www.sp.nl

Homepage SPSP.nl
SP :: Nieuws :: Berichten

Algemene Beschouwingen SP-fractie
begroting 2003

Tweede termijn, uitgesproken door Jan Marijnissen op donderdag 19 september 2002

Ik heb in de discussie van vandaag en gisteren, in ieder geval met een van de coalitiepartijen, er het zwijgen toe gedaan. Ik voelde mij er toch een beetje ongemakkelijk bij. Dat beeld is bevestigd. De inkijk die ons een minuut geleden is gegund in de verhoudingen binnen de coalitie, is buitengewoon onthullend. Ik geef het de minister-president te doen om dit allemaal tot een goed eind te brengen.
Anders dan in het debat over de regeringsverklaring, waarin de minister-president dacht zich er met een jantje-van-leiden van af te kunnen maken, heeft hij vandaag echt zijn best gedaan, vind ik. Daar wil ik hem hartelijk voor bedanken. Dat heb ik niet vaak gedaan aan het adres van bewindslieden die de vragen van de Kamer beantwoordden, want ze doen gewoon hun werk, maar in dit geval wil ik een uitzondering maken. Er moet nog veel uitgewerkt worden. We krijgen nog veel nota's en er moet nog veel worden nagedacht. Vaak wordt gezegd "we weten het nog niet", maar al met al gaat deze minister-president de discussie niet uit de weg. Dat is winst voor de democratie en dat komt de doorzichtigheid van de politiek ten goede. Dat mag worden opgevat als een compliment. Ik heb het wel eens anders meegemaakt. Als een minister-president er nadrukkelijk op wijst dat de oppositie ook rechten heeft en dat de rechten van de minderheden in de politiek gerespecteerd moeten worden -- hij behoorde immers in de vorige periode ook tot de minderheid -- klinkt mij dat als muziek in de oren.

Dan kom ik op de inhoud. Dat is een ander verhaal. Ik ga eerst in op de waarden en normen. Ik heb moeten vaststellen dat de minister-president niet is ingegaan op mijn expliciete vraag hoe het nou zit met de waarden van dit kabinet. Indachtig het debat over de regeringsverklaring, heb ik hem toen zelfs gevraagd even mee te schrijven. Hoe zit het met de waarden van het kabinet bij zaken zoals het vergroten van de inkomensverschillen, het openbaar vervoer en de verwaarlozing daarvan, het leggen van de schuld voor de mislukte integratie bij de immigranten, het afknijpen van de publieke sector, maar wel een JSF aanschaffen, enz, enz.? Ik wil hier eigenlijk mee zeggen dat het zo ietwat gratuit is om te spreken over waarden en normen. Het kabinet spreekt over waarden en normen niet topdown, maar laat het volk spreken omdat het echt wel weet wat waarden zijn. Daar ben ik het mee eens, maar als dit tegelijkertijd het alibi wordt om niet te expliciteren waar het in het kabinetsbeleid om de waarden gaat, wordt het allemaal wel wat goedkoop.

Als het alleen maar een appèl is aan de burger dat hij zich netjes moet gedragen en moet opstaan in de tram, dan vind ik dat okay, maar naar mijn mening zou het kabinet impliciet en expliciet moeten etaleren hoe zijn waarden worden omgezet in beleid. Het kabinet moet aan de bevolking uitleggen: dit doen wij nu en wel om deze reden. Op die manier krijgt het enig effect op de samenleving, omdat ik inderdaad van mening ben dat wij holle retoriek moeten vermijden, maar er alles aan moeten doen om moreel leiderschap ook in de politiek te introduceren.
Desgevraagd gaf de minister-president de heer Rosenmöller en mij gelijk dat waarden ook voor de politiek gelden. Dat is het enige wat hij gezegd heeft en dat is nogal vanzelfsprekend. Ik herhaal dat het niet kan blijven bij de opmerking dat het kabinet geen voorstander is van top down, maar het volk aan het woord wil laten, zodat men er op die manier wel uitkomt. Dat is echt te mager.
Ik kom te spreken over de zorg. Ik ben blij met de expliciete toezegging van het kabinet dat het tweedeling wil voorkomen, zowel in de verzekering als in het aanbod. Dat is een goeie zaak. Wij moeten het afwachten. De nota krijgen wij vlak voor de begrotingsbehandeling, maar deze toezegging heeft de Kamer alvast binnen.

Er is echter veel meer, bijvoorbeeld de kwestie rond de financiën. Wij hebben echt nog geen opheldering over de vraag hoe het zit met de verhouding tussen de uitspraak van Bomhoff over recht op zorg en Hoogervorst die beklemtoonde dat hij het uitgavenkader te allen tijde wil handhaven. Ik heb ook nog geen expliciet antwoord gehad op mijn vraag over de kwalitatieve kant van de zorg. Bij de behandeling van de begroting komen wij daar nog wel verder over te spreken. Wij spreken veel over de kwantiteit. Het terugdringen van de wachtlijsten is ook erg belangrijk, maar van de kwaliteit van de zorg, vooral de ouderzorg en de gehandicaptenzorg, hebben wij nog te weinig gezien. Daarnaast hebben wij nog een appeltje te schillen met dit kabinet over het ziektekostenstelsel, de eigen bijdrage, de eigen risico's en dergelijke.
Aansluitend bij hetgeen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gezegd heeft in de media, leg ik de Kamer een uitspraak voor over het recht op tijdige behandeling, zeker bij levensbedreigende ziekten. De motie luidt als volgt.

De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat maximale wachttijden, vastgesteld in richtlijnen, voor levensbedreigende ziekten regelmatig worden overschredenvan mening dat de gevolgen zeer ernstig en daarmee onacceptabel kunnen zijn;
verzoekt de regering, met voorstellen te komen om de maximale wachttijden wettelijk vast te leggen,
en gaat over tot de orde van de dag.

Mijn volgende onderwerp betreft de veiligheid. Ik zeg het maar recht uit het hart. De SP-fractie heeft zich de afgelopen maanden ernstig zorgen gemaakt over het klimaat waarin het debat over het strafrecht in Nederland plaatsvindt. Wij hebben dat in dit debat niet helemaal willen uitwerken. Wij komen daar zeker met de minister van Justitie zeer nadrukkelijk over te spreken. Ik denk niet alleen aan twee mensen in een cel, maar ook aan allerlei ideetjes die geopperd worden, zoals het opheffen van het zwijgrecht van een verdachte. Krijgen wij dan een spreekplicht? Hoever zijn wij dan nog van martelen af? Ik maak mij ernstig zorgen. Ik hoorde gisteren iemand een pleidooi houden voor de doodstraf, nota bene een hoogleraar aan de Erasmus-universiteit. Mijn fractie maakt zich ernstig zorgen over het klimaat waarin dit soort dingen gebeurt. Om die reden willen wij heel graag met de nieuwe minister van Justitie, de heer Donner, praten over dat strafrecht. Hij heeft aangekondigd daarover te willen debatteren met de Kamer. Ons kan hij elk moment van de dag daarvoor roepen.

De voorzitter: Het is de gewoonte dat u de minister roept.

De heer Marijnissen (SP): Okay, maar ik neem aan dat hij waarmaakt wat hij heeft gezegd, namelijk dat hij een debat wil en dus met voorstellen zal komen.
Ik dank de minister-president voor diens expliciete toezegging inzake preventie. In zijn aanvankelijke betoog stond daar hoegenaamd niets over. Na een interruptiedebatje zei hij preventie, het voorkomen van criminaliteit, van wezenlijk belang te vinden. Wij wachten de voorstellen van het kabinet dienaangaande met spanning af. Dat geldt ook voor de heroriëntatie van minister Donner op het strafrecht.

