
verdwijnen.
Begrijpt u waarom ik mij op een weg terug in de tijd voel? Terwijl het
toch allemaal schijnt te gebeuren in naam van 'de vooruitgang'.
Het begrip 'vooruitgang' is in onze tijd verengd tot 'economische vooruitgang'.
Vooruitgang heeft niets meer te maken met geestelijke groei, maar betekent
slechts: meer geld verdienen.
Maar als ik het dan toch even mag hebben over geestelijke vooruitgang,
dan maak ik mij zorgen over de verloedering van één van
de grootste krachten in onze maatschappij waar het gaat om opvoeding en
opinievorming. Ik bedoel: de televisie.
De jacht op geld overheerst ook daar alles en de commerciële televisie
wordt geheel vrij gelaten om alles ondergeschikt te maken aan geld. In
tegenstelling tot andere westerse landen zijn deze stations in Nederland
niet of nauwelijks aan inhoudelijke regels gebonden. Weliswaar heeft kortgeleden
de nieuwe minister van Normen en Waarden gezegd dat geweldsfilms op tv
verboden zouden moeten worden, maar zijn partijgenoot en staatsecretaris
die de media in zijn portefeuille heeft, haastte zich te vertellen, dat
hij die mogelijkheid wel heeft, maar er voorlopig geen gebruik van denkt
te maken. De burgers zijn immers zelf mondig genoeg om te kiezen
Burgers worden helaas in toenemende mate gemanipuleerd, zeker ook via
de televisie, die haar taak als opvoeder en opinievormer schromelijk verwaarloost.
Waar is bijvoorbeeld het publieke debat over het afschaffen van het ministerie
van Ontwikkelingssamenwerking? Waar hoorde of zag ik een discussie over
het feit dat dit kabinet - en dus ons land - met zijn rug naar de rest
van de wereld (behalve Amerika dan) gaat staan?
Over Amerika gesproken: het is verbijsterend te moeten consta-teren dat
ook dit kabinet weer gedwee aan de leiband van Big Brother Amerika loopt.
De allereerste daad was wat dat betreft even treurig als symbolisch: de
aanschaf van een miljarden kostend gevechtsvliegtuig. En nu dreigen we
te worden meegezogen in een nieuwe oorlog, waarvan we slechts één
ding zeker weten: hij gaat aan duizenden onschuldige mensen het leven
kosten.
Hoe kan dat gebeuren onder een premier en een minister van Buitenlandse
Zaken, die beiden zeggen zich te laten inspireren door de normen en waarden
van het christendom? Was het niet Christus die leerde over het toe keren
van de rechterwang als je op de linker bent geslagen?
Terwijl we nu samen met die cowboy uit Texas nota bene al willen gaan
meppen nog vóór we geslagen zijn
Het kabinet wil nu een discussie over 'normen en waarden'. Daar ben ik
vóór, maar waarover gaat het dan? Gaat het ook over de normen
en waarden van de 'vrije markt', waarin 'ik' en het 'eigenbelang' de eerste
en de laatste woorden zijn? Durven wij de discussie aan over onze overvloedige
welvaart, gebaseerd op een economisch systeem dat miljoenen mensen uitstoot
en overbodig maakt? En die binnen twintig jaar een ellende van ongekende
omvang over grote delen van de wereld zal brengen?
De signalen die wat dát betreft van dit kabinet uitgaan, zijn weinig
hoopgevend. Daar denken ze dat de zaak is opgelost zodra er geen politieagenten
met oorbellen meer rondlopen.
Het zal u niet bevreemden als ik zeg me de vorstin te voelen
van een volk dat denkt hard onderweg te zijn naar de toekomst, maar dat
in feite de weg terug heeft ingeslagen; terug richting barbarij. En nu
er weer stemmen opgaan om de troonrede te beëindigen met een bede,
dacht ik even om hier cynisch te eindigen met het toepasselijke liberale
schietgebedje: 'Ieder
voor zich en God voor ons allen.'
Maar toen kwamen mij de laatste woorden in gedachten van de man met wie
het ooit allemaal begon, de Vader des Vaderlands, Willem van Oranje. Ook
hij werd slachtoffer van de pistoolschoten van een fanaticus. Volgens
de overlevering sprak hij stervende: 'Mon Dieu!'- ja, hij sprak geen Nederlands
want hij was een allochtoon. Dus: - 'Mon Dieu!, Mon Dieu! Ayez pitié
de moi et de ce pauvre peuple!'
Dat zeg ik hem vandaag als bede na: 'Mijn God! Mijn God! Heb medelijden
met mij en met dit arme volk!'
Maar dat zijn niet mijn laatste woorden! Ik wil anders eindigen, strijdlustiger.
Want strijdlust is nodig de komende tijd. En opnieuw geeft de geschiedenis
inspiratie. Het is binnenkort een eeuw geleden dat de Nederlandse arbeiders
voor het eerst toonden welk een macht ze konden ontwikkelen. In januari
1903 legden ze het hele spoorwegnet stil. Albert Hahn maakte toen zijn
beroemde prent met de nog beroemdere strijdkreet: Gans het raderwerk staat
stil, als uw machtige arm het wil. Zo wás het ook; de spoorwegstaking
toonde aan wat solidariteit vermag. Maar ook toen had Nederland een gereformeerde
premier. Abraham Kuyper was zijn naam, bijgenaamd 'Abraham de Geweldige'.
Hij vaardigde prompt de anti-stakingswetten uit die wij nu nog kennen
als de worgwetten.
Ik eindig met die strijdkreet van1903, in de hoop dat ze voor u allen
inspiratie voor 2003 mag zijn. En laat u niet in de luren leggen door
een premier die zichzelf zo graag als een volgeling van Abraham Kuyper
afschildert. Maar ach
'Jan Peter de Geweldige'
de kans dat
hij zó de geschiedenis in zal gaan, lijkt me bijna uitgesloten.
Daarom: landgenoten, geestverwanten! Vergeet het niet: 'Gans het raderwerk
staat stil als UW machtige arm het wil!'
Leden van het schaduwkabinet 2002:
Ria von Bönninghausen, voorzitter NU'91 l Mies Bouhuys, schrijfster
l Stella Braam, journaliste l Pierre Courbois, musicus l Wouter van Dieren,
lid Club van Rome l Hans van Heijningen, solidariteitsfonds X-Y l Raf
Janssen, Alliantie voor sociale rechtvaardigheid l Arjo Klamer, hoogleraar
economie l Paul Jungbluth, onderzoeker sociale wetenschappen l Rob Limper,
directeur Vereniging voor Openbaar Onderwijs l Huub Oosterhuis, dichter,
schrijver l Nanneke Quick-Schuijt, kinderrechter l Lucas Reijnders, milieudeskundige
l Kees Slager, schrijver l Jan Troost, voorzitter Chronisch Zieken- en
Gehandicaptenraad l Ine Voorham, luitenant-kolonel van het Leger des Heils
l Harry de Winter, tv-maker l Jan Zwanepol, voorzitter Belangenvereniging
Arbeidsongeschikten
Blik
eens terug op de vorige Alternatieve Troonredes
Of kijk
hier voor meer nieuws
over prinsjesdag 2002 en de Algemene Beschouwingen.
Teken ook het manifest
‘1 voor allen’