Voor een bloeiende economische ontwikkeling is innovatie van groot belang. In die vernieuwing blijft Nederland achter. Ook grotere bedrijven die er financieel goed voor staan, investeren relatief weinig in onderzoek en ontwikkeling. De uitgaven aan Research en Development moeten omhoog. Voor iedere euro overheidssubsidie zal het bedrijfsleven twee euro moeten gaan investeren.
Bijna 80 procent van onze technologische innovatie komt uit de industrie. Nederland gaat dan ook, wat de SP betreft, een innovatieve industriepolitiek voeren. Daartoe wordt een permanente industrie&innovatieraad opgericht, die een lange-termijn innovatiestrategie formuleert. Hierin komen heldere doelen en criteria te staan. De overheid ondersteunt de industrie bij het halen van die doelen, onder andere door het oprichten van een Nationale Investeringsbank die voorziet in de behoefte aan hoog-risicovolle leningen. De bank financiert innovatieve projecten, die pas op lange termijn rendement opleveren.
Uitwisseling van kennis tussen bedrijfsleven, universiteiten en kennisinstituten wordt verder gestimuleerd. Daardoor wordt universitaire kennis beter ontsloten en benut voor praktische toepassingen.
De industrie creëert werkgelegenheid over de volle breedte van de arbeidsmarkt. Mensen die werken met hun handen zijn ook in de toekomst hard nodig. Tegelijkertijd blijkt dat bijna de helft van de bedrijven een tekort heeft aan geschoold productiepersoneel. De aansluiting van (V)MBO’ers op het bedrijfsleven moet worden verbeterd, zodat het tekort aan geschoold personeel kan worden aangepakt.