26 augustus 2006 - Algemeen Dagblad
In de negende en laatste aflevering van hun zomerserie vraaggesprekken met aanstormende, bekende of beruchte politici spreken schrijver Ronald Giphart en verslaggever Dylan van Eijkeren met het prominente SP-Kamerlid Harry van Bommel.
Zo, Harry, wat vond jíj nou van de val van het kabinet Balkenende II? Tevreden? Dapper van D66?
‘Er was geen weg meer terug voor D66.’
Wel, want in de kwestie-Oeroezgan was er voor Dittrich ook een weg terug.
‘Dat klopt.’
Verdonk had solo kunnen opstappen, er waren allerlei scenario’s. Moedig van D66?
‘Ik had het niet verwacht. Moedig? Als je moed definieert als doorgaan wanneer je bang bent, dan is het niet perse moedig, maar wel consequent. En dat is bijzonder in Den Haag. En daarom heeft Marijnissen ook een compliment uitgedeeld aan het adres van Lousewies van der Laan.’
D66 vindt zichzelf een linkse partij. Vind jij dat ook?
‘Dat vind ik niet. In sociaal-economische vraagstukken zitten ze op z’n minst rechts van de Partij van de Arbeid, maar ik denk dat je zelfs wel kunt zeggen dat ze rechts van het midden zitten. Het is in essentie gewoon een liberale partij. Ik weet wel dat sommige D66-ers zich als links afficheren, maar dat is niet de perceptie van de kiezer. D66-ers zijn wel mensen met wie je kunt discussiëren. Met VVD-ers is dat veel lastiger, die nemen een standpunt in en dat is het dan. Dat kun je aanhoren en dan mag je naar huis.’
Behalve als het gaat om buitenlandse politiek, want jij hebt toch stevige verbale sumoworstelwedstrijden met VVD-er Van Baalen?
Buitenlands politiek is inderdaad mijn terrein. Op dat terrein kan ik wél goed discussiëren met de VVD, omdat die standpunten niet door ideologisch oogpunt worden bepaald, maar door zaken als proportionaliteit, legitimiteit en effectiviteit.
Je bent ons nu een beetje kwijt.
Wat ik zeggen wil: met een partij als D66 kunnen wij heel interessante discussies hebben over de inrichting van Nederland en de democratie, met de VVD hebben wij die veel minder omdat we uitersten zijn in ideologieën. Als je het hebt over ideologie zit je al snel in de economische en ethische hoek met standpunten. Het standpunt van de VVD is grofweg: iedereen zoveel verdienen als hij zelf wil en zo min mogelijk belasting betalen. Daar denken wij zacht gezegd anders over.
Net als bijvoorbeeld GroenLinks
Ja, maar dat is weer een anti-autopartij. Zij zijn niet kritisch over autogebruik, maar simpelweg tégen auto’s. Zij denken: als we de auto’s de wereld uitdoen, hebben we ook geen auto’s meer nodig. Daarmee vergeten ze dat mensen hun auto’s gewoon nodig hebben. Wij proberen te redeneren vanuit de mens en menselijke behoeftes.
Waar begint links bij jou, in de Kamer?
‘Het aardige is dat ik in het beleid van de ChristenUnie ontzettend veel linkse trekken zie. Ik zeg altijd: voor mij zou het een goede tweede keus zijn.’
Jij bent ook christelijk?
‘Ja. Maar dat is het CDA ook, maar de christelijke identiteit van een politieke partij is voor mij niet het uitgangspunt.’
ChristenUnie zou voor jou een beter alternatief zijn dan de PvdA?
‘Jazeker.’
Wij waren pas op een lezing van ChristenUnie-voorman André Rouvoet. Daar bleek ons dat de Bijbel het uitgangspunt moet zijn voor al je politiek handelen. Dat zie je niet als een probleem?
‘Nou, ik ben geen christen die zich in zijn politiek handelen zou laten leiden door de Bijbel.’
Vind je dat fundamenteel verkeerd voor een politicus?
‘Nee, maar voor mij persoonlijk werkt het niet zo. Maar ik vind wel dat de ChristenUnie op een verantwoorde en heel aansprekende wijze politiek bedrijft. Daarbij, en daar houd ik van, zijn ze 100 procent puur en oprecht. Ik ben het niet met al hun standpunten eens, maar dat ben ik bij de SP ook niet.’
Huh, mag dat dan? Welke dan niet?
‘Er is in de partijraad, ons hoogste orgaan, een discussie gevoerd over opkomstplicht bij verkiezingen. Daar was Marijnissen het mee eens, maar ik niet.’
Is het wel gezellig op de partijcongressen?
‘Er komen alleen afvaardigingen, een op de vijftig leden mag maar komen. Erg leuk, gasten uit het buitenland, na afloop speelt er altijd een band.’
Eén op de vijftig? Hoe kan dat?
‘Anders wordt het te druk. We hebben alleen al 2800 leden in Amsterdam.’
Veel politici hebben ons gezegd voorstander te zijn van een tweepartijenstelsel. Als jij die mening deelt zijn we al een stuk verder bij de totstandkoming.
‘Ja, maar ik vind het dan weer geen goed idee. Het líjkt er overzichtelijker op te worden, maar in praktijk is dat niet zo. Omdat je binnen een partij zoveel facties zou krijgen, zoveel richtingen, dat het niet echt één partij meer is, zoals Labour in Engeland.’
Wat heeft jou bezield om de bloei van je leven aan de politiek te geven?
‘Ik ben nu twintig jaar actief in de SP, maar ik heb nooit een carrière in de politiek gepland. Ik wilde eigenlijk journalist worden, ik wilde een vorm van bemoeizucht beoefenen, eigenlijk. En als je je overal mee wilt bemoeien, kun je gaan schrijven. Ik werd lid van de SP-afdeling in Zwolle, waar ik aan de lerarenopleiding Nederlands en Engels deed omdat ik werd uitgeloot voor de School voor Journalistiek.’
Maar waarom werd je lid van de SP?
‘Ik had tot 1986 altijd blanco gestemd omdat ik niets van mijn gading vond. Ik vond het te weinig idealistisch, zelfs als ze hun programma zouden mogen uitvoeren, zou de wereld er niet van veranderen. Toen kwam ik de SP tegen. Ik dacht: dat zijn idealen die verder reiken dan de smalle marges die ik elders zag. De SP was zijn tijd ver vooruit: immigranten zouden verplicht Nederlands moeten leren, ze zouden verplicht worden in te burgeren – al noemden we het “kennis nemen van gebruik en gewoonten in Nederland”. Dat was in die tijd in de linkse beweging absoluut not done. Het Turks is ook een hartstikke mooie taal, zo was de redenering - wíj werden verketterd.’
Hoe stoomde je op binnen de rangen van de SP?
‘Als ik ergens lid van word, word ik ook actief lid: dat is dat bemoeizuchtige van me.’
Gloorde er direct een politieke carrière voor je?
‘Welnee, jòngens, er was niet eens het perspectief dat de SP in de Kamer zou komen. We zaten in Zwolle niet eens in de gemeenteraad. Ik was buitenparlementair actief, ik voerde actie. We zorgden dat huren betaalbaar bleven, dat de bibliotheek open bleef, dat het zwembad open bleef, dat bepaalde wegen er wel of niet kwamen. Als je dat soort werk leuk vindt, dan zit je bij de SP goed. Naar de mensen toe, ik houd ervan, ik doe het nog steeds.’
Nu zitten jullie al geruime tijd in de Kamer, maar de kans dat jullie ooit regeringsverantwoordelijkheid zullen dragen is natuurlijk nihil.
‘Ben ik helemaal niet met jullie eens. Wij winnen al sinds onze oprichting, 34 jaar geleden, alle verkiezingen. Gemeentelijk, provinciaal, landelijk: wij halen altijd meer stemmen dan we verkiezingen daarvoor deden. Dat moet er op een gegeven moment mee eindigen dat we in de regering komen.’
Nu stonden jullie in 2003 in de peilingen op 24 zetels, maar uiteindelijk hebben jullie op 9 quitte gespeeld. Blijkbaar hebben de kiezers het toch niet met jullie aan gedurft.
‘Klopt, in 2003 waren wij voor kiezers geen keuze als het ging om de macht. Er was bij die verkiezingen een premiersrace, en dan zie je dat mensen dan toch maar weer voor de PvdA kiezen. Dat is altijd een van de valkuilen. Tot het moment dat we voldoende groot zijn.’
Zijn mensen niet gewoon bang voor jullie als regeringspartij? Misschien willen kiezers jullie liever waar jullie goed in zijn: als oppositiepartij.
‘Tja, wellicht is het nodig om in de vier grote steden eerst maar eens in het college te zitten en te laten zien dat we het kunnen. Want we kunnen het.’
Kwam daar ook die wanhoopscampagne ‘stem voor, stem SP’ vandaan, om duidelijk te maken dat jullie geen notoire boe-roepers meer zijn? En in hoeverre gaan jullie water bij de wijn doen?
‘Met PvdA en GroenLinks proberen we te komen tot een lijst van zo’n vijfentwintig belangrijke hoofdzaken waar we het over eens worden. We werken binnen een los verband van Kamerleden en mensen daarom heen al samen. ‘Voor een ander Nederland’ heet dat. Er wordt gezocht om samen dingen te doen.’
Waarom maken jullie er niet meteen één partij van? Dat zouden potentiële kiezers wel zo duidelijk vinden.
‘Daarvoor zijn onze onderlinge verschillen toch te groot.’
Veel partijen doen tegenwoordig aan ‘interne partijdemocratie’ en lijsttrekkerverkiezingen. Dat is bij de SP nog niet echt doorgedrongen, toch? Mag je Marijnissen wel eens tegenspreken?
(lacht) ‘Dat is mijn geliefde hobby, hem tegenspreken.’
Wat is de laatste keer dat jij hem echt hebt tegengesproken?
‘Rookbeleid.’
En nu iets écht belangrijks…
‘Rookbeleid is hartstikke belangrijk! Maar als het bijvoorbeeld gaat om internationaal beleid ben ik erg blij dat Jan het altijd met mij eens is. Daar mogen ze mij overigens ’s nachts voor wakker maken: zaken in Europa en de rest van de wereld. Als ik drie seconden had om te bepalen op welk terrein ik staatssecretaris zou mogen worden, zeg ik meteen: buitenlands beleid.’
Geboren: Helmond, 24 juni 1962
Loopbaan
Nevenfuncties
Opleidingen
Meld je nu aan voor de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP: