Iedere tijd smacht naar een schonere wereld. Hoe dieper de wanhoop en
verslagenheid over het verwarde heden, des te inniger dat smachten, schrijft
de historicus Huizinga in zijn Herfsttij der Middeleeuwen.
En hoe paradoxaal het in deze tijd van aanhoudende economische groei op het
eerste gezicht ook mag lijken: We leven in een verward en verwarrend heden.
Aanleiding voor wanhoop en verslagenheid is er ook. En dus ook voor het smachten
naar een schonere wereld.
De tegenstellingen wereldwijd onder andere tussen arm en rijk nemen nog steeds
toe, net als de tegenstellingen in ons eigen land. En dat niet alleen. Belangrijke
waarden die de Europese beschaving heeft voortgebracht, lijken -nu we ze kunnen
realiseren- steeds verder te wijken achter de horizon. Het zijn verwarrende
tijden. Meest verwarrend is misschien nog wel het verschil tussen hoe velen
de deplorabele staat van Nederland zien, en het gebrek van gevoel van urgentie
bij het kabinet en de meerderheid van de Kamer.
De afgelopen twintig jaar heeft zich in ons land een ware revolutie voltrokken.
Het concept van de verzorgingsstaat werd ingeruild voor een kille,
zakelijke waarborgstaat.
De publieke zaak is verweesd. En omdat de publieke zaak de kern vormt van de
beschaving, kon de nonchalante wijze waarop door Paars met de publieke zaak
is omgegaan niet zonder gevolgen blijven. Inmiddels staan we op een cruciaal
punt in de geschiedenis:
Gaan we rechts af, gaan we door op de eerder door Paars ingeslagen weg, recht
richting Amerikaanse toestanden; of gaan we links af, en wijken we af van het
door de VVD gedomineerde beleid, in de richting van een samenleving met fatsoenlijke
collectieve voorzieningen, een fatsoenlijke inkomensverdeling, een samenleving
die recht doet aan de rechten van élk individu?
En natuurlijk zijn niet alle problemen die door Paars zijn veroorzaakt in één
klap op te lossen, maar een mijlenlange weg begint met een eerste stap én
vooral met het kiezen van de goede richting. En die richting wordt bepaald door
het antwoord op de vraag: willen we links- of rechtsaf?
De fixatie van de achtereenvolgende kabinetten vanaf het begin van de jaren
tachtig op de macro-economische cijfers (de economische groei, het terugdringen
van het financieringstekort en de staatsschuld), heeft de blik op de samenleving
vertroebeld. De korte horizonten van maximaal vier jaar voor herverkiezing en
meestal zelfs één jaar, het begrotingsjaar, hebben verhinderd
dat de heersende politiek tijdig heeft ingezien dat er schraalheid of erger
ontstaat aan het eind van de kaasschaaf. Overtollig vet wegsnijden in organisaties
kan geen kwaad, maar daar mee doorgaan ook als het bot reeds zichtbaar is, leidt
tot een verzwakking van het skelet. De prijs die we nu betalen voor het systematisch
verkrappen van budgetten is hoog. Die prijs betalen we door middel van verlies
aan kwaliteit en toegankelijkheid van wezenlijke voorzieningen. Maar die prijs
omvat ook en dat is nog erger- de onvoorwaardelijke en onbetaalbare loyaliteit
van de leraar aan het onderwijs en zijn leerlingen, van de verpleger
aan de zorg en zijn patiënten, van de politieagent aan de beveiliging
van de openbare ruimte en zijn wijkbewoners, van de academicus aan
de wetenschap en zijn onderzoek, van de kunstenaar aan de kunsten
en zijn werkstuk, van de conducteur aan het openbaar vervoer en
zijn passagiers. Velen van de infanteristen van de publieke zaak,
zij die in de frontlinie staan van de dagelijkse werkelijkheid, hebben hun vertrouwen
in het beleid van de overheid verloren. Zij hebben het gevoel er alleen voor
te staan, en niet de steun te krijgen die ze terecht verwachten. Cynisme uit
zelfbehoud is het onvermijdelijke gevolg. Het tekort aan wervingskracht van
het werken in de publieke sector en voor de publieke zaak, het gebrekkige imago
ervan, is een zelfstandig probleem geworden. Het goedkoop van de overheid is
duurkoop voor de samenleving geworden.
Nu er spanning op de arbeidsmarkt is -onder andere omdat het kabinet er maar
niet in slaagt het enorme reserveleger van bijna één miljoen arbeidsongeschikten
aan het werk te helpen omdat men bedrijven niet wil dwingen deze mensen aan
te nemen- worden de gevolgen van de stiefmoederlijke behandeling van de publieke
zaak door Paars extra duidelijk en extra schrijnend. De concurrentie met de
markt bij het werven van personeel wordt op alle fronten verloren. En daarom
moeten er kunstgrepen gepleegd worden: verpleegkundigen uit Zuid-Afrika, kinderen
vier dagen per week naar school, onbevoegden voor de klas, premies voor het
aanbrengen van collegas, premies voor uitzendbureaus voor het leveren
van nieuwe leraren, enz. Zo wordt geprobeerd de grootste nood te lenigen. De
imopulariteit van de publieke sector (in de ruimste zin) heeft diverse oorzaken:
natuurlijk het loon dat beslist niet marktconform is (een gediplomeerd verpleger
met een Hbo-opleiding en twee jaar ervaring verdient 2165,- netto: dat is net
zoveel als een caissière bij AH); natuurlijk de mindere secundaire arbeidsvoorwaarden;
maar vooral toch ook de bezoedeling van het imago van het werk, of dat nu in
het onderwijs is, de zorg, de politie, of het vervoer. Een baan in de publieke
sector lijkt het laatste te zijn waar jongeren naar streven.
Minder overheid en meer markt werd het doel. Privatisering, deregulering,
decentralisering en budgettering van de middelen. Ideologisch verwoordde Paars
het in het Regeerakkoord Keuzen voor de toekomst van 1994 aldus:
De leidende gedachte in dit programma is het herijken van de verhouding
tussen gemeenschappelijke regelingen en eigen verantwoordelijkheid. En
verder: Zo kan een nieuw evenwicht groeien tussen de behoefte aan bescherming
en de noodzaak van dynamiek. Een herijking en een nieuw evenwicht dus,
dat was wat de Paarse bewindslieden wilden bereiken. En ze hebben niet stil
gezeten: alle sociale wetten zijn door de molen gegaan en zijn vrijwel zonder
uitzondering verslechterd; de arbeidstijdenwet werd verruimd; de huren werden
fors verhoogd en de sociale volkshuisvesting bijna ontmanteld; de zorg werd
gebudgetteerd; het onderwijs kreeg te maken met systematische tekorten terwijl
de verantwoordelijkheid in belangrijke mate werd gedecentraliseerd; de NS werd
verzelfstandigd; nutstaken als gas en elektra werden klaar gemaakt voor de markt,
er moest immers concurrentie komen; de PTT werd KPN en ging naar de markt; er
werd/wordt door Paars voor tientallen miljarden aan lastenverlichting voor bedrijven
en burgers doorgevoerd. Deze herijking leidde inderdaad tot een ander evenwicht:
de bescherming nam af en er kwam markt-dynamiek voor in de plaats. De herijking
leidde naast eindeloze verrijking voor enkelen aan de top (over vorig jaar gemiddeld
weer 13 procent erbij!), kortom particuliere rijkdom voor enkelen, tot publieke
armoede bij de wachters van de publieke zaak.
Steeds vaker hoor je specialisten en andere kenners van de gezondheidszorg spreken
over dood door schuld van de overheid als ze de gegroeide wantoestanden
in de vorm van wachtlijsten beschrijven. Hoogleraar Knape, anesthesioloog in
het UMC, spreekt over onnodige sterfgevallen. De Gezondheidsraad spreekt schande
over het feit dat kankerpatiënten in 13 van de 21 bestralingscentra drie
tot zeven weken moeten wachten voordat ze behandeld kunnen worden, terwijl volgens
internationale richtlijnen de wachttijd niet langer mag bedragen dan twee weken.
Het aantal wachtenden voor een open-hartoperatie neemt weer toe. Het tekort
aan IC-bedden maakt dat er vaak geleurd moet worden met patiënten: de Nederlandse
Hartstichting komt met voorbeelden uit Limburg waar hartpatiënten overleden
omdat er geen plek was in een naburig ziekenhuis. Chirurg Maurits de Brauw zegt
in de NRC (20 mei 2000): Ik maak de mensen niet beter. Ik maak ze zieker.
En: Mensen die vanwege galstenen op de wachtlijst stonden, kwamen plotseling
met een ontstoken alvleesklier of galblaas binnen. We hebben nog geen doden
gehad, maar daar kun je op wachten. Uit een recent vergelijkend onderzoek
van de OESO is de specialisten- en huisartsendichtheid in ons land laag, en
geven we betrekkelijk weinig uit aan zorg en hebben we daarom onder andere wachtlijsten.
En niet alleen in de cure, ook de care: Meer dan 10.000 mensen wachten op een
plaats in een verpleeghuis, ruim 32.000 mensen wachten op een plekje in een
verzorgingshuis. Let wel, dit zijn opgeschoonde cijfers! Bijna 60.000 mensen
krijgen geen of onvoldoende thuiszorg. De Inspectie voor de Gezondheidszorg
laat weten dat voor 7000 meervoudig gehandicapten de behandeling en behuizing
onvoldoende is. Bijna 10.000 kinderen wachten op hulp of een plaats in een instelling.
Deze cijfers zijn niet nieuw maar al jaren bekend. Paars heeft zich al die tijd
Oost-Indisch doof getoond, en niets ondernomen om de negatieve ontwikkelingen
om te zetten in positieve. Men wilde immers een nieuw evenwicht.
Wat we aan percentage van het BBP uitgeven aan zorg is onder Paars gedaald van
9 procent naar 8,2 procent, terwijl de behoefte aan zorg door bijvoorbeeld de
vergrijzing is toegenomen.
Waar de publieke sector tekort schiet, bereidt zij de weg voor de commercie.
AEGON heeft nu een polis in de aanbieding die de verzekerde in staat stelt de
wachtlijsten te omzeilen door middel van een arrangement in het buitenland,
te betalen door de verzekeraar. Maar voor wat hoort wat: de premie ligt wel
180 gulden per maand hoger dan die voor andere polissen. We zien trouwens de
premiedifferentiatie sowieso enorm oprukken binnen het verzekeringswezen, het
is de bijl aan de wortel van de solidariteitsgedachte die ten grondslag ligt
aan elke verzekering. Tweedeling is het onvermijdelijke gevolg. Zelfs op het
terrein van de zorg. En het gekke is: de minister erkent dat ook (in de Zorgnota)
en zegt het een slechte zaak te vinden omdat zo de sociale cohesie en
de solidariteit verloren gaan. Maar is zij hier niet aanklager en
schuldige tegelijk? Een ongemakkelijke positie, lijkt me. Twee zielen in één
Borst: het is nog niet veranderd.
Tweedeling komt al lang niet meer alleen tot uitdrukking in zich vergrotende
inkomens- en vermogensverschillen. Op vele maatschappelijke terreinen zien we
die ontwikkeling. In de zorg dus, maar ook in het onderwijs: Privé-scholen
(36.000 gulden per kind per jaar) werden door de politiek goedgekeurd, het belang
van sponsoring door bedrijven van Coca Cola tot Shell neemt in het onderwijs
steeds verder toe, net als het belang van hoge ouderbijdragen voor scholen.
Minister Hermans spreekt in dit verband eufemistisch over differentiatie
en diversiteit, in werkelijkheid gaat het erom dat ouders graag
extra betalen om zich te verzekeren van goed onderwijs voor hun kinderen, iets
dat dus niet meer vanzelfsprekend aan de overheid wordt of kan worden overgelaten.
Alleen, niet iedereen kán extra betalen. Die differentiatie
heeft niets, zoals wel beweerd wordt, met pedagogische of didactische diversiteit
te maken, maar met segregatie langs een sociaal-economische lijn. Graag wil
ik weten of de Minister-President het eens is met de minister van Onderwijs als die in een interview
(HC, 29.1.00) zegt: Waar haal ik het recht vandaan om tegen ouders te
zeggen dat zij hun geld beter kunnen besteden aan een reis naar Kenia dan aan
de school van hun kinderen? En: Je kunt wel tegen commerciële
invloed op scholen zijn, maar het ís er nu eenmaal, en daar doe je niets
meer aan.
Internationaal gezien dalen we steeds verder op de ladder als het om goed onderwijs
gaat. Onze klassen zijn groter, onze leraren moeten langer werken, en dat kan
niet anders dan leiden tot een lager niveau. En wat ook lager is, is het percentage
BBP dat we uitgeven aan onderwijs: het OESO-gemiddelde ligt nu op 6,5 procent
(in de VS 7,1 procent!), in ons land komen we niet verder dan 5,1 procent. Als
we weer op het gemiddelde willen uitkomen, moet er 12 miljard gulden extra worden
vrijgemaakt voor het onderwijs. Pedagogen vroegen zich vroeger nog wel eens
af: Is onderwijs het volgieten van een emmer of het ontsteken van een licht?
Deze vraag is achterhaald. Voor geen van beide kwalificaties lijken we nog de
middelen beschikbaar te hebben. Vandaar dat mensen als Roel in t Veld
oproepen tot bestuurlijke ongehoorzaamheid en opstand. Hij vraagt minimaal 10
miljard voor onderwijs; oud-voorzitter van de PvdA Rottenberg gaat nog een stapje
verder en zegt in het Parool: We hebben 20 miljard nodig voor onderwijs
als we willen dat Nederland over tien jaar in de top drie van Europa staat.
Sprekende over onderwijs wil ik ook nog iets zeggen over de recente acties van
migranten-ouders om ervoor te zorgen dat er iets gedaan wordt aan de scheiding
van allochtone en autochtone kinderen. De SP steunt deze actie in Utrecht en
Deventer van harte. Deze ouders begrijpen dat het belang van hun kind niet is
gediend met deze scheiding: samen leven begint met samen wonen en samen naar
school. Deze ouders begrijpen dat. Graag hoor ik van de Minister-President, wat zijn mening
is over deze acties.
De collectieve armoede heeft ook geleid tot minder aandacht voor de structurele
individuele armoede in onze samenleving. In de kabinetsstukken komt het woord
armoede helemaal niet meer voor. Mijn vraag is: Denkt de Minister-President echt dat er geen
armoede meer bestaat in dit land? Zo nee, waarom wordt er dan geen enkel woord
aan besteed? Nog steeds groeien meer dan 300.000 kinderen op in armoede met
alle gevolgen voor hun verdere leven. Ook het aantal daklozen (waaronder steeds
meer gezinnen en kinderen) neemt schrikbarend toe. Het is toch niet zo, dat
- nu bisschop Muskens even een beetje uit beeld is, het kabinet denkt zich met
deze problemen niet meer bezig te hoeven houden? Ondertussen is ons land op
de lijst van West-Europese landen en hun sociale zekerheid van de top (in de
jaren tachtig) weggezakt naar de achterhoede, ruim achter Denemarken, België
en zelfs Italië.
De publieke zaak is verweesd, en daarmee de publieke moraal. De politiek van
de afgelopen twintig jaar, met de PvdA gedurende de hele tweede helft in het
hart van de regering, heeft de vanzelfsprekendheid van de solidariteit van de
haves met de have-nots doen verdwijnen, net zoals de vanzelfsprekendheid
van fatsoenlijke publieke voorzieningen. Er kwam een nieuw belastingplan dat
niets deed voor de verkleining van de inkomens- en vermogensverschillen; de
publieke armoede van de overheid werd niet aangepakt. Integendeel: tientallen
miljarden lastenverlichting werden richting bedrijven en burgers geschoven.
En nu er dan eindelijk een begrotingsoverschot is bereikt, heeft de heer Melkert
in navolging van de VVD het aflossen van de staatsschuld in 25 jaar als nieuw
politiek doel geformuleerd. Weer een nieuw alibi om niet te doen waar de samenleving
om schreeuwt: NU investeren!
Het lijkt er af en toe op dat we het eind van de gekte en de kortzichtigheid
nog niet hebben bereikt:
Het MKB stelt voor weer een 45-urige werkweek in te voeren.
VNO/NCW ziet wel iets in de afschaffing van de VUT ten faveure van de individuele
prepensioenering (net als het kabinet trouwens: hoe ziet de Minister-President de solidariteit
in dit verband?).
Werkgevers en kabinet zijn het ook eens over een toename van de flexibele beloning
van werknemers en demotie (hoe ziet de oud-vakbondsman en nu Minister-President de gevolgen
hiervan op de werkdruk en de betekenis van vakbonden en CAOs). Maar het
kan nóg gekker: De WRR laat weten voorstander te zijn van een verlaging
van het ziekengeld van 100 naar 70 procent. Wel ja Wat is hier trouwens
wetenschappelijk aan? Gelukkig ging de Minister-President met deze voorstellen niet
mee: in het begin van de jaren tachtig heeft hij immers zelf leiding gegeven
aan de strijd van de vakbonden tegen soortgelijke plannen van zijn voorganger
PvdA-partijleider.
