www.sp.nl/europa

Homepage SPNederland en Europa

Zoeken in /europa

/europa :: onze mensen

Meer info over Harry van Bommel

Harry van Bommel

Meer info over Dennis de Jong

Dennis de Jong

Meer info over Emile Roemer

Emile Roemer

Fractiemedewerkers:
Alexander van Steenderen
Niels Jongerius
Femke Reudler Talsma
Reinout Heijdra
Machteld Velema

/europa :: agenda

  • Vrijdag 25 mei Purmerend - 20:00 - 22:00 uur, Dennis de Jong spreekt tijdens de tour d´Europe over de Eurocrisis. Locatie: Partycentrum Concordia, aan de Koemarkt in Purmerend.
  • Maandag 4 juni Delft - 20:30 uur, Jasper van Dijk neemt deel aan ‘het grote verkiezingsdebat’ van studentenvereniging Sanctus Virgilius over onderwijs, economie en Europa. Locatie: Sociëteit Alcuin, Oude Delft 57.
SP.nl/europa

Een beter Europa begint in Nederland

4 juni 2009: vóór of tegen?

De 4de juni 2009 wordt een historische dag voor Europa. U kunt dan de verkiezing van het Europees Parlement gebruiken als een referendum. Daarin beslist u hoe we verder moeten met Europa. Op 4 juni 2009 kiest u vóór of tegen de overdracht van nog meer Nederlandse bevoegdheden aan Brussel. Vóór of tégen een Europese Unie die dogmatisch zweert bij ‘meer markt en minder overheid’. Vóór of tegen Europees beleid dat de belangen van aandeelhouders en beleggers zwaarder laat wegen dan die van werknemers en burgers.

Vóór of tegen een Europese superstaat in wording. Op donderdag 4 juni 2009 heeft u het voor het zeggen. Met een stem op de SP stemt u resoluut tegen nog méér Brusselse bevelen en bevoegdheden. Met een stem op de SP zegt u met ons: een beter Europa begint in Nederland. U mag het zeggen. In dit programma ‘Een beter Europa begint in Nederland’ vertellen wij u wat wij met uw stem kunnen doen en hoe we uw stem in Brussel en Den Haag zullen laten horen.

Afrekenen met geschonden beloften en politiek handjeklap…

De meeste partijen steunen sinds jaar en dag de snelle, eenzijdige en steeds verdergaande Europese eenwording van de nu 27 lidstaten in een steeds machtiger Europese Unie. Ze hebben Europa één grote marktplaats laten worden, waar de economie het keer op keer wint van de democratie. Met alle gevolgen van dien. Bedrijven, banken en beurzen spelen de baas over regeringen en parlementen. De meeste mensen zijn niet gelukkig met die overhaaste, eenzijdige en doorslaande integratie. Ze zijn wel voor Europese samenwerking, maar voelen zich niet thuis in een Europa, waar geld en winst belangrijker zijn dan welvaart en geluk. De SP is het met al die mensen eens. In het referendum van 2005 wezen we, samen met twee op de drie kiezers, de Europese Grondwet af. Die Grondwet dreigde van Nederland een machteloze provincie van een ondemocratische en asociale Europese superstaat te maken. In 2008 stemde de SP in de Tweede en Eerste Kamer tegen het Verdrag van Lissabon, dat inhoudelijk vrijwel gelijk is aan de door de Nederlandse burgers afgewezen Europese Grondwet. De meeste politieke partijen hadden helaas geen respect voor het Nederlandse ‘nee’ uit 2005 en zeiden in 2008 ‘ja’ tegen het nieuwe Europese verdrag.

U mocht zich in 2008 niet opnieuw uitspreken over de opvolger van de Europese Grondwet. CDA, PvdA en ChristenUnie staken daar een stokje voor, ook al was u een tweede referendum beloofd. Opiniepeilingen laten zien dat de meeste mensen ook tegen het nieuwe Verdrag van Lissabon zijn. Omdat een aantal landen het verdrag nog niet goedgekeurd heeft, kunt u op 4 juni 2009 alsnog afrekenen met de geschonden beloften. Daarom zijn de verkiezingen voor het Europees Parlement nu belangrijker dan ooit tevoren.

… door een stem op de SP, die drie keer telt

Wie op 4 juni 2009 wil laten zien dat er hoognodig verandering moet komen in de ongewenst eenzijdige en overhaaste Europese integratie, kan dat het beste doen met een stem op de SP. Een stem op 4 juni 2009 op de SP telt drie keer:

als een stevige boodschap dat u het niet pikt dat er geen referendum is gekomen over de ‘vernieuwde’ grondwet.

als een helder ‘nee’ tegen de eenzijdige Europese politiek van de Nederlandse regering en de meeste politieke partijen van ‘meer markt en minder overheid’ en ‘meer Brussel en minder Nederland’;

als een helder ‘ja’ voor consequente oppositie tegen het tempo en de richting van de Europese integratie. Hoe groter de SP, hoe duidelijker het signaal dat een beter Europa in Nederland begint;

Hoe een succesvol Europees project ontspoorde

Tot 1992 was het vertrouwen van de bevolking in de Europese samenwerking betrekkelijk groot. Europese economische samenwerking moest vrede, stabiliteit en welvaart garanderen in het Europa van na de Tweede Wereldoorlog. Dat gebeurde ook: oude vijanden als Frankrijk en Duitsland gingen economisch samenwerken en betrokken daar ook andere Europese landen bij, waaronder Nederland. Die unieke Europese samenwerking bleek lange tijd per saldo succesvol. In het Verdrag van Maastricht (1992) werd echter door voornamelijk conservatieve en neoliberale Europese regeringsleiders gekozen voor een nieuwe koers. De Europese Unie zou gaandeweg één economische, monetaire, politieke en militaire politiek gaan voeren. Meer macht voor Brussel, minder macht voor de lidstaten, meer ruimte voor de grote bedrijven van Europa, minder invloed voor de mensen in Europa.

Het Verdrag van Maastricht effende het pad naar een superstaat Europa die een neoliberale politiek moest voeren van meer markt en minder overheid. Dat neoliberalisme, overgewaaid uit Amerika en Groot-Brittannië, werd door liberale, christendemocratische en sociaaldemocratische partijen gezien als het beste antwoord op de economische teruggang van de jaren tachtig. Het geloof in de mogelijkheden om de naoorlogse Europese verzorgingsstaat te behouden en te versterken verdween. Banken, bedrijven, beleggers en aandeelhouders kregen het voor het zeggen. Overheid en publieke sector werden uitgekleed. De economie won het van de democratie. Brussel ging steeds meer de baas spelen, ook in Nederland.

De meeste Europese regeringsleiders lieten zich openlijk leiden door de grote ondernemingen van Europa, verenigd in de machtigste lobbyorganisatie van Europa, ‘Europese Ronde Tafel van Industriëlen’. Die wilden één aaneengesloten Europese markt, met meer vrijheid van ondernemingen en minder bemoeienis van de nationale lidstaten. Zeker na de val van de Berlijnse Muur en de ineenstorting van het Oost-Europese communisme leken de groeimogelijkheden voor het kapitalisme in Europa onbeperkt. De voorstellen van de grote Europese ondernemers vonden ook bij de Europese Commissie, destijds onder voorzitterschap van de Fransman Jacques Delors, een gewillig oor. In sneltreinvaart werden honderden maatregelen doorgevoerd om de aard van de Europese samenwerking in neoliberale richting bij te stellen.

De SP behoorde tot de weinigen die ‘nee’ zeiden tegen het Verdrag van Maastricht. Aan de bevolking van de meeste lidstaten werd niets gevraagd. Niet in 1992 en niet in de jaren daarna. In enkele landen gebeurde dat wel. Bijvoorbeeld in Zweden, Denemarken, Frankrijk, Ierland, Noorwegen en Zwitserland. Daar bleek steeds dat heel veel gewone Europeanen veel twijfels hadden over de nieuwe koers van de Europese samenwerking. Kiezers in Zwitserland en Noorwegen zeiden ‘nee’, net als de inwoners van Groenland. In Denemarken, Frankrijk en Ierland kon slechts met veel politiek kunst en vliegwerk een magere meerderheid tot stand worden gebracht. De kloof tussen Europese burgers en het Europese bestuur werd steeds groter. Burgers kregen steeds meer te maken met Brusselse besluiten, zonder dat zij en hun nationale parlementen daarover iets te zeggen hadden. Dat zette veel kwaad bloed. Ook in Nederland. De meeste mensen blijven thuis als het Europees Parlement gekozen wordt. Dat is een teken aan de wand. Maar wie niet stemt, wordt niet gehoord. Daarom dendert de Europese sneltrein almaar door op het verkeerde spoor.

Van het Verdrag van Maastricht naar de Europese Grondwet en het Verdrag van Lissabon

Het Verdrag van Maastricht werd verder uitgewerkt in de verdragen van Amsterdam (1997) en Nice (2000). Europa koos nog duidelijker voor een neoliberale koers. Daarom wees de SP ook die verdragen af, terwijl de andere grote partijen in Nederland opnieuw ‘ja’ zeiden. Politici zeiden ook ‘ja’ tegen de verdragen van Rome (2004) en Lissabon (2007). Daarmee moest de neoliberale ontwikkeling van een steeds grotere Europese Unie verder in beton worden gegoten. Brussel kan zo steeds meer de baas spelen in de Europese Unie, die inmiddels reikt van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee tot de landsgrenzen van Rusland, Oekraïne en Turkije. De meeste politieke partijen vonden het allemaal best. De grote ondernemers vonden het prachtig. Maar steeds meer mensen vonden het niets.

In 2005 sneuvelde de Europese Grondwet door een ‘nee’ van de kiezers in Frankrijk en Nederland. Het daaropvolgende ‘Hervormingsverdrag’ van Lissabon (2007) bleek inhoudelijk vrijwel hetzelfde als de afgewezen Europese Grondwet. Dit nieuwe verdrag werd in 2008 door de Ierse kiezers afgewezen, en kan dus evenmin als de Europese Grondwet in werking treden. De inwoners van andere lidstaten kregen niet de kans om zich in een referendum uit te spreken. Ook niet in Nederland, waar het de kiezers wél beloofd was door de PvdA, maar die daar na de vorming van het kabinet weer anders naar keek. De nationale parlementen zeiden ‘ja’ tegen het verdrag. Maar in de meeste lidstaten zijn veel burgers bezorgd en boos over het feit dat zij buitenspel worden gezet door de Europese regeringsleiders en de nationale parlementen. Zo ook in Nederland. Bij ons is een meerderheid van de bevolking tegen de opvolger van de Europese Grondwet. Ook is er toenemend verzet tegen allerlei Brusselse bevelen, die diep ingrijpen in de samenleving. De vakbonden botsen met de Europese Commissie als die steeds meer dienstverlening als ‘marktproduct’ wil bestempelen. Huurdersbonden zien niets in de door Brussel gewenste privatisering van de woningvoorraad. De pogingen om het openbaar vervoer uit handen van lokale en nationale overheden te halen, roepen verzet op van vakbonden en consumenten. Dat verzet heeft effect. De Europese Dienstenrichtlijn is aangepast, Nederland mag zelf uitmaken hoe het vervoer per bus en tram wordt georganiseerd en wat onze woningcorporaties doen.

Ons voorstel in 10 punten

Wij willen een beter, begrijpelijker en bescheidener verdrag, dat de belangen van de burgers centraal stelt. Pas na de verkiezingen voor het Europees Parlement zal definitief worden besloten hoe het verder moet met het Europese verdrag. Een nieuw verdrag kan namelijk alleen met unanieme steun in werking treden. De Ierse kiezers hebben echter in 2008 ‘nee’ gezegd. Dus geldt het nieuwe verdrag nog niet. De uitslag van de Europese verkiezingen zal zeker meetellen bij de vraag hoe het nu verder moet. Met uw stem in juni 2009 kunt u invloed uitoefenen op de koers van de Europese Unie. Met een stem op de SP geeft u directe steun aan een beter, begrijpelijker en bescheidener Europees verdrag, dat de belangen van de burgers centraal stelt.

De SP wil dat ook Nederland opnieuw gaat onderhandelen. Daarbij zou ons land moeten pleiten voor een kleiner, bescheidener, en begrijpelijker verdrag over Europese samenwerking in de toekomst.

  1. In plaats van het onleesbare verdrag dat er nu ligt, willen we een kort, helder en duidelijk ‘miniverdrag’. Daarin moet de bescherming en bevordering van de democratische en sociale belangen van de burgers van de lidstaten centraal staan.
  2. Een aangepast Europees verdrag zou moeten terugkomen op het voorgenomen schrappen van tientallen vetorechten van nationale lidstaten. Zo’n grootscheepse overdracht van nationale bevoegdheden naar de Brusselse eurocraten is niet in het belang van de burgers van de lidstaten.
  3. Het uitgangspunt dat Brussel niet hoeft te regelen wat lidstaten beter zelf kunnen, moet beter worden vastgelegd.
  4. De nationale parlementen moeten niet minder maar meer bevoegdheden krijgen om Brusselse regelgeving in goede banen te leiden.
  5. De ‘vrije en onvervalste concurrentie’ als economisch dogma van de Europese Unie dient te verdwijnen. Concurrentie en marktwerking helpen soms, maar pakken vaak ook averechts uit. De catastrofale financiële en economische crisis die in 2008 uitbrak, bewijst dat.
  6. Het ondergeschikt maken van nationale wetgeving aan Brusselse besluiten is onnodig en ongewenst, want het ondermijnt de nationale democratie. Laat nationale rechters ook in de toekomst in concrete gevallen steeds afwegen hoe Europees en nationaal recht zich dienen te verhouden.
  7. De uitverkoop van publieke diensten moet stoppen. Er gaat een streep door ‘meer markt en minder overheid’ en steeds ‘meer Brussel en minder Nederland’. We gaan weer zelf uitmaken wat in het algemeen belang is en niet op ‘de markt’ thuishoort.
  8. Militarisering van de Europese Unie bedreigt de vrede en stabiliteit in en buiten Europa. Die bepalingen moeten daarom vervallen. Een Europees defensiebeleid en een Europees leger zijn koren op de molen van de wapenindustrie.
  9. De nationale soevereiniteit op het gebied van de buitenlandse en militaire politiek mag niet verder worden ingeperkt. We mogen niet ongewild betrokken worden in andermans politieke en militaire avonturen.
  10. Een gezamenlijk landbouwbeleid dat uitgaat van permanente uitbreiding van de productie, zoals het Verdrag van Lissabon doet, is niet duurzaam en is schadelijk voor mens en milieu. Dat moet dus anders en beter, met veel meer aandacht voor milieu, dierenwelzijn en landschapsbeheer.

Europese samenwerking: de wissel moet om

Wij zeggen: Europese samenwerking is nodig, om vrede, stabiliteit en welvaart te garanderen. Hechte Europese samenwerking is nodig, om nieuwe, grote en grensoverschrijdende problemen als klimaatverandering, milieu­vervuiling, internationaal terrorisme en mondiale tegenstellingen tussen arm en rijk aan te kunnen pakken. We hebben een goed functionerende Europese Unie nodig, om duurzame en veilige verhoudingen met machtige buurlanden als de Verenigde Staten, Rusland en Turkije te bewerkstelligen. Een Europese Unie gebaseerd op bescherming van democratische en sociale rechten van haar burgers is ook de beste waarborg voor eerlijke relaties met zich ontwikkelende landen.

Maar de Europese Unie zit nu op het verkeerde spoor. De Europese Unie is vooral op verkeerd spoor waar het gaat om liberalisering van energieproductie en -leverantie, vervoer, dienstverlening en arbeidsmigratie. Stopzetting en waar mogelijk terugdraaiing van die ontwikkeling zal door ons worden bepleit. We zullen onze positie in het Europees Parlement, samen met onze parlementaire en buitenparlementaire posities in Nederland, volop gebruiken om tegengas te geven aan dat neoliberale beleid en waar mogelijk een andere koers helpen afdwingen.

De wissel moet worden omgezet. We moeten in Europa niet langer de kortzichtige economische belangen van de grote bedrijven, banken en beleggers voorop zetten, maar de democratische en sociale belangen van de Europese burgers. Dat is beter voor iedereen.

4 juni 2009: een beslissend moment?

Een ander tempo en een andere richting van de Europese samenwerking, dat is mogelijk. Maar zo’n koers­wijziging zal wel afgedwongen moeten worden door de burgers van de lidstaten. De verkiezingen voor het Europees Parlement kunnen daarbij een bijzonder moment worden. Het is aan u om daarover te beslissen. U kunt van 4 juni 2009 een historische dag maken, in Nederland en in Europa. Wij zijn er klaar voor!

Voor de komende vijf jaar ziet de SP elf belangrijke strijdterreinen. In de volgende hoofdstukken doen we tientallen concrete voorstellen om Europa bescheidener, democratischer, veiliger, socialer, schoner en duurzamer te maken. Ze zijn haalbaar en betaalbaar en een werkelijk alternatief voor een almachtige harde Europese superstaat. Hoe meer kiezers met hun stem laten horen een ander en beter Europa te willen, hoe sterker dat geluid in het Europese en Nederlandse parlement kan doorklinken.

Delen E-mail een 
vriend Hyves

/europa :: opinie

/europa :: column

/europa :: video's

www.flickr.com
SP Politiek's SP Europa photoset SP Politiek's SP Europa photoset
Tweede Kamerverkiezingen 12 september 2012
1 voor allen
Laat zien waarom je SP-lid bent

Vroeg of laat
Studio SP
top