Tekst: Marc Janssens
Harry van Bommel (1962) heeft zich onlangs opnieuw laten inschrijven bij de Rooms-Katholieke Kerk. ,,De kerkgang biedt mij een wekelijks moment van rust, bezinning en gebed, dat ik niet graag oversla’’, aldus de SP’er die landelijke bekendheid kreeg door zijn leidende rol in de neecampagne tegen de Europese grondwet. Van Bommel kan niet genoeg benadrukken dat de opvolging van Jan Marijnissen als partijleider van de SP absoluut niet aan de orde is. Desondanks zegt hij: ,,Ik denk dat ik me er wel toe in staat acht.’’
Hij is een van de bekendste gezichten van de SP, maar werd naar eigen zeggen pas laat lid van de partij, die sinds haar oprichting aan een haast onstuitbare opmars bezig is. ,,Ik was al 24 en had zes jaar lang wel gestemd, maar daarbij bewust blanco gekozen. In de reguliere partijen zag ik niets. Klein links was voor mij te stoffig. Daar hadden ze grote idealen, maar in de praktijk deden ze weinig. Toen de SP in 1986 voor een actie bij mij thuis in Zwolle aan de deur kwam, ben ik me stevig in de partij gaan verdiepen en besloot ik lid te worden. Op dat moment was de SP landelijk nog volstrekt onzichtbaar en in mijn woonplaats Zwolle zat ze niet in de gemeenteraad. Toch viel alles op zijn plaats. De combinatie van grote idealen en concrete actie, de succesformule van de SP, sprak mij geweldig aan. Nu ben ik al 21 jaar lid van de partij en ik heb er geen moment spijt van gehad.’’
De ‘thuiskomst’ van Harry van Bommel bij de SP mag opmerkelijk genoemd
worden omdat hij van huis uit weinig van politiek had meegekregen. ,,Er
was bij ons thuis geen enkele politieke betrokkenheid en die is er nu
eigenlijk nog steeds niet. Mijn ouders steunen mij, maar zouden zich
nooit uit eigener beweging bij een politieke partij aansluiten. Wat
niet betekent dat er bij ons thuis niet over maatschappelijke
onderwerpen werd gesproken. Juist heel veel. Door het werk van mijn
ouders – mijn moeder zat in de verpleging en mijn vader aanvankelijk in
het onderwijs – was er in ons gezin veel aandacht voor het belang van
een goed georganiseerde publieke sector. Dat formuleerde ik toen
natuurlijk niet zo, maar het was aan alles merkbaar dat mijn ouders
sterk en langdurig bij de school van hun kinderen betrokken waren. De
maatschappelijke discussies van de jaren tachtig, het was de tijd van
de werkloosheid en bezuinigingen, werden ook bij ons aan tafel
gevoerd.’’
Vraag naar twee koekjes bij de koffie werd niet gesteld
De Van Bommels vormden een echt Brabants rooms-katholiek gezin met veel
gezamenlijke activiteiten. ,,Ik heb daar sterke herinneringen aan: als
gezin deden we allerlei dingen samen. Er werd bijvoorbeeld ’s avonds
altijd met elkaar gegeten en gediscussieerd. ’s Zondags gingen we
allemaal naar de kerk en na de kerk was het altijd samen bij ons thuis
koffiedrinken. We maakten lange wandelingen op zondag, wat later leidde
tot samen de avondvierdaagse lopen.’’
Het katholicisme was in huize Van Bommel een volstrekte vanzelfsprekendheid, herinnert Harry, vierde in het gezin van vijf kinderen, zich. ,,Daar werd eigenlijk niet veel over gesproken. Het was er gewoon, vooral op zondag, maar ook doordeweeks. Ik heb tot de vijfde klas van de lagere school op een jongensschool gezeten, omdat het katholieke onderwijs in de Brabantse dorpen van die tijd nu eenmaal gescheiden was. En meneer pastoor kwam natuurlijk op school langs. Verder heeft mijn vader het seminarie doorlopen en is een van mijn ooms priester geworden. Ik ben doordrenkt van het katholicisme. Het was voor mij trouwens tamelijk schokkend toen ik op elfjarige leeftijd na een verhuizing voor het eerst met meisjes in de klas werd geconfronteerd. Bovendien waren de tafels in groepjes tegen elkaar geschoven. Dát was ik niet gewend.’’
Van Bommels ouders mogen dan katholiek zijn, ze hebben iets calvinistisch in zich, vindt de SP’er. ,,Sowieso moesten ze van het echte roomse, het leerstellige van de kerk, minder hebben dan van het katholieke. Maar het sobere en de zuinigheid van het calvinisme en van het socialisme was bij ons thuis wel aanwezig. Wij hebben een periode van armoede gekend, toen mijn vader na de invoering van de Mammoetwet uit het onderwijs stapte. Hij volgde overdag de Hogere Archiefschool en gaf ’s avonds les om zijn gezin te onderhouden. Dat was echt sappelen. ‘Het hoeft niet op al is het lekker’ was bij ons een veel gehoorde uitspraak. De vraag of je twee koekjes bij de koffie kreeg, werd niet gesteld. Want het antwoord daarop lag toch wel vast.’’
Achter rebelse Van Bommel schuilt geen conservatief
Van Bommel ging in militaire dienst en kwam bij de AVNM terecht, de militaire vakbond die als brave en nette tegenhanger gold van de fel actievoerende VVDM. ,,Dat was geen bewuste keuze. Maar achteraf denk ik wel dat ik daar beter bij paste, hoewel je dat misschien niet zou verwachten gezien mijn rol in de SP nu. De AVNM was minder schreeuwerig, minder actie om de actie, en opereerde met goed onderbouwde argumenten. Die stijl sprak mij veel meer aan. Hetzelfde geldt voor de SP nu, we willen nooit zomaar wat roepen, maar altijd met een doordacht verhaal komen.’’
Het is niet de enige keer dat het imago van de actievoerende, rebelse SP’er wordt doorbroken door het beeld van een op waarden en normen gericht politicus. Toen hij nog gemeenteraadslid was in Amsterdam haalde Van Bommel het nieuws met zijn verzet tegen heroïneverstrekking aan prostituees en later kwam hij als Kamerlid in het geweer tegen smakeloze billboards en vunzige televisieprogramma’s. Het leverde hem zelfs het honende etiket ‘zedenpreker’ op. Schuilt achter de rebelse Van Bommel een conservatief politicus, die net zogoed bij een christelijke partij terecht kan? Nee, zegt de SP’er, al erkent hij dat politiek zich met waarden en normen moet bezighouden. ,,Als je al deze zaken uitvergroot, zou je kunnen denken dat het een belangrijke politieke boodschap van mij is. Dat is niet zo. Maar het is waar dat ik op een gegeven moment een open brief aan John de Mol heb geschreven over - naar ik meen - de Spermashow, waarmee hij in mijn ogen echt een fatsoensgrens overschreed. Hoe ver moet je gaan in het zoeken van de kijkersgunst en zijn er voor programmamakers helemaal geen normen? Ook de programma’s van Menno Buch, waarin mensen hun seksuele verlangens vervuld konden krijgen als hij het maar mocht filmen, vond ik echt smakeloos. Ik weet dat er politici zijn die vinden dat zij zich daarover niet mogen uitlaten. Maar dat vind ik flauwekul. Natuurlijk gaat de politiek niet over de inhoud van televisieprogramma’s. Maar als politicus vervul ik een publieke rol en als ik ergens een sterke beleving bij heb, laat ik dat horen en klim desnoods in de pen. En wat mijn afkeer van de heroïneverstrekking betreft: dat had te maken met mijn verzet tegen het afschrijven van mensen. Voor veel politici was dat de gedachte: geef ze heroïne dan heb je geen overlast. Inmiddels is ons denken op dit punt verder ontwikkeld, want het blijkt dat sommigen gebaat zijn bij de tijdelijke verstrekking van heroïne. Op deze manier kunnen ze weer structuur in hun leven krijgen en vatbaar worden voor hulpverlening.’’
Wekelijkse kerkgang voor mij moment van bezinning
Politiek is met waarden omgeven, is de vaste overtuiging van Harry van
Bommel. Voor de SP staat vooral solidariteit centraal, een waarde die
nauw aansluit bij het katholicisme dat in het leven van Van Bommel een
grote rol speelt. Vorig jaar heeft hij zich, nadat hij zich eerder had
laten uitschrijven, zelfs weer aangesloten bij de rooms-katholieke
Sint-Petrus Bandenkerk in Diemen. Een grote nieuwe geloofservaring ging
daaraan niet vooraf. ,,Het past eerder bij mijn persoonlijke
ontwikkeling, zoals die zichtbaar was toen ik per se blanco wilde
stemmen. Als je jong bent, wil je als het ware strikt in de leer zijn.
En wanneer je je niet voor de volle honderd procent in de leer van de
kerk kunt vinden, kies je voor het andere uiterste en zegt: dan is het
mijn kerk niet meer. Met het verstrijken van de jaren – ik klink nu als
een oude zak – word je toch wat milder en kom je erachter dat je wel de
kerkdeur achter je dicht hebt gedaan, maar het geloof niet vaarwel hebt
gezegd en dat je kunt terugkeren naar die kerk.
Hoewel veel leerstellingen van de kerk de mijne niet zijn, speelt de kerk, en meer nog de geloofsgemeenschap, een belangrijke rol in mij leven. Juist als politicus heb je een druk en jachtig bestaan en moet je jezelf echt stil zetten. De wekelijkse kerkgang is voor mij een moment van gebed, bezinning, rust en een mogelijkheid te ontsnappen aan de hectiek van alledag. Ik vind het niet fijn als ik de kerkgang een week moet overslaan en probeer altijd wanneer ik in het buitenland ben een kerk op te zoeken.’’
Van Bommel staat een strikte scheiding van kerk en staat voor, maar erkent dat zijn politieke handelen niet geheel los van zijn geloof kan worden gezien. ,,Het is niet zo dat ik bid voordat we een concrete politieke beslissing moeten nemen, bijvoorbeeld de eventuele steun aan een militaire operatie. In het algemeen bid ik wel om wijsheid en kracht, maar verder vind ik het heel moeilijk om aan te geven in hoeverre mijn geloof of het katholicisme mijn standpunten bepalen. Ik hecht sterk aan de verantwoordelijkheid die wij als mensen hebben voor de aarde, noem het rentmeesterschap. Maar waar komt dat vandaan? Is dat het gevolg van een rationeel besef dat we de aarde vernietigen als we niet meer onze verantwoordelijkheid nemen, of ben ik hierin door mijn geloof geïnspireerd? De verantwoordelijkheid voor de medemens vind ik heel belangrijk. Solidariteit tussen jong en oud, gezond en ziek, arm en rijk: wat is dat anders dan naastenliefde? Solidariteit is een belangrijk beginsel in het SP-programma, maar de Bijbel is er ook van doordrenkt. Ik ben ermee opgehouden te achterhalen waar mijn overtuigingen precies vandaan komen.’’
Zoontje verloren door hersenvliesontsteking
Vijf jaar geleden, eind 2002, verloren Harry van Bommel en zijn
vriendin Jacqueline hun half jaar oude zoontje Marnix door een
hersenvliesontsteking als gevolg van een pneumokokbacterie. Een
gebeurtenis, die de rest van zijn leven aanwezig is, beseft Van Bommel.
,,Dat is niet iets wat je een plekje geeft, waarna je overgaat tot de
orde van de dag.’’ Het heeft zijn geloof in God niet beïnvloed, zegt
hij. ,,God staat daarbuiten, vind ik. Dat heeft met mijn Godsbeeld te
maken. Als je Godsbeeld er één is van de Almachtige God, die over alles
beslist, heb je een probleem. Tenzij je er iets mystieks in kunt zien
in de trant van: hier zal een bedoeling achter zitten, maar eentje die
ik niet begrijp. Zo heb ik God echter nooit gezien. Wat dat betreft heb
ik veel gehad aan het mooie boek van Harold Kushner, Als het kwaad
goede mensen treft. Hoe ik God dan wel zie? Ik heb me voorgenomen daar
geen uitspraken over te doen. Juist omdat ik dat erg privé vind. Het is
voor mij gemakkelijker om te zeggen hoe ik God niet zie, dan hoe ik Hem
wel zie.’’
De opleving van de rol van religie in het publieke debat kan Van Bommel
alleen maar waarderen. ,,De Nederlandse samenleving is doordrenkt van
religieuze invloed, veel meer dan mensen zich nog realiseren. En er is,
meer dan mensen denken, nog sprake van een verzuiling.’’ Godsdienst mag
dan een grote rol in de samenleving spelen, Van Bommel zal zelf geen
religieuze argumenten in het politieke debat gebruiken. Behalve die ene
keer over de Europese grondwet, toen minister Donner stelde dat
christenen eigenlijk voor de Europese grondwet zouden moeten stemmen.
,,Donner stelde dat je met de Bijbel in de hand als het ware vóór de
grondwet moest stemmen. In reactie daarop heb ik toen inderdaad met
verwijzing naar Bijbelteksten geschreven dat je op grond van dezelfde
Bijbel net zo goed tégen de grondwet kon stemmen. Ik zou die
verwijzingen nooit als eerste gebruiken, maar de stelling van Donner
móest weersproken worden.’’
De naam dr. no beschouw ik als een geuzennaam
Met de campagne tegen de Europese grondwet beleefde Harry van Bommel
zijn finest hour in zijn politieke loopbaan. Omdat Jan Marijnissen door
ziekte was geveld, werd hij het SP-gezicht van de neecampagne en kreeg
daarmee landelijke bekendheid. ,,Bij de campagne voor de Tweede
Kamerverkiezingen werd ik in Den Bosch nog aangesproken door een ouder
echtpaar dat me bedankte voor mijn inzet in de campagne tegen de
grondwet. Dat is anderhalf jaar later. Dat ik zo’n leidende rol mocht
spelen in een campagne die succesvol is geweest, is natuurlijk
prachtig. Ik heb er de bijnaam ‘Dr. No’ aan overgehouden, die ik als
een geuzennaam beschouw.’’
Tijdens campagnes is Van Bommel sowieso op zijn best, zegt hij. ,,Ik ben een echte campagneman. Ik krijg dan een soort koorts, campagnekoorts, waardoor ik echt alles opzij zet en me helemaal op de campagne richt. Dan word ik gedreven door een diepe overtuiging. Mijn oom Ben, die priester is, en ik hebben wel eens tegen elkaar gezegd dat ons werk veel overeenkomsten kent: je hebt een overtuiging, een groot verhaal en wilt dat met enthousiasme aan mensen overbrengen en die dan voor je winnen. Misschien dat ik daarom mijn korte tijd als leraar zo leuk vond.’’
Tijdens deze campagnes, maar ook in debatten op zijn terrein - Europees
en buitenlands beleid - lijkt Van Bommel niet gehinderd te worden door
enige vorm van twijfel. Is dat werkelijk het geval of weet hij die
vakkundig verborgen te houden? ,,Natuurlijk twijfel ik wel eens,
bijvoorbeeld als de Kamer tot een militaire operatie moet besluiten.
Dan vraag ik me af of militair optreden toch niet een middel zou kunnen
zijn om de mensen ter plaatse te helpen. Ook bij de toetreding van
Roemenië en Bulgarije tot de Europese Unie heb ik zeer veel getwijfeld.
Uiteindelijk hebben we als fractie tegengestemd, maar ik heb daarmee
erg geworsteld.’’ Die twijfel was er bij de Europese grondwet echter
niet, aldus Van Bommel. ,,Ik heb die helemaal gelezen en van voor naar
achteren bestudeerd en kwam tot de slotsom: die moet verworpen
worden.’’
De aandacht die Van Bommel trok bij de grondwetcampagne heeft hem in de
beeldvorming steeds meer in de positie gebracht als de tweede man van
de SP. Zelf benadrukt hij dat de vraag naar het lijsttrekkerschap op
geen enkele manier aan de orde is. ,,Jan Marijnissen gaat nog zeker
tien jaar mee. Er wordt binnen de partij niet over zijn opvolging
gesproken of nagedacht. Welke partij zou een lijsttrekker willen
kwijtraken die verkiezing op verkiezing weet te winnen?’’
Het zal waar zijn, maar geen enkele partij is gebaat bij een situatie waarin maar één in staat is partijleider te zijn. Acht Van Bommel zich ertoe in staat om als dat nodig is de partij te leiden? Ja, dat doet hij. ,,Ik zeg dat op basis van mijn Amsterdamse ervaring, toen ik ook politiek leider was en op basis van mijn ervaring tijdens de campagne tegen de grondwet, toen ik zowel een beweging moest leiden als ad hoc beslissingen moest nemen. Ja, ik zal me ertoe in staat achten.’’
Eerder verschenen in het Nederlands Dagblad op 12 mei 2007
Meld je nu aan voor de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP: