01-12-2004 • ‘Er wordt op dit moment in Nederland geen minderheid bedreigd’, stelde minister Verdonk dinsdag in de Eerste Kamer. Ze deed dat dinsdag tijdens een debat over de goedkeuring van het internationaal verdrag inzake nationale minderheden. De Nederlandse regering wil alleen Friezen die status geven. ‘Het is in orde dat we de Friezen deze positie geven en hun rechten beschermen’, zei SP-senator Ronald van Raak, ‘maar hoe denkt de minister een andere, niet-nationale maar wel grote minderheid in ons land beter te beschermen: de een miljoen moslims, die te maken hebben met een groeiende bedreiging?’
Minister Verdonk liet weten daaraan geen behoefte te hebben. En dus discussieerde de Kamer over een groep die weinig problemen kent en zweeg ze over een groep die veel problemen ondervindt. Ook over een andere groep, die van de Roma en Sinti, die in andere landen wel als ’nationale minderheid’ wordt gezien, wilde de minister niet praten. Pikant detail: het was de Nederlandse regering die er eerder bij andere landen op aandrong de Roma en Sinti de status van ’nationale minderheid’ te even. Nu sommige van die landen dat doen, haakt Nederland af.
Het verdrag inzake nationale minderheden ligt overigens al vanaf 1995 op goedkeuring te wachten. In 2001 werden de beraadslagingen in de Eerste Kamer geschorst, toen regering en Kamer het niet eens konden worden over de definitie van ’nationale minderheid’. De toenmalige paarse regering wilde in een erg brede definitie allerlei culturele minderheden, die voorwerp waren van het integratiedebat, tot nationale minderheid benoemen. Dat ging een meerderheid in de Senaat te ver. De regering-Balkenende kiest de tegenovergestelde positie door alleen over Friezen als nationale minderheid te praten.
SP-senator Van Raak wees dinsdag beide opties af: ’Destijds dreigde de opvatting van nationale minderheid te worden verbonden met de lopende integratiepolitiek. De opvattingen over integratie zijn echter veranderd, evenals de groepen die bij de integratie zijn betrokken. Daarmee zouden de indertijd benoemde ‘nationale minderheden’ nu alweer hopeloos achterhaald zijn en zou een soort systeem van promotie en degradatie van nationale minderheden zijn ontstaan. Dat moeten we niet hebben. Maar we hebben ook weinig aan een definitie die op voorhand uitkomt bij de Friezen en elke andere groep uitsluit, zoals de Roma en de Sinti. De criteria van Verdonk deugen niet.’
Minister Verdonk ontraadde een motie van SP, GroenLinks en PvdA om Roma en Sinti ook als ‘nationale minderheid’ aan te merken. De Senaat stemt daar volgende week over.
De minister had ook geen behoefte aan een nadere uitleg aan de Senaat over haar visie op ‘gedeeld burgerschap’ en de wegen waarlangs ze dat wil bereiken. Van Raak liet daarop weten weinig vertrouwen te hebben in het vermogen van de minister om gedeeld burgerschap van verschillende groepen dichterbij te brengen: ’Als je niet wenst in te gaan op vragen die op dit moment echt spelen dan ben je niet goed bezig.’