De Volkskrant, 9 augustus 2008
Door Kim van Keken en Hans Wansink
Echt slapeloze nachten heeft SP-leider Agnes Kant nog niet. Korte nachtjes wel. Haar staat een vuurdoop te wachten, vlak na Prinsjesdag. Tijdens de Algemene Beschouwingen, het belangrijkste politieke debat van het jaar debuteert Kant als oppositieleider. Dan moet ze met flitsende oneliners het kabinetsbeleid afserveren. En in één moeite uitnodigende vergezichten openen naar wat zij noemt “een socialere, eerlijkere en menselijkere wereld”.
Het Debat is pas over een week of zes, maar de kersverse fractieleider van de SP is volop aan het filosoferen, praten en schrijven. Een korte vakantie, of wat daarvoor moet doorgaan, viert zij in haar eigen achtertuin in Doesburg. Maar zodra de koopkrachtplaatjes bekend worden en duidelijk wordt wie er op achteruit gaat, zal ze van zich laten horen.
Want als grootste oppositiepartij kwam de SP het laatste jaar wat flets over. Op een soepele leiderswisseling na, was de partij weinig in beeld. Kant heeft daar wel een verklaring voor: “Dit kabinet doet heel weinig. Als er niets gebeurt, kun je er ook geen kritiek op hebben. De komende tijd zullen we zelf de agenda bepalen. Als het kabinet niet met oplossingen komt, moeten wij het maar doen.”
De SP zal onder Agnes Kant niet opeens een andere partij worden. Maar ze gaat het profiel van de partij wel aanscherpen, vertelt ze in een lang gesprek op een Haagse binnenplaats. Ze wil van het beeld af dat de SP met de rug naar de wereld staat. Vandaar dat “internationale solidariteit” één van Kants drie speerpunten zal worden.
Maar eerst even terug naar het afgelopen politieke seizoen, waarin het Wilders en Verdonk waren die er met het chagrijn van de kiezers vandoor gingen. De laatste staat in haar eentje in de peilingen even hoog als de SP met zijn vijfentwintig Kamerzetels. Hoe komt dat?
Kant kaatst de bal eerst maar eventjes terug. “Waar staat Verdonk voor? Kunnen jullie me dat vertellen? Ik denk dat ze populair is door het gebrek aan vertrouwen dat de kiezer heeft in dit kabinet. Er wordt een hoop gedraaid in Den Haag en veel politici zijn niet duidelijk. Beloften worden niet nagekomen.”
Ze noemt het onderzoek naar de oorlog in Irak. “Het wekt geen vertrouwen dat de waarheid niet naar boven mag komen.” En dan de discussie over het Europese referendum. “Daarover mag Nederland na het eerste nee plots zijn mening niet meer over geven. Ik vind het schokkend dat meneer Timmermans na het Ierse nee even de grote broek aantrekt. Dan begint de staatssecretaris op tv over angst van de Ieren voor Europa. Wie is hier nou bang? Hij is dat voor de Nederlandse kiezer.”
“Mensen tellen dat allemaal op en denken dan: het is een zooitje in Den Haag. Dan zoeken ze naar iets nieuws. Iets dat on-Haags is. Iets dat afwijkt.”
Verdonk dus, in plaats van de SP. “Je merkt dat ons verhaal niet meer zo beklijft op dit moment. Terwijl we zelf amper zijn veranderd. Dat is het gekke. Als je maar lang genoeg meedraait, dan word je misschien toch gezien als onderdeel van het establishment. Mensen zien ons ten onrechte als: o, die horen er ook al bij. Dat trek ik me aan. Ik vind dat we duidelijker moeten maken dat wij het anders willen.”
Kant voelt er evenwel niets voor om in te spelen op wrijvingen tussen bevolkingsgroepen. “Als ik de islam bash, krijg ik vast aandacht. Als wij willen, kunnen we elke dag in het nieuws komen door heel lelijke dingen te zeggen. Maar wij maken geen onderscheid tussen mensen. Het zit ’m niet in godsdienst, maar vooral in het feit dat we niet samenleven. Dat we niet samen naar school gaan en niet samen wonen. Dat is verontrustend. We moeten verschillen bestrijden, daar waar ze leiden tot onrechtvaardigheid.”
Sinds 2002 regeert het CDA van Balkenende, eerst met de VVD en D66, sinds 2006 met de PvdA en de ChristenUnie. Agnes Kant ziet nauwelijks verschil: “Dat Balkenende het voor elkaar krijgt om zo weinig van zijn koers af te wijken is een prestatie van formaat. De PvdA heeft daarmee ingestemd, terwijl die partij toch door had moeten hebben dat mensen het écht anders willen.”
Ook Balkenende IV is, zoals Kant het noemt, “weinig inlevend”. Minister Donner van Sociale Zaken is daarvan volgens Kant de exponent. “Hij kan zich niet verplaatsen in de positie van de gemiddelde werknemer.”
Na anderhalf jaar oppositievoeren concludeert Kant: “Het is ondenkbaar dat wij bij dit kabinet aangeschoven zouden zijn. Ook voor de mensen die op ons hebben gestemd.”
Toch wringt het een beetje. De SP was de grote winnaar van november 2006: van 9 naar 25 zetels. Toch werd al snel duidelijk dat de SP buiten de nieuwe regering zou blijven. Kant was nauw bij de formatie betrokken. “De kiezer had gesproken, en wilde echt iets anders. Met die insteek ging Jan Marijnissen de eerste oriënterende gesprekken in. Maar het was al meteen volstrekt duidelijk dat het CDA niet met de PvdA en de SP in één kabinet wilde. Toen is Jan buiten gezet.”
De PvdA houdt echter vol dat de socialisten meteen afhaakten omdat ze gewoon geen regeringsverantwoordelijkheid wilden nemen. “De PvdA komt het natuurlijk goed uit dat verhaal de wereld in te helpen. Maar het is gewoon niet waar. PvdA-leider Bos had ook kunnen zeggen: ik ga met Marijnissen mee naar buiten. Want wij willen wél met de SP. Dat deed Bos niet. Hij zat erbij en keek ernaar.”
Voor Agnes Kant is het socialisme het streven naar een maatschappij die “socialer, eerlijker en menselijker” is. “Mijn maatschappij ziet er zo uit dat de overheid nÃet alles regelt, maar wel zorgt dat mensen verantwoordelijkheid kunnen nemen. We moeten naar elkaar omkijken, niet wegkijken. De overheid moet daarin het goede voorbeeld geven.”
De overheid heeft te veel de handen afgetrokken van mensen die zich inzetten voor de publieke zaak: artsen, verpleegkundigen, leraren, politiemensen. In plaats van dat zij zelf hun werk naar beste inzicht kunnen inrichten, worden ze gewantrouwd en moeten zich continu verantwoorden. En daarmee ontstaat enorm veel papierwerk zodat er van het eigenlijke werk te weinig tijd overblijft. “Je maakt van mensen in de thuiszorg uitvoerders die op de klok kijken, dat noem ik de stopwatchzorg.”
Opmerkelijk is dat Kant de nadruk legt op de internationale solidariteit. “Het is een misverstand te denken dat wij ons zo heftig bemoeien met Europa omdat wij anti zijn. Wij maken ons juist grote zorgen over de toekomst van Europa. Wij willen dat sociale problemen en milieuvraagstukken worden opgelost. De richting nu is echter: een Europese markt inrichten waarin de hele boel wordt geliberaliseerd.”
Voor haar doen is Kant – nooit een gebrek aan adrenaline – tijdens de sessie met de Volkskrant ontspannen. Ze praat honderduit, maar blijft beheerst. Tot de internationale houding van de SP ter sprake komt. Fel: “Het gekke is dat je volgens anderen met de rug naar de wereld staat als je afwijkende opvattingen hebt over buitenlandse politiek. Dat is toch raar.”
“Staan wij met de rug naar de wereld omdat wij vinden dat bommen op Afghanistan en Irak geen oplossing zijn? Ik dacht het niet!”
Internationale solidariteit is dat je internationale afspraken maakt voor een eerlijke wereldhandel, voor voldoende toezicht in plaats van verdere liberalisering van de financiele markt om een kredietcrisis te voorkomen.
“Buitenlandse politiek betekent echt iets doen aan de klimaatbeheersing zodat Bangladesh niet onder water loopt. Alles wat met globalisering te maken heeft, schreeuwt om solidariteit.”
Nederland veramerikaniseert, vindt Kant. Zij ziet een groeiende kloof tussen laagopgeleide ploeteraars en hoog opgeleide tweeverdieners. “Ik neem aan dat we in Nederland geen groep werkende armen willen. Zoals in Amerika waar je drie baantjes moet hebben om rond te komen.”
Toch ziet zij de inkomensverschillen toenemen. “Neem de postbode. Post bezorgen was vroeger een baan waar je een gezin van kon onderhouden. Nu lopen er in een straat postbestellers rond, die je ook al geen postbodes meer mag noemen. Die concurreren met elkaar voor een stukloon. Waar ze niet eens meer van kunnen leven.”
“We zijn niet tégen verschillen, wel tegen onverschilligheid. We moeten het toekomstbeeld van de werkende armen bestrijden. Het kan allemaal eerlijker. En dat hoeft niet via belastingschijven. Het is ook niet zo dat we bijvoorbeeld vanaf volgend jaar de hypotheekrente afschaffen. We willen wel wat aan de excessen doen. Gewone belastingbetalers hoeven niet mee te betalen aan een huis van een miljoen. Eerlijker kan ook door bijvoorbeeld de ziektekostenpremieheffing voor een veel groter deel inkomensafhankelijk te maken.”
En de Partij van de Arbeid? Wordt het nog wat met de progressieve samenwerking? “Als we in de toekomst meedoen in het kabinet, is de kans groot dat we gaan samenwerken met de PvdA. Tenzij die partij het zo voor de mensen verhabbezakt dat we de hele achterban moeten overnemen. Dat laatste is een scenario, maar geen doel op zichzelf. Ik blijf voor een zogeheten sociale alliantie, samenwerken met links.”
“Maar voor zo'n alliantie hebben we nu wel een probleem. Ik kan het initiatief wel nemen, maar de PvdA is hopeloos verdeeld. Ik kan niet met alleen met de linkse helft in gesprek, want ik krijg ook te maken met die andere helft. Het is lastig praten wanneer je niet weet met welke PvdA je op dat moment te maken hebt.”
“Laat ze het eerst maar even zelf uitzoeken. Ik zal de samenwerking wel opzoeken, maar weet nog niet hoe. Ik ben koud vier weken fractievoorzitter. Tichelaar, de vorige fractievoorzitter, zei dat hij de randen van het regeerakkoord ging zoeken, maar ik merk er geen ene moer van. Maar ja, we zullen ze helpen zoeken.”
Meld je nu aan voor de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP: