Ervaringen van werknemers in de sociale werkvoorziening
Uitkomsten van een enquête, conclusies en aanbevelingen
Uitgave:
WSW-werkgroep van de Socialistische Partij
Vijverhofstraat 65, 3032 SC Rotterdam
Tel. (010) 243 55 55, fax (010) 243 55 66, e-mail solidair@sp.nl
Maart 2000
Dit rapport is ook te bestellen via de website.
Soms wil je jezelf wel onder een auto gooien, dan ben je van alles af, schreef iemand op zijn enquêteformulier. Zinvol werk hebben is onvoorstelbaar belangrijk voor iemand met een handicap. Maar werk hebben waar je je gekleineerd voelt, waar je gepest wordt of waar je constant moet presteren onder de druk dat er meer van je geëist wordt dan je kunt waarmaken, kan een hel worden.
Dit rapport bundelt de ervaringen van ruim 1100 SWers. Soms verhalen dat alles goed loopt. Maar veel vaker noodsignalen. Over de werkdruk die steeds verder toeneemt en voor velen al te groot is geworden, over onvoldoende aanpassing van het werk aan de mensen, over de arbeidsomstandigheden en over de manier van leidinggeven. De sociale werkvoorziening is in zijn algemeenheid geen hel. Verre van dat. Voor veel mensen is het een beschermde plek waar ze ondanks hun beperkingen volwaardig meetellen. Maar en dat is wat mij betreft de onweerlegbare conclusie van dit rapport de noodzakelijke beschutting van die werkplek kraakt in al zijn voegen. De eis om marktconform te moeten werken, heeft niet alleen afgerekend met overbodige bescherming zo die er al geweest is -, maar is bezig de kern van de sociale werkvoorziening aan te tasten.
We namen het initiatief tot dit onderzoek op basis van een toenemend aantal klachten die bij ons binnenkwamen. De uitkomst laat helaas zien dat die klachten geen uitzondering zijn. Met dit rapport willen dan ook een duidelijk signaal afgeven aan de politiek, zowel landelijk als plaatselijk. Onze oproep is: onderzoek zelf hoe de WSW ervoor staat en neem vervolgens maatregelen. De oorspronkelijke doelstelling van de WSW is te belangrijk om opgeofferd te worden op het altaar van de marktwerking. Tot slot van dit voorwoord wil ik al mijn SW-collegas in heel Nederland bedanken voor hun bereidheid om zo massaal aan het onderzoek mee te werken. Ik weet dat het een hele stap is om op deze manier je ervaringen prijs te geven. Dat toch zoveel mensen meegedaan hebben, is een extra teken dat er wat aan de hand is. En een extra aansporing voor de WSW-werkgroep van de Socialistische Partij om met veel energie te blijven knokken voor het sociaal houden van de sociale werkvoorziening.
Maart 2000
Jef Kleijnen
voorzitter van de WSW-werkgroep van de SP
De sociale werkvoorziening bestaat sinds 1969, toen de Wet Sociale Werkvoorziening met trots gepresenteerd werd als de parel op de kroon van de sociale zekerheid. Doel van de SW is het bieden van aangepast werk in een beschermde omgeving aan gehandicapten. De uitvoering van de WSW is opgedragen aan de gemeenten, die daarvoor gemeentelijke diensten kunnen instellen, maar de taken ook kunnen uitbesteden aan regionale werkvoorzieningsschappen of verzelfstandigde bedrijven. Momenteel werken er ruim 90.000 mensen in WSW-verband, verdeeld over 94 uitvoeringsorganisaties. De gezamenlijke omzet van de SW-bedrijven bedroeg in 1997 2178 miljoen gulden. Voor hun inkomsten is de sociale werkvoorzieningen globaal voor 70 procent aangewezen op de rijksvergoeding en voor 28 procent op opbrengsten uit verkoop van goederen en diensten. De resterende twee procent passen de gemeenten bij.
SW-bedrijven zijn vooral actief als toeleverancier in opdracht van derden. Slechts weinig bedrijven maken ook een eigen product, van ontwikkeling tot en met verkoop. De sociale werkvoorziening voert een breed scala aan taken uit, in veel verschillende sectoren. Bijvoorbeeld:
Daarnaast vindt in alle sectoren (profit, non-profit) detachering plaats: externe plaatsing van medewerkers op individuele basis of groepsgewijs. Het gaat hierbij om ruim elf procent van alle SWers.
In de jaren 70 en 80 kon de sociale werkvoorziening zich gestaag ontplooien, grotendeels buiten het brandpunt van de politieke en publieke belangstelling. Het Rijk paste immers vrijwel automatisch het verschil bij tussen de uitgaven en de inkomsten. Dat veranderde in 1989 door de invoering van de budgetfinanciering. De bedrijven moeten sindsdien marktconform werken. Zij moeten uit zien te komen met het hen toegekende budget, dat gebaseerd is op het aantal SWers en op de mate waarin de SWers arbeidsgehandicapt zijn. Voor werknemers met een zwaardere handicap is de subsidie hoger dan het bedrag van ruim 42.000 gulden dat gegeven wordt voor een SWer in de middencategorie. (Loonpeil juli 1999.)
Een volgende grote verandering vond plaats per 1 januari 1998, toen de nieuwe WSW in werking trad. Een belangrijk verschil met de situatie vóór 98 is dat nu de WSW-doelgroepcriteria nauwkeuriger omschreven zijn. Onafhankelijke indicatiecommissies moeten de kandidaten toetsen aan de nieuwe eisen voor de WSW. Ook mensen die op 1 januari 1998 op de wachtlijst stonden voor een SW-plaats, moesten hergeïndiceerd worden. Een werknemer die na 1 januari 1998 in dienst gekomen is bij een SW-bedrijf, krijgt een dienstverband voor twee jaar. Daarna vindt herindicatie plaats om te bekijken of de betreffende werknemer nog wel tot de SW doelgroep behoort. Bij voortzetting van het dienstverband vindt na drie jaar opnieuw een indicatie plaats. De werknemers die vóór 1 januari 1998 al in dienst van een SW-bedrijf waren, worden niet geherindiceerd.
De nieuwe WSW perkt de doelgroep voor de sociale werkvoorziening duidelijker af. Onder de wet vallen alleen mensen die door lichamelijke of verstandelijke beperkingen aangewezen zijn op arbeid onder aangepaste omstandigheden, waarbij bovendien als voorwaarde geldt dat die aanpassing redelijkerwijs niet in het reguliere bedrijfsleven zijn te realiseren is. Het gevolg hiervan is dat zowel licht gehandicapten als zwaar gehandicapten minder gemakkelijk voor een WSW-dienstverband in aanmerking komen. De licht gehandicapten worden in staat geacht tot reguliere arbeid en de (heel) zwaar gehandicapten worden verwezen naar de AWBZ-dagopvang. De nieuwe selectie is streng: eind 1997 (aan de vooravond van de nWSW) stonden er 20.376 mensen op de wachtlijst voor de sociale werkvoorziening. Eind derde kwartaal 1999 was dat aantal teruggelopen tot zon 11.000. Veel mensen die onder de oude wet gekeurd zijn als behorend tot de personenkring van de WSW, kregen bij de herindicatie een verwijzing naar de WIW (niet gehandicapt) of de REA (wel gehandicapt, maar aangewezen op een aangepaste plek in het vrije bedrijf). Een vraag die zich opdringt maar in het kader van ons onderzoek niet te beantwoorden valt is wat er gebeurd is met de mensen die van de wachtlijst afgevoerd zijn. Hebben ze echt elders een baan gevonden, of zitten ze nog thuis, met minder perspectief dan ooit?
Tot slot is over de ontwikkeling van de WSW vermeldenswaard dat bij de inwerkingtreding van de nieuwe WSW is vastgelegd dat de wet vóór 2001 door de Tweede Kamer geëvalueerd moet worden.
In 1995 heeft de SP een WSW-werkgroep opgericht. Aanleiding daarvoor waren de contouren van de nieuwe WSW zoals die langzaamaan helder werden. De werkgroep organiseerde een landelijke rode kaarten-actie die 10.000 protesten van SWers opleverden tegen de voorstellen van toenmalig minister van Sociale Zaken Melkert, die onder andere het loon voor nieuwe SWers wilde maximeren op 120 procent van het minimumloon. De actie had samen met de andere protesten tegen de voorstellen succes. Het wetsvoorstel werd aangepast en onder andere de loonmaximering werd geschrapt.
In de jaren die volgden bleef de werkgroep actief, vooral om plaatselijke SP-afdelingen te adviseren bij het omgaan met problemen die gemeld werden over SW-bedrijven. Omdat de werkgroep daardoor bemerkte dat er steeds meer van die problemen kwamen, besloot ze in het najaar van 1999 een landelijke inventarisatie te houden. Het doel daarvan was een beeld te krijgen van de actuele situatie in de sociale werkvoorziening en dat beeld vervolgens onder de aandacht te brengen van de landelijke politiek, die immers vóór 2001 de nWSW moet evalueren.
De ervaringen van de SWers zijn op twee manieren verzameld. Op 15 en 16 november 1999 hebben de plaatselijke SP-afdelingen op SW-bedrijven in heel Nederland enquêteformulieren verspreid, waarvan er 987 ingevuld zijn teruggestuurd. De tweede mogelijkheid om ervaringen door te geven was telefonisch. Van 16 tot en met 19 november kon men dagelijks tussen 18.00 en 21.00 uur bellen met een centraal nummer, waarna het gesprek automatisch doorgeschakeld werd naar het dichtstbijzijnde regionale klachtenmeldpunt. De bellers werden daar te woord gestaan door SPers die goed thuis waren in de WSW-problematiek. Op het nummer werden mensen gewezen via de begeleidende tekst bij de enquête. In totaal zijn er 136 telefoontjes binnengekomen. Bij de uitwerking van de enquête bleek dat zes uiterst kritische formulieren over een bepaald werkvoorzieningsschap ingevuld waren door dezelfde persoon. Deze formulieren zijn verder buiten beschouwing gelaten.
Aan het onderzoek hebben 1123 werknemers van de werkvoorzieningsbedrijven deelgenomen. Van hen heeft 89 procent een WSW-dienstverband. Vier procent is ambtenaar, drie procent WIWer (Wet Inschakeling Werkzoekenden, bestemd voor valide werknemers), één procent uitzendkracht en van drie procent is de status niet bekend. Wie bericht wil krijgen over de uitkomsten van het onderzoek, kon zijn naam en adres opgeven. De 604 mensen die dat gedaan hebben, wonen in 204 verschillende woonplaatsen, verspreid over heel Nederland.
De 937 mensen die aangegeven hebben waar ze werken, vertegenwoordigen 50 van de 94 uitvoeringsinstellingen. De SW bedrijven met de meeste reageerders zijn Licom (Heerlen), WVK (Bladel), Werkvoorziening Midden-Gelderland (Arnhem), Ergonbedrijven (Eindhoven) en Emcogroep (Emmen).
Bijna driekwart van de deelnemers aan het onderzoek is tussen de 23 en 50 jaar. Ook bijna driekwart is man, 28 procent is vrouw. Het aandeel vakbondsleden onder de reageerders bedraagt 39 procent. Ruim de helft (53 procent) geeft aan al langer dan 10 jaar in de sociale werkvoorziening te werken. Nog eens 38 procent werkt er tussen de twee en tien jaar. Slechts 8 procent heeft een WSW-dienstverband van minder dan twee jaar. Een verdeling over de sectoren waarin men werkt, laat het volgende zien:
| Industrie/inpak Grafisch Groenvoorziening Schoonmaak Facilitair Administratie Detachering Bouw en schilder Anders Onbekend |
35%
21% 14% 7% 6% 4% 4% 2% 4% 3% |
Vergeleken met de laatst bekende cijfers van de NOSW, de vereniging van SW-bedrijven, weerspiegelt de verdeling over leeftijdscategorieën aardig het landelijke beeld, zijn in ons onderzoek vrouwen enigszins oververtegenwoordigd en zijn de sectoren detachering en groenvoorziening ondervertegenwoordigd. De verklaring voor deze laatste afwijking is duidelijk: de formulieren zijn grotendeels uitgedeeld bij de werkplaatsen. Daar tref je de gedetacheerden en de medewerkers groenonderhoud niet. De vakbondsleden onder de deelnemers aan het onderzoek lijken oververtegenwoordigd te zijn.
Het onderzoek pretendeert niet een exact beeld te geven van dé mening van dé SWer. We achten het waarschijnlijk dat de mensen die negatieve ervaringen hebben met hun werk bovengemiddeld vertegenwoordigd zijn onder de degenen die de vragen beantwoord hebben. Dat neemt echter niet weg dat de omvang van het onderzoek en de aard van de antwoorden duidelijk aangeeft hoe grote groepen SWers denken over hun werk en over de problemen die ze daar tegenkomen.
Naast de vragen over de persoonlijke situatie, de aard van het werk en de werkgever, omvatte het onderzoek vijf vragen naar de mening over aspecten van het werk. Hier volgen de letterlijke tekst van de vragen, en een beeld van de antwoorden. Waar mensen bij meerdere vragen eenzelfde klacht noteerden, is die slechts één keer meegeteld: bij de vraag waar hij het eerste is vermeld.
Wat vindt u van de omstandigheden waaronder u uw werk moet doen?
| Ik ben tevreden Ik ben niet tevreden Niets ingevuld |
38%
58% 3% |
Meer dan de helft van de deelnemers aan de enquête geeft aan niet tevreden te zijn met de werkomstandigheden. Bij de vraag wat er mankeert aan die omstandigheden, werden 936 zaken genoemd. Onderverdeeld naar onderwerp geeft dat het volgende beeld.
| Werkdruk Slecht onderhoud gebouwen Leiding autoritair of slecht Geen of slechte aanpassingen Slechte temperatuur (te warm, te koud, tochtig) Bedrijfsmatige gaat boven sociale Geen of slechte werkkleding, schoeisel en gereedschap Pauze (niet of te kort) Te weinig opslagruimte en te kleine werkruimtes Slechte afzuiging Geluidsoverlast Stress / slechte sfeer Slechte hygiëne Willekeurige werkverdeling Arboregels niet toegepas Eentonigheid werk Stof Beloftes worden niet nagekomen Rokerige werkruimte Intimidatie Gevaarlijke stoffen |
17%
13% 9% 9% 7% 6% 6% 5% 4% 4% 4% 3% 3% 2% 2% 1% 1% 1% 1% 1% 1% |
Wordt er op uw werk voldoende rekening gehouden met uw handicap?
| Ja Nee Niets ingevuld |
47%
45% 8% |
Bijna de helft van de ondervraagden geeft aan dat er onvoldoende rekening gehouden wordt met hun handicap. Voor de sociale werkvoorziening die immers als uitgangspunt heeft het bieden van werk dat aangepast is aan de beperkingen van de werknemer lijkt ons dat een schokkend hoog percentage. Juist op dit punt zou je weinig klachten mogen verwachten. Ze zijn er echter wel: bij de vraag wat er op dit punt verkeerd gaat, zijn 568 klachten gemeld. Ze zijn als volgt onderverdeeld:
| Werkplek Werkdruk Slechte leiding (intimidatie / autoritair) Bedrijfsmatige gaat boven het sociale Verkeerd werk i.v.m. handicap of opleiding Kleinering / geen respect Arbo en of bedrijfsarts Toename ziekteverzuim Uitzendkrachten Toelatingsbeleid |
26%
23% 13% 12% 9% 8% 5% 2% 1% 1% |
Wat vindt u van de werkdruk waarmee u te maken hebt?
| Geen probleem Te hoog Kan wat mij betreft hoger Niets ingevuld |
43%
51% 2% 4% |
De helft van de werknemers vindt de werkdruk te hoog, slechts twee procent is van mening dat er nog wel rek in zit. Als problemen die mensen ondervinden door te hoge werkdruk zijn 594 zaken genoemd.
| Stress (psychisch) / lichamelijke klachten Tempo / druk te zware last Het sociale is ondergeschikt aan het bedrijfsmatige Ontbreken van motivatie daardoor Toename ziekteverzuim Intimidatie Slechte leiding Geen of slechte aanpassingen Geen of kort werkoverleg Fouten worden gemaakt Pauzes, geen of te kort |
35%
33% 8% 5% 5% 4% 3% 2% 2% 2% 1% |
Is de werkdruk de afgelopen naar uw mening de afgelopen jaren toegenomen?
| Ja Nee Weet niet Onbekend |
73%
14% 10% 3% |
Bijna driekwart van de deelnemers aan het onderzoek vindt dat de werkdruk de afgelopen jaren is toegenomen. Slechts één op de zeven mensen is van mening dat dit níet het geval is.
Bent u tevreden over de manier van leidinggeven?
| Ja Nee Niets ingevuld |
37%
57% 6% |
Over de wijze van leidinggeven bestaat veel onvrede. Dat blijkt enerzijds uit de meerderheid die aangeeft er niet tevreden over te zijn, en anderzijds uit het grote aantal concrete zaken dat genoemd is bij de vraag wat er verkeerd is aan de manier van leidinggeven: niet minder dan 818.
| Leiding is slecht Leiding is autoritair Geen respect voor de werknemer Werkdruk wordt opgevoerd Slechte communicatie Geen werkoverleg Met de handicap wordt geen rekening gehouden Vriendjespolitiek Het sociale is ondergeschikt aan het bedrijfsmatige |
29%
16% 13% 12% 10% 8% 5% 5% 2% |
De sociale werkvoorziening onderscheidt zich als werkgever van het vrije bedrijf doordat bij haar de nadruk ligt op het sociale. Het streven naar winst komt niet voor in de doelstelling van de SW-bedrijven, en anders dan bij andere non-profit instellingen is ook het leveren van producten of diensten niet het hoofddoel. Bij de sociale werkvoorziening staat centraal het bieden van aangepast zinvol werk aan mensen die door een handicap niet aan de bak komen in het vrije bedrijf.
