De Minlijn
|
05-03-2004 • Niet alleen individuele uitzonderingen gaan er door het kabinetsbeleid op achteruit, maar ook specifieke groepen. Dit blijkt uit een nieuw SP-onderzoek naar koopkrachtverlies. De SP eist een serieus en zorgvuldig onderzoek van de regering en waar nodig moet gerepareerd worden.
Via de zogeheten Minlijn konden
mensen hun specifieke koopkrachtverlies melden. Van de iets meer dan duizend
mensen die met de SP contact opnamen, werkten bijna vijfhonderd melders mee
aan een uitvoerige kwantitatieve analyse. Hun netto-inkomen per 1 januari was
2% hoger, maar de gemiddelde koopkrachtontwikkeling is negatief: bij de ondervraagden
maar liefst 12,5%. De oorzaak is dat uit het netto-inkomen meer kosten moeten
worden gemaakt, zoals de eigen bijdrage in de thuiszorg, hogere belastingen
en zelf betalen van zaken die uit het ziekenfondspakket zijn gegaan, zoals
zittend ziekenvervoer, fysiotherapie en zelfzorgmiddelen.
De vele persoonlijke verhalen geven een soms schrijnend beeld van de moeilijke
positie waarin veel mensen met een laag inkomen zijn beland. Ook blijkt duidelijk
wat het effect kan zijn van de stapeling van verschillende maatregelen. Zoals
verwacht treft dit vooral mensen die vaker zorg nodig hebben, zoals ouderen,
chronisch zieken en gehandicapten. Vanzelfsprekend hebben – niet alleen – maar
wel voornamelijk mensen gebeld en gemaild, die door het kabinetsbeleid getroffen
worden. Er is in die zin dan ook geen sprake een representatief beeld. Maar
de meldingen geven dus juist een beeld van groepen die specifiek getroffen
zijn.
De Tweede-Kamerfractie van de SP eist dat de effecten van de maatregelen op
deze specifieke groepen serieus en zorgvuldig onderzocht worden, en uiteraard
vervolgens gerepareerd.
Het volledige rapport Nederland
in de min (PDF, 390 KB)
Teken ook het manifest
‘1 voor allen’