24-06-2008 • Het kabinet Balkenende wil zo snel mogelijk een Nederlandse ‘ja’ laten klinken op het Verdrag van Lissabon. In de Tweede Kamer lukte dat op 18 juni, maar in de Eerste Kamer zijn niet alle fracties van plan om zich gek te laten maken. De SP weigert om een overhaast besluit te nemen. Tenslotte is de Eerste Kamer er om de kwaliteit van de wetgeving te bewaken.
In de inleiding van een lijst van niet minder dan 105 schriftelijke vragen, die vandaag werden ingediend, wijst de SP-senaatsfractie erop, dat premier Balkenende en minister Verhagen het verdrag al op 13 december 2007 ondertekenden, maar dat het daarna drie maanden duurde eer het ter goedkeuring werd aangeboden aan de Tweede Kamer. Die deed er vervolgens ook drie maanden over eer het werd behandeld en nu zou de senaat nog vóór het zomerreces hetzelfde moeten doen. ‘Vanwaar de pressie van de regering om de Eerste kamer te bewegen haar deel van de behandeling in drie wéken te doen?, zo luidt de eerste vraag.
Om nog even duidelijk te maken wat de senatoren (die parttime politici zijn) allemaal in die drie weken zouden moeten doen, wordt het probleem nog even op een rijtje gezet: Het voorstel van Rijkswet is slechts drie pagina’s lang, maar het verdrag waarop die rijkswet betrekking heeft, telt 271 pagina’s, 146 pagina’s wijzigingen, plus 36 protocollen, plus 26 declaraties plus een uitgebreide concordantietabel. Omdat het vooral kruisverwijzigingen betreft, is alleen al het in beeld brengen van wat blijft, wat verdwijnt en wat wordt toegevoegd na de (afgewezen) grondwet, een monumentaal karwei. Er is geen publieksvriendelijke versie beschikbaar, maar wel is er een Memorie van Toelichting van 97 pagina’s.
“Is het, alles overziende niet meer verantwoord om ook de Eerste Kamer een enigszins redelijke termijn van behandeling te gunnen?” zo luidt vraag 2. En vraag 3 vervolgt met: welk belang is er eigenlijk gediend met een overhaaste ratificatie?
Daarna volgen er nog ruim honderd vragen, waaronder bijvoorbeeld deze: “Wie in de regering heeft alle protocollen en verklaringen gelezen, doorgrond en beoordeeld? En is die persoon bereid om aan een korte quiz mee te werken?”
Het kabinet wil persé het verdrag vóór het zomerreces door de senaat halen. Maar de senaat vergadert op 8 juli voor het laatst. Dat betekent dat de regering in elk geval in die korte tijd de 105 SP-vragen schriftelijk zal moeten beantwoorden. En de SP-fractie heeft al aangekondigd dat als ze de antwoorden onvoldoende of onbevredigend vindt, er vervolgvragen zullen komen….
De spannende vraag is dus of en hoe Balkenende deze klus in zo korte tijd bevredigend zal kunnen klaren.
www.flickr.com
|