De NS laat ijskoud weten: De reizigers zullen meer moeten staan, we kunnen het
aanbod niet goed verwerken. Hoe kan dat nou, vraag je je dan toch af. Nou, we
hebben geen nieuwe treinen kunnen bestellen zo lang we geen zekerheid hadden
over de concessie voor het hoofdnet. Tel uit je voordelen met de marktwerking,
zeg ik richting kabinet. Maar het ergste komt nog: een of andere gladde marketingdeskundige
heeft vervolgens bedacht: we maken van de nood een marketingdeugd. We creëren
een Derde Klasse en die noemen we space. Treinen worden daar nu
al voor omgebouwd. Mensen voelen zich gelijk vee in een te kleine wagon (geen
space dus), maar betalen wel het volle pond. Wat denkt het kabinet aan dit soort
excessen, waar dagelijks honderdduizenden mensen het slachtoffer van worden,
te gaan doen, behalve de NS meer speelruimte te geven op het gebied van de tarieven,
zoals ik lees in de stukken?
Ondertussen gaat het kabinet onverdroten door met rekeningrijden. De steden
werden met miljarden bewerkt (Prostitutie met overheidsgeld, noemde
VVDer Blauw dat, geloof ik), en waren vervolgens wel bereid het rekeningrijden
voor lief te nemen. In de ogen van mijn fractie blijft het een schijnoplossing.
De kwestie is en blijft dat er veel te weinig is en wordt geïnvesteerd
in een betaalbaar, goed en comfortabel net van openbaar vervoersvoorzieningen.
Waar het kabinet ondanks alle waarschuwingen en vernietigende rapporten (van
oa de Rekenkamer) mee door blijft gaan is de Betuwelijn. (Bij deze geef ik aan
graag tzt de voorzitter te worden van de parlementaire enquêtecommissie
die deze dure miskleun gaat onderzoeken.)
Ondertussen heeft het er alle schijn van dat alle zaken die écht van
waarde zijn
het onderspit blijven delven:
De kunsten en het cultuurbeleid zouden uit de brand zijn wanneer zij 200 miljoen
extra zouden krijgen. Maar dat kan niet.
Onze universiteiten schreeuwen om geld voor onderzoek en voor onderzoekers,
die nu massaal richting het bedrijfsleven gaan.
Natuur, de ruimte en het milieu zijn bij Paars ook niet in goede handen. Zie
het gesjoemel met de eisen voor de luchtvaart in het algemeen en Schiphol in
het bijzonder; de manier waarop ons land de afgelopen jaren is ingericht, een
minister van Landbouw die zijn verbazing uitspreekt over het feit dat er nog
mensen zijn die boer willen blijven en niet voor het grote geld gaan door landbouwgrond
te verkopen, en het gevecht voor de Waddenzee dat nog steeds niet definitief
in het voordeel van de natuur is beslist.
Het kabinet heeft laten weten de genetische manipulatie van gewassen en dieren
op een pragmatische wijze tegemoet te willen treden. Het voorzorgprincipe is
in navolging van de Europese Commissie- verlaten ten behoeve van de wensen
van het bedrijfsleven. Met het is toch niet tegen te houden en de
risicos moeten we voor lief nemen denkt Paars de dilemmas
rond dit thema te hebben geëlimineerd. Een misverstand, en ik verzeker
u, u zult dat de komende tijd ook gaan merken: de weerstand van veel mensen
tegen de commerciële manipulatie van wat de evolutie zelfstandig gebracht
heeft, neemt eerder toe dan af. En de SP zal er alles aan doen om die weerstand
te bevorderen.
Alle partijen spreken over het recht op veiligheid van de burgers, maar wat
we zien is dat de openbare veiligheid steeds meer iets wordt waar ook particuliere
beveiligingsbedrijven zich mee gaan bemoeien, soms betaald door de overheid
soms betaald door particulieren. Ook hier geldt: een terugtredende overheid
maakt ruimte voor de markt en dus voor tweedeling. Van Duijn van de NPB zegt
daarover zeer terecht: De overheid maakt haar kerntaken tot speelbal van
de commercie.
Een beschaving kenmerkt zich door de waarden die zij centraal stelt. De waarden
die de Westerse beschaving ons gebracht en geleerd heeft, zoals het recht op
een menswaardig bestaan voor élk individu, de diepe overtuiging dat élk
mens telt omdat we gelijkwaardig zijn, en de vanzelfsprekendheid van solidariteit,
lijken hun basis in politiek (en daardoor ook in de samenleving) steeds meer
te verliezen. En dat in een tijd waarin we juist een nieuwe agenda voor de homo
universalis zouden kunnen schrijven. De economische groei, de welvaart stelt
ons daartoe in staat. Juist nu lijkt de fantasie, de creativiteit en de durf
te ontbreken. De utopische oasen lijken opgedroogd, en zoals Jurgen Habermas
al eens waarschuwde, dan ontstaat er een woestijn van banaliteit en radeloosheid.
Na de Tweede Wereldoorlog startten we de wederopbouw, terwijl we niets hadden
en veel in puin lag. Waarom kunnen we, nu het ons economisch zo voor de wind
gaat, niet beginnen aan een nieuwe wederopbouw van de beschaving?
In een interessant artikel van Ferd Crone in S&D 7/8.00 zegt hij: De
collectieve sector is niet meegegroeid met de welvaart. Hoe lang valt dat nog
vol te houden? Als percentage van het BBP is de collectieve lastendruk
gedaald van 47 naar 40 procent van het BBP, in 1987 was het percentage nog 66
procent. Hij pleit voor een verruiming van de middelen voor publieke investeringen
en voor een modernisering van de begrotingsregels. Misschien mag
ik hem een voorstel doen: Kieper om te beginnen de Zalmnorm in de Hofvijver.
Het is toch volslagen onzinnig om te zien dat er voor 2001 een inkomstenmeevaller
wordt verwacht van ruim 20 miljard gulden en er als sociaal-democraat in toe
te stemmen dat dat volledig naar de staatsschuld gaat, terwijl je zelf vast
stelt dat de collectieve uitgaven achter blijven. Investeren in het onderwijs
rendeert beter (ook financieel-economisch) dan het aflossen van de schuld, al
zal dat op enig moment natuurlijk wel moeten gebeuren. Als de uitkomst van de
toepassing van de regels is dat er publieke armoede bestaat naast exhibitionistische,
particuliere verrijking, dan deugen de regels niet. Natuurlijk stelt het kabinet
weer extra geld ter beschikking voor zorg en onderwijs, maar het is allemaal
weer te weinig.
Zoals gezegd, het gevoel van urgentie ontbreekt. Willen we de negatieve spiraal
doorbreken, dan zal er meer moeten gebeuren. Wil de overheid de samenleving
laten zien dat het haar ernst is met de wederopbouw van de beschaving, dan zal
ze alles in het werk moeten stellen, ook financieel, om de betrokkenen en de
samenleving als geheel daarvan te overtuigen.
Susan Sontag sprak onlangs in een column over zinloze rijkdom. Het
bleek dat zij schatplichtig was aan de Volkskrant, dus voor hen alle credits
voor deze fantastische woordcombinatie. We stikken momenteel van de zinloze
rijkdom: geldgebrek kan dus nooit het argument zijn om de individuele ellende
die velen nu treft te laten voortbestaan.
Maar veel hoop op een fundamentele koerswijziging van Paars onder regie van
deze Minister-President heb ik niet. Ik heb zijn artikel, dat hij samen met Blair, Schroder
en Persson onlangs schreef, gelezen. En ik zeg het Mark Kranenburg van de NRC
na: het stuk heeft een hoog Jomanda-gehalte. Veel woorden, weinig inhoud. De
ideologische veren zijn afgeschud, het liberale instrumentarium is overgenomen,
en we noemen het de Derde Weg. Maar met die Derde Weg worden we wel allemaal
het bos ingestuurd, want wat staat er te lezen: De resultaten spreken
voor zich: ( ) toenemende kwaliteit in gezondheidszorg en onderwijs.
Wie zo iets durft te schrijven anno 2000 in Nederland is óf niet van
deze wereld (familie van Jomanda misschien), óf moet eens in de spiegel
kijken en controleren of zijn neus misschien is gegroeid de afgelopen maanden.
Zou de koningin toen ze zei de leugen regeert, misschien niet alléén
de media in het achterhoofd hebben gehad?
Ik begon met het verwarde heden van Huizinga.
Het heden is nog steeds verward (en verwarrend),
Het smachten naar een schonere wereld is inniger dan ooit.