Dit artikel is overgenomen uit HP/de Tijd,
18 juni 2005
SP-Kamerlid Harry van Bommel haalde voor zijn partij de referendumzege binnen, maar de zieke partijbaas Jan Marijnissen had de regie. Trouwens, Wouter Bos moet inbinden, en het CDA kan best een partner zijn.
Geert Wilders vond dat het kabinet na het referendum zijn geloofwaardigheid
had verloren. U vond dat niet.
“Nee. Het kabinet heeft zeker een onwaarachtige campagne gevoerd.
Er kwamen dreigementen. Het was paniekvoetbal. Er was totaal geen regie.
Maar Balkenende heeft na het referendum duidelijk gezegd dat de Grondwet
wat hem betreft nu dood is. Het kabinet zou juist onbetrouwbaar zijn geworden
als het bij zijn mening was gebleven.”
Na het referendum kwam u met een motie
over de wenselijkheid van een maatschappelijke discussie over Europa,
en die werd bijna Kamerbreed aangenomen. Maar zo’n discussie
leidt toch tot niks?
“Er wordt inderdaad niet naar een eindpunt toegewerkt. Maar er is
wel een beginpunt waardoor de discussie scherp kan blijven. Ik heb in de
motie gezet dat de Kamer betrokken moet blijven bij de organisatie. Balkenende
had dat liever in eigen hand gehouden; dan was het vast net zoiets geworden
als de discussie over normen en waarden, die over alles en niets ging.”
Wat betekende dit referendum voor de SP?
“Het heeft ons zelfbewuster gemaakt op het gebied van Europa. Ik
herinner me nog dat we in ‘97 een alternatieve Eurotop hadden belegd
in de Beurs van Berlage, met veel internationale gasten. Ik heb die conferentie
toen zelf voorgezeten en merkte aan onze eigen kleine club mensen in de
zaal dat men dacht: waar is de partij nou? Maar na de millenniumwisseling
hebben we een keer een geslaagde partijraad georganiseerd over Europa.
“We hebben ook een heel behoorlijk debat gehad over de uitbreiding,
waar veel vraagtekens bij waren. Al in een vroeg stadium zijn we intern
over de Grondwet gaan praten. Eind vorig jaar heb ik op een partijraad
voor de campagne in een toespraak voor alle 130 afdelingsvoorzitters
gezegd: ‘Wat
we nu gaan doen, is belangrijker dan verkiezingen voor de Tweede Kamer;
daarom zullen we onze hele partij ervoor inzetten en er veel geld voor
uittrekken.’ We hadden twee miljoen folders. Die moesten worden
weggezet. Er moest geplakt worden, noem maar op.”
Hoe werd daarop
gereageerd?
“Wisselend. Maar het woord ‘grondwet’ heeft wel
zeer geholpen. Toen ik meer inhoudelijk over de Grondwet had gesproken,
werd het enthousiasme voor de campagne ook groter. Ik wist dat hier de
kans lag onze politieke betekenis in Nederland te vestigen. Je wint geen
referendum door alleen met de Kamerfractie op pad te gaan of, zoals GroenLinks
deed, alleen met de Eurofractie. Het verliezen van het referendum zou
voor ons als partij ook een groot politiek verlies geweest zijn.”
Ik begrijp dat u uw best moest doen om de SP enthousiast te krijgen
voor de discussie over Europa. Moest u ook Jan Marijnissen nog wakker
maken?
“Nee, want Jan was al woordvoerder Europa voordat ik dat was. En
ook toen ik het woordvoerderschap in ’98 heb overgenomen, is hij
zich er heel uitdrukkelijk mee blijven bemoeien.”
Hoe ging dat toen Marijnissen de laatste twee weken van de campagne met
een hernia thuis lag?
“We hebben vrijwel dagelijks contact gehad. Ook voor het Kamerdebat
na het referendum hadden we goed contact. Zelfs tussen de eerste en de
tweede termijn van het debat overlegden we. Daarnaast mailden we veel.
Bijvoorbeeld na een tv-debat.”
Kwam hij dan met kritiek?
“Nee hoor, ik heb alleen maar lof van hem gehad.”
Ik
kan me voorstellen dat u vroeger als woordvoerder buitenland een vrijere
rol had.
“Nee, juist over de portefeuille buitenland is er altijd veel
onderlinge afstemming geweest. Vooral als het ging om essentiële zaken
als de uitzending van Nederlandse militairen naar Irak en Afghanistan,
of de reactie op 11 september. Met het buitenland is er vaak sprake van
nieuwe situaties, waarbij het niet altijd vast staat wat de partijlijn
is. Dan raadpleeg je ook mensen buiten de partij, bijvoorbeeld van
Clingendael.”
Met een hernia kun je soms wel een half jaar zoet zijn.
“Dat denk ik niet. Hooguit een paar weken. Wie weet zit hij
volgende week weer in de Kamer. Jan is niet iemand die dat ruim van tevoren
gaat aankondigen. Op een gegeven moment is hij er gewoon weer.”
Hoe
functioneert de fractie in de tussentijd?
“Agnes Kant doet al enige tijd de dagelijkse leiding in de
fractie. Het functioneert goed door, al wordt de inbreng van Jan natuurlijk
wel gemist, bijvoorbeeld als er een motie ligt van een andere partij, waarbij
ons stemgedrag niet bij voorbaat vast staat. Dat gebeurt iedere
week wel een paar keer. Bij ons werkt het nu zo dat de betreffende woordvoerder
dan even met Jan mailt.”
Het is niet mis dat de SP na de
uitslag van het referendum ineens op zo’n twintig zetels
in de peilingen staat.
“Ik verklaar dat uit het feit dat er in de achterban van de
PvdA heel veel mensen zitten die zich niet meer vertegenwoordigd voelen
als het over Europa gaat. Al zou ik zelf ook liever mijn zetels bij het
CDA vandaan halen, zodat de PvdA sterk blijft.”
Laat dat maar aan
André Rouvoet over.
“Ja. Laten we allebei onze grote broers lekker leeg vreten, dan komen
er allerlei nieuwe coalities in beeld.”
Jullie zullen altijd veroordeeld blijven tot samenwerking met
PvdA en GroenLinks.
“Dat vind ik niet. Het CDA heeft een christelijk sociale achterban,
die zich miskend voelt met het huidige beleid.”
Dat hoor je vaak in linkse kringen. Maar als het er op aankwam,
trad die sociale achterban nooit naar buiten.
“Klopt. Maar ik sluit helemaal niet uit dat voor het CDA deze kabinetsperiode
een ommekeer zal betekenen. Dat als men doorgaat met die hartvochtige,
koude politiek, een wezenlijk deel van de achterban zal zeggen: het is
nu echt even genoeg.”
Hoe dan ook, de SP kan het zich nooit veroorloven zich af te
wenden van de PvdA.
“Ik weet het niet. Als de PvdA regeert en wij zitten in de
oppositie met inderdaad die twintig zetels uit de peilingen, dan zullen
we een buitengewoon lastige factor zijn. Dan kan Wouter Bos zich niet langer
zo’n houding
aannemen als tijdens de campagne: ‘de SP slaat platte
taal uit, daar kan ik niet mee samen werken’.”
Wat
vond u van uw medestrijders André Rouvoet en Geert
Wilders?
“Wilders was in mijn beleving de grote afwezige in de campagne. Ik
ben nooit met hem in debat geweest, en ik heb echt zo’n beetje met
iedereen gedebatteerd. Ook in de media zag ik hem nauwelijks. Met André Rouvoet
had ik wel veel te maken. Zijn manier van debatteren vond ik heel aangenaam.”
Voor de burger speelde ook Turkije een rol bij het referendum. Bent
u voorstander van een apart referendum over de toetreding van Turkije?
“Ik kan me heel goed voorstellen dat we dat zouden doen. Het liefst
in Europees verband. Wanneer dat niet kan, dan moet Nederland het maar
doen.”
Nederland heeft vetorecht op dat gebied. Alleen al een Nederlandse
referendum zou dus de toetreding van Turkije kunnen tegenhouden. Dat
is weer niet zo democratisch.
“Dat is het kenmerk van het vetorecht. Ik ben voor referenda
als het gaat om fundamentele zaken. Wezenlijk is de uitbreiding van Europa
met een land dat dan wellicht tachtig miljoen inwoners heeft, waarvan het
grootste deel niet in Europa ligt en waarvan je weet dat het in cultureel
opzicht ver van het Europese gemiddelde af ligt.”
Toch heeft uw partij
geen principiële bezwaren tegen een toetreding
van Turkije. Als er nu een Nederlands referendum komt, is de kans op
afwijzing wel groot.
“Zeker. Een ruime meerderheid zou nee zeggen. Maar het is
nu ook nog niet aan de orde. We zijn ervoor dat Europa concreet steun biedt
aan Turkije, zodat het land zich kan hervormen. Als die hervormingen zichtbaar
worden, zal ook het draagvlak voor toetreding onder de Nederlandse bevolking
toenemen. Daarom wordt voor ons een referendum pas over vijftien jaar
interessant.”
Dus u bent wel voor een referendum, maar nu even niet.
“Klopt.”
U bent de afgelopen week in Turkije
geweest voor een werkbezoek. Hoe heeft dat u beïnvloed?
“Ik kende Turkije alleen van de literatuur en als toerist.
Nu heb ik heel open met allerlei organisaties kunnen spreken, en dat heeft
bijvoorbeeld mijn kennis over de bijzondere rol van het leger, maar ook
van de positie van de vakbonden, verdiept. Ik ben er van doordrongen geraakt
dat Turkije nog een heel lange weg te gaan heeft. Dat is wel een wezenlijke
verandering in hoe ik ertegenaan kijk. Vóór mijn bezoek was
ik milder gestemd.”
Meld je nu aan voor de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP: