De biologische landbouw is de enige landbouwtak die doet wat het marktdenken vereist: geen kosten afwentelen op de maatschappij. Dat zorgt voor een vals concurrentienadeel, want gangbare sectoren doen dit wél. Zo betaalt de samenleving het filteren van bestrijdingsmiddelen uit drinkwater en het ophalen van kadavers uit de bio-industrie. De overheid moet dit marktfalen corrigeren, door externe kosten systematisch door te berekenen aan de gangbare landbouw en door duurzaam ondernemen te belonen met verruimde fiscale aftrekmogelijkheden. Hierdoor daalt het prijsverschil tussen biologische en gangbare producten van 50 procent naar 25 procent. Verder moeten alle overheidskantines minstens 75 procent biologisch zijn in 2010, willen we meer geld voor omschakelingssubsidies en zou 20 procent van het onderzoeksbudget van het ministerie van Landbouw ingezet moeten worden voor de biologische landbouw.