De aanleiding tot ons onderzoek is een aantal signalen dat deze doelstelling in toenemende mate onder druk komt te staan doordat SW-bedrijven door wijzigingen in het overheidsbeleid steeds sterker marktconform moeten werken. We pretenderen niet dat de uitkomsten representatief zijn voor alle SWers. Wel concluderen we dat ons onderzoek een krachtig signaal is dat grote groepen SWers onvrede hebben met de ontwikkelingen die ze meemaken op hun werk. We baseren dat op de grote respons op onze enquête (1123 reacties), op de antwoorden die gegeven zijn, en op de vele honderden concrete klachten die gemeld zijn. Analyse van de enquêteformulieren geeft het volgende beeld:
Onze eindconclusie luidt dat het onderzoek een onmiskenbaar en niet te negeren signaal oplevert dat het mis aan het gaan is in de sociale werkvoorziening. Doel van de SW-bedrijven is het werk aan te passen bij de werknemers en hun handicap Veel SWers ervaren de realiteit die zij meemaken echter totaal anders. Ze klagen erover dat zij juist gedwongen worden zich aan te passen aan de productie en de werkdruk. Een herbezinning op de gegroeide praktijk in de sociale werkvoorziening, waarbij kritisch gekeken wordt naar de gevolgen van het marktconform moeten werken voor het overeind houden van de doelstelling van de WSW is zeer op zijn plaats.
Er is harde muziek, het tocht en er is slechte ventilatie. Ik kan niet rechtop zitten, moet voorover zitten om bij de machine te kunnen komen. Ik moet lang in dezelfde houding werken.
Er is geen aparte pauze, er is alleen een middagpauze deze is vrij hectisch er is een vrij hoge werkdruk omdat anders het voortgangsproces in gevaar komt.
Er zijn geen wcs of andere sanitaire voorzieningen en er is veel te weinig zitcomfort in de schaftkeet.
Er wordt vaak bezuinigd op dingen die wij echt nodig hebben, zoals gereedschap waardoor de veiligheid in gedrang komt
Het is te druk, er zijn geen goede faciliteiten om je werk te kunnen doen. Er zijn geen scholingsmogelijkheden, er is geen zicht op salarisverhoging. Vaak is het werk monotoon. Er is geen luisterend oor voor je ideeën etc.
Ik ben carapatiënt en niet achterlijk, maar zo word je wel behandeld door de zogenaamde leiding.
De ruimte waarin wij zitten is door de arbeidsinspectie totaal afgekeurd. Er zijn teveel mensen bij elkaar, er is geen daglicht en geen afzuiging, wel stof en stank.
Ik werk in een oude afgekeurde loods. De ARBO-dienst is geïntegreerd in het bedrijf, dus niet onafhankelijk.
Het is net een kindercrèche, de ramen zijn afgeplakt zodat we niet naar buiten kunnen kijken.
Er is veel wantrouwen in de mensen die er werken: of je wel doorwerkt, of misschien wat meeneemt. Bij het inpakken van de kerstpakketten word je met cameras in de gaten gehouden.
Ze staan er nog net niet met een zweep zoals bij slavenarbeid maar dat scheelt niet veel. Als je even staat te praten, je kunt bijna nooit je gesprek afmaken, dat is erg vervelend. Je weet ook bijna niets blijft verstoken van informatie en dat maakt het zo triest. Hartkloppingen heb ik ook.
Ik werk als gedetacheerde in een ziekenhuis, sinds 1 november 1999 vol continu. Ik draai liever geen nachtdienst. Maar je moet wel mee in het vol continu-rooster, anders kun je vertrekken daar. Kun je op een saaie fietsenstalling c.q. parkeerplaats werken. Van de arbodienst heb ik ontheffing voor nachtdiensten, maar de leiding heeft hier lak aan. Geen nachten, dan weg bij het ziekenhuis.
In 1980 heb ik een zwaar ongeluk gehad. Daaraan heb ik veel lichamelijke klachten en een hersenletsel overgehouden. Er wordt mij nu zwaar werk opgedragen (onder dreiging met ontslag) Omdat ik het werk lichamelijk niet aankan, wordt er gezegd dat ik ongemotiveerd ben.
Bij werkoverleg praten zij gewoon door, ik begrijp er niets van want ik ben doof.
Stress, over vermoeidheid, totaal leeggezogen ziek thuis zijn, frustraties, te veel bezig met calamiteiten en conflicten op lossen Er wordt te weinig gedaan met begeleiding en aansturing van de mensen waardoor er een prettige en ontspannen werksfeer gecreëerd kan worden, wat de productiviteit weer ten goede komt.
De leiding houdt zich niet aan de afspraken die de bedrijfsarts doorgeeft. Als je zegt ik kan dat werk niet, dan zeggen ze wat doe jij hier dan nog?
Ik heb een hersenletsel en ben schizofreen, De baas vindt je alleen aardig als je presteert. Ik ben langzaam.
Je wordt niet serieus genomen in verband met je handicap. Dikwijls is de werkdruk te zwaar en er zijn te weinig pauzes. Afgelopen zomer moest ik ploeteren in de bossen, de bomen insmeren met gif, ik ben hierdoor onwel geworden.
Er werken uitzendkrachten tussen de gehandicapten om de werkdruk te verhogen. Het zwaardere werk is voor de gehandicapten. Het relatief lichtere werk wordt door de uitzendkrachten gedaan, anders gaan ze weg.
Er zijn afdelingen waar ze als een jachthond staan te kijken wat je doet en waar de tijd wordt bijgehouden als je naar de wc gaat. Is dat wat te lang, dan wordt je voor schut gezet voor de hele afdeling en weer voor het blok gezet: als je het nog eens doet, dan..., of andere sancties.
De functie van een leidinggevende WSW-medewerker wordt slechter beloond als dat van een ambtenaar, we doen wel hetzelfde werk
Er mogen betere stoelen komen, want je krijgt ontzettende last van schouders, rug en nek. Sinds ik hier werk is het erger geworden. En het ligt niet aan de houding zoals wordt beweerd, veel collegae klagen er over, ook dat het te koud is op de afdeling.
Warmte in de zomer. Kou in de winter. Na het weekend muizen in de afvalzakken.
Ik heb wel zeer ernstige problemen met het feit dat ik exact dezelfde werkzaamheden (verkoop) doe en ook dezelfde verantwoordelijkheden heb als mijn ambtelijke collega maar mijn collega hier twee maal zoveel salaris voor krijgt als mij.
Soms wil je jezelf wel onder een auto gooien, dan ben je van alles af.
Het sociale is nagenoeg verdwenen uit WSW-land. Het zijn de prestaties die tellen. Volgens mij heeft veel, zo niet alles te maken met de ingevoerde, budgettering. Veel WSW-bedrijven hebben grote, brede en dus ambtelijke top.
Door de ontwikkelingen van de laatste jaren, gaat het sociale gezicht van een WSW-bedrijf verloren. Steeds meer machinaal werk, wat de meeste mensen geestelijk of lichamelijk niet aan kunnen dit wordt dan opgevangen door het in dienst nemen van uitzendkrachten en overwerk. Voor een kleine groep mensen word de werkdruk daardoor steeds hoger.
Winst telt, niet de mens met zijn/ haar (on)mogelijkheden. Er wordt steeds meer werk aangenomen, terwijl we de mensen niet hebben. De bestaande groepsobjecten moeten de mensen leveren, maar werken zelf al met personeelstekort. Mensen over de rooie helpen, dat is wat hier gebeurt. Ik ben zelf leidinggevende op een trainingsobject.
Vroeger had je mensen en daar werd werk bij gezocht. Nu heb je werk en daar zoekt men mensen bij.
Ze nemen te veel werk aan, de werkleiders staan ook onder druk, alles moet gisteren af, met uitzendkrachten werken is ook niet alles, vaak mankeren ze niets en moeten wij met handicaps even hard werken als uitzendkracht.
Ik word er zenuwachtig van: vandaag een zending binnen, morgen moet die klaar zijn. Het werk wat ik doe, is voor mijn gevoel werk voor twee man.
Ik werk regelmatig een uur onbetaald over, om de school waar ik gedetacheerd ben toch nog netjes schoon achter te kunnen laten. Ik sta er helemaal alleen voor.
Ik ben bang, heb stress, lichamelijke klachten waaronder pijnlijke spieren. Pijn in de nek, rug en schouders. Er is weinig animo voor omdat er geen tijd meer is voor elkaar. Ook is de kwaliteit van het werk veel slordiger geworden. Je wordt van het kastje naar de muur gestuurd. Bij onwerkbaar weer zit je wel eens zeven uur in de schaftwagen en dat met negen mensen.
De werkleider kan niet tegen mensen die een lichamelijke handicap hebben. Hij kan niet met mensen omgaan. Ze laten mensen dingen doen die ze niet kunnen en zeggen dan jij kunt ook niks
De leidinggevenden werken nogal eens langs elkaar heen. Ze beloven dingen die ze niet nakomen. Bijvoorbeeld: een bepaalde dag krijg je er iemand bij en uiteindelijk wordt dat hulpje heel ergens anders heen gestuurd. En dat zelfde gebeurt ook bij materialen, vrije dagen etc.
De leidinggevenden missen sociale vaardigheden, ze hebben onvoldoende professionele opleidingen. Ze zijn autoritair en er heerst een bureaucratische bedrijfsvoering.
Ik ben zelf werkleider, maar heb zelden contact met mijn superieuren. Zij laten hun gezicht zelden op de werkvloer zien.
De fout ligt altijd bij de WSWers, nooit bij de ambtenaar.
A-sociaal. In de zeven jaar die ik er werk, is er mij nog nooit gevraagd hoe het met mij gaat. Er wordt alleen gevraagd hoever je bent met je werk. Als je klaar bent, dan kun je dat en dat nog wel even doen.
Doordat Larcom een stichting is geworden en wij een sluitende begroting moeten hebben, wordt er overal in het bedrijf gesneden en gekort en afdelingen worden gesloten of soms gehalveerd. Mensen zien dat alles afgebroken wordt en dat na een loopbaan van vele jaren. Dit is mijn mening als OR-lid en OC-lid.
Leidinggevers hebben mensen nadrukkelijk bij ons bedrijf verboden om aan deze actie mee te doen, zowel schriftelijk als telefonisch.
Ik werk nu bijna 13 jaar binnen dit bedrijf en als ik zo om mij heen kijk is er zoveel veranderd, alleen de productie telt nog. Dit lijdt tot stress en spanningen en een hoger ziekteverzuim. Men zou wat meer rekening met de mensen moeten houden, vroeger was het hier veel gezelliger.
Ik bezit volledige HBO-opleiding incl. diploma en doe LBO-werkzaamheden. Ik ben in de SW gekomen met lichamelijk handicap, maar ben nu ook bijna geestelijke gehandicapt. Er worden nog steeds te veel werkplekken door niet WSWers ingenomen (vooral administratief) die ook door WSWers ingevuld kunnen worden.
Ik vul deze enquête in voor mijn dochter. Ze heeft een repeteerarm door steeds weer dezelfde handelingen. Ze is verstandelijk gehandicapt. Waar uw aandacht vooral naar uit moet gaan is naar de mensen die er alleen voor staan.
Het is nu voor de vierde keer dat ik een reorganisatie doormaak en keer op keer gaat alles slechter. De gemeente Eindhoven stuurt alle afgekeurde ambtenaren naar Ergon bedrijven toe inclusief de diverse directeuren.
Als WSWer in 1995 afgestudeerd als tweedegraads leraar (HBO)opleiding. Ik heb dit zelf moeten betalen en heb nog geen felicitatie gehad van de leiding. Geen enkele doorstromingsmogelijkheid naar een hogere functie.
Ik heb het idee dat de WSWers ook door de vakbonden niet serieus genomen worden. Bij ons bedrijf wordt ontzettend veel verschil gemaakt in beloning. Een niet WSWer wordt veel beter beloond in dezelfde functie als een WSWer. In bepaalde gevallen loopt het verschil op tot wel 800 gulden bruto per maand. Dat vind ik een onterechte situatie.
Als begeleider schrijf ik hier een klacht van een bewoonster. Ze werkt allang op dezelfde afdeling. Nu opeens is ze niet meer snel genoeg en wordt ze overgeplaatst. Dit wordt geregeld zonder overleg met ons, zonder inspraak van de werkleiding die er erg op tegen is. Ze is getest en de uitslag is aan haar alleen meegedeeld. Voor deze bewoonster is verandering erg slecht, er wordt dus totaal geen rekening met haar handicap gehouden.
We moeten bedrijfsmatig werken en steeds meer presteren om te kunnen concurreren tegen het vrije bedrijf. Dit terwijl er niets tegenover staat qua salaris. Steeds meer verworvenheden moeten worden ingeleverd en er staat niets tegenover. Atv-dagen kunnen we niet meer zelf invullen, er is geen pauze meer s ochtends, maar koffie op de afdeling en dus doorwerken.
De capaciteiten van medewerkers worden niet benut. De OR is op de hoogte gebracht maar doet weinig. Een interim manager was aangesteld om de tekorten te verminderen. Een aantal ambtenaren werden ontslagen. Hoog gekwalificeerd werk vloeit weg. Oorspronkelijke doelstelling dient hersteld te worden. Er zou meer bevordering moeten zijn in doorstroming naar particulier bedrijfsleven.
Er wordt veel te veel werk aangenomen wat voor een bepaalde tijd klaar moet zijn. Dat moet er gejaagd worden etc. Tevens wordt er dan veelvuldig gebruik gemaakt van uitzendkrachten. Dit lijkt me niet echt eerlijke concurrentie.
Er is te weinig aandacht van de leiding voor de mens als totaal. Een schouderklopje of zoiets kan er niet af. Het ziekteverzuim is te hoog. Bij terugkeer van ziekte wordt nooit gevraagd hoe het gaat of zo. Alleen de productie telt. De bedrijfsarts is een lakei van de directie.
Heb in het verleden een opleiding voor leidinggevende genoten. Het is alleen frustrerend dat de hogere leiding er niets mee deed of geen kennis van zaken had. Nu is het veel erger gesteld met het midden en hoger kader. Na 18 jaar leiding te hebben gegeven wordt je afgeschoven als oud vuil. Want van kritiek moet men niets hebben. Je moet meelopen anders val je uit de boot.
De mensen worden flink onder druk gezet voor uitdetachering, als ze dat niet doen krijgen ze salarisvermindering. Het is in mijn ogen een sociale werkplaats met een grote A ervoor. In één woord een rotte top.
Vanaf de eerste werkdag binnen de WSW als een hel op aarde ervaren. Ik zag hoe ze met mijn collegas omgingen voor jou 100 anderen.
Ik durf mijn naam niet in te vullen, omdat er anders maatregelen volgen tegen mij door mijn werkleiding.
[U kunt de enquête niet meer invullen]
| 1. Hoe lang werkt u in de sociale werkvoorziening? | ||
| korter dan 2 jaar tussen 2 en 10 jaar langer dan 10 jaar |
||
| 2. Bij welk SW-bedrijf werkt u? | ||
| 3. In welke sector werkt u? | ||
| groenvoorziening schoonmaak industrie facilitair |
grafisch administratief bouw en schilder detacheringen |
|
| anders, namelijk: | ||
| 4. Wat is uw dienstverband? | ||
| WSW Ambtenaar |
Uitzendkracht WIW |
|
| anders, namelijk: | ||
| 5. In welke leeftijdsgroep valt u? | ||
| jonger dan 23 jaar tussen de 23 en 50 jaar ouder dan 50 jaar |
||
| 6. Wat is uw geslacht? | ||
| man vrouw |
||
| 7. Bent u lid van een vakbond? | ||
| ja nee |
||
| 8. Wat vindt u van de omstandigheden waaronder u uw werk moet doen? (Denk aan werkruimte, uitrusting, aanpassingen, rustpauzes, enzovoort) | ||
| ik ben tevreden ik ben niet tevreden |
||
| Als u niet tevreden bent, wat mankeert er dan aan de werkomstandigheden? | ||
| 9. Wordt er op uw werk voldoende rekening gehouden met uw handicap? | ||
| ja nee |
||
| Als er onvoldoende rekening gehouden wordt met uw handicap, wat gaat er dan verkeerd? | ||
| 10. Wat vindt u van de werkdruk waarmee u te maken hebt? | ||
| geen probleem te hoog kan wat mij betreft hoger |
||
| Als de werkdruk voor u te hoog is, welke problemen ondervindt u daardoor? | ||
| 11. Is de werkdruk naar uw mening de afgelopen jaren toegenomen? | ||
| ja nee weet niet |
||
| 12. Bent u tevreden over de manier van leidinggeven? | ||
| ja nee |
||
| Als u niet tevreden bent over de manier van leidinggeven, wat is er dan verkeerd aan? | ||
| 13. Hieronder kunt u reacties, opmerkingen, hartekreten en andere klachten kwijt. | ||
WNK-bedrijven Alkmaar
Soweco Almelo
SWA Alphen aan de Rijn
WRA Groep Amsterdam
Fivelingo Appingedam
Werkvoorziening Midden-Gelderland (Presikhaaf) Arnhem
WVK-groep Bladel
WSD Boxtel
BSW Bedrijven Breda Breda
Pauw-bedrijven Breukelen
Sallcon Deventer
CombiWerk Delft
Wedeo Doetinchem
Woudengroep Drachten
Ergonbedrijven Eindhoven
IJsselmeergroep Emmeloord
Emco-groep Emmen
DCW-bedrijven Enschede
Sterrenborgh Gouda
Haeghe Groep s-Gravenhage
Hamelandgroep Groenlo
DSW Stadspark Groningen
Zodiak Groep Groningen
Paswerk Bedrijven Haarlem
Licom NV Heerlen
Helso Helmond Helmond
SWB Midden Twente Hengelo
Weener Groep s Hertogenbosch
Howerco Hoogeveen
DSW Leeuwarden Leeuwarden
De Zijl Bedrijven Leiden
MTB Maastricht
Werkplaatsen Walcheren Middelburg
WNO Nijmegen
Larcom Ommen
IBN-groep Oss
MultiBedrijven Rotterdam
DSW Rijswijk en Omstreken Rijswijk
BGS Schiedam
De Millenerpoort Sittard
Wedeka-bedrijven Stadskanaal
DSW Tilburg
Utrechtse Werkbedrijven Utrecht
NLW-bedrijven Venray
ADZ Vlissingen
Het Spektrum Voorhout
De Risse Weert
De Sluis Groep NV Woerden
De Zuidhoek Zierikzee
Delta Zutphen