Sinds de jaren vijftig stimuleert het Europese landbouwbeleid intensivering en schaalvergroting. De kleine welzijnsvriendelijke boer delft hierdoor het onderspit. Exportsubsidies en invoertarieven moeten in rap tempo worden afgebouwd. Inkomenssteun moet worden omgezet in een beloning voor de diensten die agrariërs nu onbetaald aan de samenleving leveren, zoals het beheer van landschap, natuur en binnenwateren. Door EU-subsidies te koppelen aan duurzaam ondernemen worden agrariërs financieel geprikkeld om op een andere manier te boeren.
Het Nederlandse landschap moet weer aantrekkelijk worden, door waterlinten en groene verbindingen. Nu zijn er veel saaie sloten en veel prikkeldraad. Straks moet het landschap weer doorregen zijn met stroomrijke sloot- en akkerranden en houtwallenhagen en fraaie bomenlanen gekoppeld aan fiets-, wandel- en kanoroutes. De SP vindt dat de zorg voor het landschap duurzaam moet worden gefinancierd, via een fonds buiten de overheid en buiten de politieke waan van de dag. Voor landschap- en natuurbeheer komen standaard prestatievergoedingen voor heggen en wallen, bosaanleg, weidevogelbeheer et cetera.
Vooruitlopend op de hervorming van het Europese beleid moet Nederland een verduurzamingoffensief starten in de landbouw, door te investeren in biobrandstoffen, biologische landbouw en minder energieverbruik. Meer aandacht moet er komen voor investeringen in (agrarische) bedrijfsovername door jongeren, streekproducten, agro-toerisme en zorgboerderijen. Dorpen moeten vitaal worden gehouden door gerichte woningbouw voor starters en ouderen, en door grote bedrijfsketens met licentieafspraken te dwingen filialen open te houden.