Toen ik begon met schrijven had ik één vurige ambitie: dat ik ooit nog eens een stukje mocht schrijven voor de SP. Wij waren thuis van de grote linkse concullega, en zoals het met kerken en politieke groeperingen gaat: gelijkgestemde facties kunnen elkaar vaak niet uitstaan. De SP werd bij ons nog erger gewantrouwd dan de natuurlijke vv(ijan)d.
Mijn moeder, Wijnie Jabaaij, was Tweede-Kamerlid voor de PvdA, en niet alleen dat, ze was ook een erg goede kok. Ze had verschillende kookcursussen voor gevorderden gedaan en toen ze naar een huis met een grotere keuken verhuisde hing ze haar kookdiploma’s ingelijst aan de muur. Ze had een aperte hekel aan maaltijden uit zakjes, potjes en blikken, en dus maakte ze zelf haar ragouts, patés, mayonaises; ze bakte taarten; ze trok al haar bouillons en zelfs zoutjes (met name chips) bereidde en frituurde ze eigenhandig.
In feministische en socialistische kringen werd het bijna als verraad gezien dat mijn moeder zo’n strijdster in de keuken was, maar daar zat ze niet mee. Er werd bij ons thuis nooit uit pannen opgediend maar uit schalen en mijn moeder serveerde bij de hoofdschotel altijd minstens twee verschillende warme groente en een salade.
Haar tomatensoep was fameus. Ik herinner me dat mijn ouders eens een tomatensoep voor mijn zus en mij bestelden bij een restaurant in het Brabantse dorp Son (in de buurt van Oss, de hoofdstad van SP-land). De naam van het restaurant was iets als De Rode dan wel De Gouden Leeuw. We aten wel vaker tomatensoep. Mijn moeder proefde van onze Sonse soep en leek een acute aanval van angina pectoris te krijgen. Ze schamperde over de laffe Brabantse poederdrek, en beloofde mij en mijn zus zo snel mogelijk verse soep te bereiden, om ons te laten zien hoe het wel moest.
Ik weet niet meer wat haar recept was, maar nog wel dat ik in de keuken gebiologeerd volgde hoe ze de bouillon trok, de ballen rolde, en de ingrediënten aan de soep toevoegde. De smaak van de echte, pure, ouderwetse, gecompliceerd ongecompliceerde tomatensoep bestaat alleen nog in mijn herinnering, want het lukt me niet om hem na te maken. Het recept van de soep bevindt zich ergens op een strooiveld bij een crematorium, en vergelijkbare recepten kom ik niet tegen. In klasse-restaurants is tomatensoep al een jaar of twintig niet meer te bestellen (want niet exquise genoeg) en restaurants waar tomatensoep wel op het menu staat zijn sowieso niet te vertrouwen (op z’n hoogst serveren ze een aangedikte Unox-variant). Dit is mijn variant, maar die komt toch niet in de buurt van die van mijn moeder.
Draai van het gehakt en het ei kleine, goed gezouten balletjes. Snij de tomaten in stukken en doe ze in een grote pan. Zet het vuur op de middenstand en roer de tomaten tot er een klein laagje vocht in de pan staan. Nu kan het deksel erop en het vuur hoger. Als het geheel goed kookt mag de temperatuur weer omlaag en mogen de tomaten doorkoken tot er een zachte massa is ontstaan. Haal dit van het vuur en laat het afkoelen. Zeef de tomaten (de massa op de zeef drukkend met de achterkant van een lepel) en vang het tomatenvocht op in een pan. Hou minstens een liter sap over, zo niet: vul het dan aan met water met een lepel tomatenpuree (de velletjes en pitten kunnen worden weggegooid). Fruit de sjalotjes in de olijfolie en daarna pas de knoflook. Roer de bloem door dit mengsel, en giet vervolgens met een dun scheutje het tomatenvocht erbij. Als alles is vermengt kan deze soep aan de kook worden gebracht, samen met de verse kruiden, de laurierbladeren en het bouillonblokje. Laat de soep een kwartier zachtjes doorkoken, verwijder de kruiden, voeg de balletjes toe, laat het geheel nog vijf minuten koken en breng het op smaak met zout en peper. Serveer het eventueel met een klein scheutje room of een drolletje mascarpone.
Uit: Keukenprins (uitgeverij Podium, 2008) Ronald Giphart
Heb je ook een heerlijk tomaten-recept? Mail dat dan naar de webmaster!
Meld je nu aan voor de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP: