Bij alle terechte aandacht voor criminaliteit en geweld op straat, wordt nog wel eens vergeten dat een groot aantal misdrijven in Nederland vanachter een bureau wordt gepleegd. Allerlei vormen van fraude (zoals de bouwfraude, faillissementsfraude, vastgoedfraude) beschamen het vertrouwen van mensen in elkaar en de overheid. Met deze en andere vormen van witteboordencriminaliteit zijn jaarlijkse miljarden euro’s gemoeid.
De aanpak van fraude en witteboordencriminaliteit krijgt meer prioriteit. De SP verwerpt de bagatelliserende stelling dat fraude van alle tijden is en overal voorkomt en dat het in Nederland wel meevalt. De prioriteit van het vervolgen van fraude wordt stevig vergroot. Het aantal deskundigen (zoals forensische accountants en fiscalisten) bij de recherche, het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht wordt uitgebreid. Er komt een spreekplicht voor ambtenaren die weet hebben van fraude of corruptie; voorwaarde is dat zij hiervan geen negatieve consequenties ondervinden bij hun werkgever. Er komt eindelijk een goede klokkenluidersregeling, mét een fonds voor mensen die hun maatschappelijke plicht vervullen door fraude te melden. De Tweede Kamer krijgt een eigen onderzoeksbureau om zélf fraude te onderzoeken. Er wordt een nationale coördinator fraudebestrijding aangesteld.
Misdaad mag niet lonen. Geld dat met criminele activiteiten is verdiend moet worden afgepakt door justitie.