Afgelopen vrijdag, 12.00 uur. Mijn straat, mijn stad, mijn land, mijn continent was drie minuten stil. De eensgezindheid over de veroordeling van de aanslagen op duizenden onschuldige, nietsvermoedende, Amerikaanse burgers werd zo op waardige wijze getoond. Allen die ik over die drie minuten sprak vonden het een bijzondere ervaring. Snellen we normaal altijd maar langs elkaar heen, nu stonden we allemaal stil (letterlijk en figuurlijk) bij wat ons allen bindt, namelijk onze weerzin, onze afschuw over wat er vorige week in New York, Washington en Pittsburg is gebeurd. We zijn daar tégen, omdat we vóór een manier van leven zijn waarin we de ander niet met wapens te lijf gaan.
De getoonde samenhorigheid zou echter geen uitzondering moeten zijn, maar regel. De ramp van de elfde september heeft laten zien hoe kwetsbaar, wondbaar ieder van ons is op deze wereld die kleiner en kleiner wordt. Al zijn we met zes miljard mensen en kent de aarde een gigantisch oppervlak, door de voortschrijdende technologie die een snelle en goede nieuwsvoorziening mogelijk maakt ontstaat er bij zo'n ramp een gevoel van lotsverbondenheid op een manier die ík in ieder geval nog nooit eerder heb mogen ervaren. We zijn elkaars buren geworden. Wat bij de een gebeurt, raakt onmiddellijk de ander. Of we nu willen of niet: we zijn letterlijk wereldburgers geworden.
Hoe negatief de aanleiding voor deze overpeinzing ook mag zijn, hij lijkt
mij daarom niet minder waardevol. Zou er een moment komen waarop we ons
in gelijke mate het lot van alle slachtoffers van terreur, onderdrukking
en uitbuiting aantrekken? Ongeacht nationaliteit, ras of religie? Zou
er een moment komen waarop we ons verontwaardigd kunnen tonen over elke
vorm van onrecht, ongeacht waar het toeslaat en wie het treft? Zouden
we een wereld kunnen bouwen waarin de waardigheid van élk individu
gerespecteerd zal worden, en recht gedaan wordt aan de gelijkwaardigheid
van álle mensen, een wereld waarin mensen in gelijke mate kunnen
profiteren van welvaart en welzijn en waarin solidariteit een vanzelfsprekendheid
is?
Of dit alles een illusie is? Wie zal het zeggen? Maar dan nog koester
ik liever deze illusie, deze utopie dan te moeten leven met de gedachte
dat elke dag een elfde september kan zijn. Een dag die komt en weer voorbij
gaat, wachtend op het volgende voorbeeld van schreeuwend onrecht. Ik wil
optimistisch blijven over de toekomst, en daarom wil ik niet cynisch maar
realistisch kijken naar het heden en de toekomst.
De ramp die de VS vorige week trof heeft een momentum gecreëerd dat de wereld en met name de verantwoordelijke politici zouden moeten gebruiken voor een moment van bezinning, reflexie op de richting die de wereld op gaat. Waar komt dat fundamentalisme, dat fanatisme, die haat vandaan? Is er een relatie met langdurig bestaand onrecht? Is er een verband met de uitzichtloosheid van velen? Al zal een direct oorzakelijk verband nooit kunnen worden aangetoond, en zullen we de gevolgen van de daden van zieke geesten nooit helemaal kunnen ontlopen; het besef dat we wereldburgers zijn en dus allemaal verantwoordelijkheid dragen voor het welbevinden van alle andere wereldburgers moet op zichzelf voldoende reden zijn voor de genoemde bezinning.
Want, paradoxaal genoeg, hoewel onze financiële, economische en
technische middelen rijker voorradig zijn dan ooit tevoren, worden de
mondiale tegenstellingen alleen maar groter en groter. Een paar voorbeelden:
Het inkomensverschil tussen de 20% rijkste landen en de 20% armste landen
steeg van een factor 30 in 1960 naar een factor 74 eind jaren negentig.
Het aantal mensen dat moet leven van 1 dollar per dag is in de laatste
jaren gestegen van 1 miljard naar 1,2 miljard. Er wordt meer geld uitgegeven
voor de ontwikkeling van cosmetica dan voor onderzoek naar medicijnen
tegen tropische ziekten en HIV- en Aids-besmetting.
Het ergste is nog wel dat er voor zo velen geen zichtbaar perspectief
is op fundamentele verbetering van hun leven. Vele mensen leven in totaal
uitzichtloze omstandigheden. Hun dageraad wordt elke dag begeleid door
het besef dat ook de nieuwe dag geen uitkomst zal brengen. Teleurstelling
en frustratie staan op het dagelijkse menu van hun leven. Berusting en
woede daarover wisselen elkaar af. De georganiseerde woede leidt niet
zelden tot conflicten, steeds vaker ook gewelddadige conflicten. De meest
creatieven en de meest ambitieuzen zoeken hun heil in het rijke Westen,
mits men de hindernissen kan nemen en zich toegang kan verschaffen tot
de 'hoorn van overvloed'.
De grote tegenstelling tussen kansrijken en kansarmen is niet alleen onrechtvaardig, zij is ook gevaarlijk. Vele regionale conflicten vinden hun oorsprong in deze sociaal-economische tegenstelling, ook al nemen die conflicten niet zelden de vorm aan van religieuze of etnische tegenstellingen.
Terug naar vorige week.
De ontzetting, de verontwaardiging over de moord op duizenden onschuldige,
nietsvermoedende mannen, vrouwen en kinderen is groot. Het duivelse raffinement
waarmee de aanslagen zijn gepleegd heeft de wereld verbijsterd. Uit de
loop van de gebeurtenissen van die elfde september blijkt dat het moeilijk,
zo niet onmogelijk is, om onze samenleving absolute bescherming te bieden.
Effectieve en sluitende wapening, letterlijk en figuurlijk, tegen deze
vormen van terroristisch geweld is vrijwel een illusie. Naar de mening
van de SP-fractie staat de wereldgemeenschap twee dingen te doen. Op de
eerste plaats zullen de organisatoren, financiers en helpers van deze
wandaad moeten worden opgespoord en berecht. Op de tweede plaats, en deze
opdracht is nóg moeilijker dan de eerste, zullen terroristen moeten
worden geïsoleerd. Dat kan alleen door de voedingsbodem voor fanatisme
en daaruit voortkomend terrorisme te bestrijden door de tegenstellingen
in de wereld te verkleinen en te maken dat alle mensen daadwerkelijk iets
te verliezen hebben.
Al eerder heeft mijn fractie respect geuit voor de wijze waarop de minister-president
op zijn persconferentie meteen na de aanslag zijn leedwezen en solidariteit
betuigde met het Amerikaanse volk mijn fractie heeft zich daar
graag volledig bij aangesloten maar anderzijds ook opriep tot een
beheerste reactie. Hij sprak 'de vurige wens uit dat wij hier, maar ook
het Amerikaanse volk, kans zal zien om in waardigheid op deze vernedering
te reageren. (
) Op een wijze die recht doet aan de waarden die wij
gezamenlijk in onze democratie vertegenwoordigen.' Ook bij deze opmerkingen
sluit mijn fractie zich van harte aan.
Immers de vrees is niet ongegrond dat de aanslagen van vorige week het
begin vormen van een nieuwe keten van ongekende vormen van terreur en
vergelding. Dat is ook de reden waarom mijn fractie geschrokken is van
het woord 'oorlog' dat eerst door Bush en nu ook door onze eigen minister-president
in de mond is genomen, als het opsporen en berechten van de verantwoordelijken
voor de aanslagen wordt bedoeld. Het gebruik van het woord 'oorlog' roept
onmiddellijk de vraag op: Oorlog met wie? Met een bende terroristen? Met
een land, een groep van landen, een continent? Met een geloofsgemeenschap,
of een etnische bevolkingsgroep? Met een ideologie? Nu nog niet onomstotelijk
vast staat wie de verantwoordelijken zijn, nu bijgevolg ook nog niet duidelijk
is wat de te volgen strategie zou moeten zijn om de verantwoordelijken
aan te pakken, kan het uitroepen van 'een oorlog' een eerstvolgende stap
zijn in het escalatieproces waar velen terecht zo bevreesd voor zijn.
Als terroristen angst willen zaaien door middel van georganiseerd geweld
gericht tegen burgers, dan moeten wij voorkomen dat zij hun zin krijgen.
Kost wat kost moet voorkomen worden dat de wereld in een crisis gestort
wordt die op termijn een bedreiging kan vormen voor de wereldvrede en
nog meer onschuldig bloed kan doen vloeien.
Wat zijn de implicaties van het activeren van artikel vijf van het NAVO-verdrag?,
zo vraag ik de MP. Wat is de rol van de VN in deze 'oorlog tegen het terrorisme'?
Waar zal die 'oorlog' uit bestaan? En, waarom is er nu we volgens
de MP 'in oorlog' zijn dan zo weinig aandacht voor geweest in de
troonrede?
Het is al vaker gezegd: Beschaving is een wankel bruggetje over het ravijn van de barbarij. Het is onze taak te blijven vechten voor het behoud van die brug, hier en elders op de wereld, door de strijd aan te binden met geweld, agressie én onrecht. Naar mijn mening is het daarom een vergissing om de aanslagen in de VS te bestempelen als een daad van agressie tegen alléén de Westerse wereld. Het is een daad van agressie tegen álle mensen die menselijke waardigheid en verdraagzaamheid hoog in het vaandel voeren, of zij nu in Amerika wonen of in Nederland; in Israël of Egypte; in Soedan of Zuid-Afrika; of ze nu christen zijn of moslim; atheïst of boeddhist. We moeten de verontwaardiging niet exclusief voor onszelf claimen en anderen daarmee gewild of ongewild buiten sluiten. Terecht zei dominee Van der Leer afgelopen zaterdag bij de landelijke herdenkingsdienst in de Dom van Utrecht: 'Laat ons beseffen dat de scheidslijn tussen goed en kwaad niet loopt tussen christen en moslim.' Graag voeg ik daar aan toe: en ook niet tussen het Westen en de rest van de wereld.
In de klas van mijn dochter hielden de kinderen vrijdag geen drie maar
vier minuten stilte. Ze deden dat op eigen initiatief, drie minuten voor
de doden in Amerika en één minuut voor alle andere slachtoffers
van agressie en geweld.
In de getoonde eensgezindheid in de afschuw over de aanslagen in de VS
ligt iets heel positiefs besloten: de bereidheid te staan voor menselijkheid,
oprechtheid en de wil in vrede samen te leven. Het is de moeite waard
die waarden eensgezind vast te houden.
Volg ons