Omdat ik zeer hecht aan preventie, leg ik de Kamer een motie voor die betrekking heeft op de maatschappelijke opvang en de vrouwenopvang. Met name de maatschappelijke opvang heeft heel veel raakvlakken met de criminaliteit en dus de veiligheid. De motie luidt als volgt.

De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het aantal mensen dat een beroep doet op de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang toeneemt;
constaterende dat in de organisaties voor de maatschappelijke opvang sprake is van personeelstekorten, een te hoge werkdruk en een toename van de onveiligheid;
overwegende dat er meer gedaan moet worden aan preventie, nazorg en sociale reïntegratie;
verzoekt de regering in 2003 €25 mln toe te voegen aan de middelen voor de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang,
en gaat over tot de orde van de dag.

Voor wie het nog niet weet: maatschappelijke opvang is de opvang van daklozen. Dat zijn de mensen die het allemaal niet meer voor elkaar kunnen krijgen, op welke manier dan ook. Het zijn de mensen die eruit geduwd of eruit gevallen zijn. De organisaties die deze mensen namens ons allemaal opvangen, zeggen de zorg voor deze mensen graag te willen verbeteren. Zij willen deze mensen perspectief bieden. Dat kost dit kabinet niet meer dan 25 mln euro. Voorzitter, waar praten wij dan over?

Over het inkomensbeleid zijn reeds twee moties ingediend, door de heer Rosenmöller en door mevrouw Van Nieuwenhoven, die de steun van mijn fractie hebben. Ik zal er geen derde motie aan toevoegen. Ik wil er wel iets over zeggen. Ik weet niet of ik het kan zeggen. Ik vind het echter asociaal. De minister-president heeft een unieke kans laten lopen om een streep te trekken. De minister-president had moeten zeggen: er is een armoedeprobleem in het land, er zijn een miljoen huishoudens op of onder de armoedegrens en wij hebben 360.000 kinderen die opgroeien in armoede. Ik zal niet refereren aan de christelijke achtergrond van de minister-president, maar hij had een streep kunnen trekken. Hij had tegen de VVD en de LPF moeten zeggen: luister eens, dit is een brug te ver en wij blijven met onze vingers af van die mensen. Wij zorgen ervoor dat deze mensen hun koopkracht behouden. Daarmee had hij een signaal afgegeven en had de minister-president bij ons wat dat betreft enig krediet gekregen. Wat hij nu doet, is asociaal en kan niet. Wij steunen daarom van harte de moties die hierover zijn ingediend.

Ik kom bij de integratie. Wij hebben een minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Mijn fractie vindt dat een foute benadering. Er is reeds te zien dat minister Nawijn voor 99% in de publiciteit komt met betrekking tot de vermindering van de instroom. Ik heb hem nog maar amper horen spreken over de integratie. Ik heb het niet gezien in de stukken. Daar is ook sprake van die wanverhouding, net als in het betoog van de minister-president. Misschien is het een verkeerde prioriteitstelling. Misschien is het een gebrek aan ideeën. Het staat echter vast dat de minister-president liever niet meer herinnerd wordt aan de uitspraken in het schoolblad van de CNV. Hij zegt daarin: eigenlijk zouden scholen maximaal 20% aan allochtonen moeten hebben. Hij zegt daarin ook, uitgaande van het principe van scholen als buurtscholen, bereid te zijn eventueel de vestigingspolitiek ter discussie te stellen. Ik heb de quotes bij me. Ik kan de minister-president ermee confronteren. Ik ga daar nu niet verder op in. Ik stel vast dat er sprake is van een ideeënarmoede. Zoals bekend heeft mijn fractie er al vele malen op aangedrongen dat de Kamer een parlementair onderzoek moet houden naar de vraag hoe de miljarden die geïnvesteerd zijn in de integratiepolitiek zijn besteed. Die hebben immers buitengewoon weinig opgeleverd. Er is een nieuwe regering, die of de verkeerde prioriteiten stelt of te weinig ideeën heeft. Er is een nieuwe Kamer, die mogelijk fris wil aankijken tegen dit idee van de SP.

De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het integratiebeleid tot nu toe onvoldoende geslaagd is;
van mening dat het gewenst is te onderzoeken welke oorzaken daaraan ten grondslag liggen;
van mening dat een dergelijk onderzoek de bouwstenen kan aandragen voor een nieuw te formuleren beleid;
besluit tot het instellen van een parlementair onderzoek naar het gevoerde integratiebeleid,
en gaat over tot de orde van de dag.

Ik heb nog twee punten.
Ik ben geschokt door de mening van de Nederlandse regering over Irak. Ik steek dat niet onder stoelen of banken. Ik doel op de mening dat de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk geen VN-resolutie nodig zouden hebben om een oorlog te beginnen in het Midden-Oosten. Een veto van een of meerdere landen in de VN kan ons niet tegenhouden het noodzakelijke te doen respectievelijk te steunen, zei de minister-president. Mij schokt dat, temeer omdat ons land niet alleen de thuisbasis is van het internationaal recht, maar omdat Nederland altijd gezegd heeft dat de internationale rechtsorde ons aan het hart gaat. Het staat ook in onze Grondwet. Ik snap werkelijk niet hoe het kan dat de minister van Buitenlandse Zaken bij de Verenigde Naties zegt dat het mooi is dat de VS naar de Veiligheidsraad gaat, maar dat als de Veiligheidsraad "nee" zegt het noodzakelijke moet gebeuren en Nederland achter de Verenigde Staten blijft staan. Een "slip of the tongue"? De minister-president heeft het vandaag echter herhaald.

De Verenigde Staten hebben hun oorlogszuchtige taal aan het adres van Irak gerechtvaardigd met eerst: wij hebben het recht ons te verdedigen na 11 september; daarna: de VN-inspecteurs moeten erin; vervolgens: de massavernietigingswapens moeten weg, en vervolgens daarna: het regime moet weg. Ik vraag de minister-president welke van deze vier casi belli voor hem reden is of zijn om te zeggen: oké, dan maar eventueel zonder een mandaat, zonder een expliciete resolutie van de Veiligheidsraad. Ik snap het werkelijk niet. Ik vind het onbegrijpelijk en het staat ook niet in de Nederlandse traditie.

Ik kom nu tot de politieke afronding. Wij moeten blijkbaar nog op veel punten de nadere voorstellen van het kabinet afwachten, maar de grote lijnen zijn inmiddels duidelijk. Mijn fractie is van oordeel dat het een en ander een gemiste kans is. Daar waar hoop en vertrouwen hadden kunnen worden geboden ondanks de slechte economische vooruitzichten, heeft het kabinet besloten de eerste weg rechts te kiezen, waar de SP had besloten de eerste weg links te kiezen. Het volk koos voor Balkenbrij. Ik zal maar bekennen: ik lust het rauw. Met betrekking tot die pindakaas moet ik zeggen: daar zit wat in. U weet waarmee Evert van Benthem twee Elfstedentochten heeft gewonnen. De kracht daarvan gevoegd bij de vitaminen van de tomaten die op 15 mei zijn geoogst, maakt dat deze oppositie er in ieder geval blakend van zelfvertrouwen op staat.

Prinsjesdag 2002

 

Delen via sociale media Informatie over delen en sociale media
SP Nieuws

Laatste berichten

VANDAAG
NIEUWS
GISTEREN
NIEUWS
IN DE MEDIA
DINSDAG 15 APRIL
NIEUWS
IN DE MEDIA
MAANDAG 14 APRIL
NIEUWS
ZATERDAG 12 APRIL
NIEUWS
IN DE MEDIA
VRIJDAG 11 APRIL
NIEUWS
IN DE MEDIA
Studio SP
top