www.sp.nl/defensie

Homepage SPSlash Defensie
SP.nl/defensie

Stop de oorlog - Hervat de onderhandelingen!

Nederland is in oorlog met Joegoslavië. In NAVO-verband neemt onze luchtmacht deel aan bombardementen op Joegoslavische doelen in Servië en Montenegro. Vrijwel de gehele Tweede Kamer, van VVD-rechts tot en met GroenLinks, steunt het besluit van de Nederlandse regering aan deze oorlog deel te nemen. Alleen de SP is tegenstander van de NAVO-actie. Want die is onrechtmatig en onverantwoord.


door Harry van Bommel, Tweede-Kamerlid voor de SP

Voor het eerst in haar 50-jarig bestaan treedt de NAVO zonder enige internationaal-rechtelijke grondslag met geweld op buiten het verdragsgebied van de 19 aangesloten landen. Minister Van Aartsen verkondigde in de Kamer dat de resoluties 1199 en 1203 van de Veiligheidsraad voldoende grondslag bieden voor militair ingrijpen. Maar VN-secretaris-generaal Kofi Annan maakte onmiddellijk een einde aan deze misvatting. Hij onderstreepte opnieuw dat een expliciete uitspraak van de Veiligheidsraad nodig is voor het gebruik van geweld en dat dit ook erkend wordt in het NAVO-verdrag. Twee van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad hebben direct geprotesteerd tegen de luchtaanval en om een spoedzitting van de Veiligheidsraad gevraagd. Inmiddels hebben ook de Paus en de voorzitter van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) de bombardementen betreurd.

Eigenmachtig NAVO-optreden een gevaarlijk precedent
De SP beschouwt het eigenmachtig optreden van de NAVO zonder de grondslag van een resolutie van een Veiligheidsraad als onrechtmatig. De redenering dat verdeeldheid in de Veiligheidsraad een grond is om dan maar met een willekeurige coalitie eenzijdig op te treden, is een regelrechte aanval op het fundament van de Verenigde Naties. De Veiligheidsraad is juist in het leven geroepen om er bij ernstige geschillen te bevorderen dat er wordt gesproken in plaats van geschoten. De NAVO-aanval op Joegoslavië is dan ook tevens een aanval op de bestaansgrond van de Verenigde Naties. Deze actie zet de wereld meer dan vijftig jaar terug, naar de tijd waarin slechts het recht van de sterkste gold. Dit NAVO-optreden is ook een zeer gevaarlijk precedent is. Het past precies in het nieuwe Strategische Concept dat de NAVO over een maand in Washington zal presenteren, en waarin het bondgenootschap zichzelf het recht geeft militair op te treden buiten het verdragsgebied. De huidige oorlog is daarmee een voorproefje van een "nieuwe" wereldorde, waarin enkel de NAVO nog bepaalt wanneer en hoe militair ingegrepen wordt.

Het "humanitaire" argument leidt tot willekeur
Bij gebrek aan een legitimatie door de Veiligheidsraad, introduceert de NAVO een geheel nieuwe rechtsgrond voor haar militaire ingrijpen. In situaties van humanitaire catastrofes zou geen andere rechtvaardiging meer nodig zijn dan juist de ernst van die situatie. Maar wie bepaalt wanneer er sprake is van zo'n situatie? Wie bepaalt de aard van het ingrijpen dat daarbij past? Het antwoord werd afgelopen woensdagavond gegeven: een willekeurige coalitie met de beschikking over voldoende wapens beslist wanneer waar, wanneer en hoe ingegrepen wordt. Het "humanitaire" argument mag op het eerste gezicht redelijk lijken, het betekent echter niets meer of minder dan dat staten voortaan andere staten kunnen aanvallen zonder de geringste internationale rechtsgrond. Hanteerde de Sovjet-Unie niet precies hetzelfde "humanitaire argument" voor haar inval in Afghanistan? Het is ook een ongeloofwaardig argument, want wat doet de NAVO dan aan de humanitaire catastrofe in Sierra Leone of Tibet? En hoe hypocriet is in deze de rol van NAVO-lid Turkije, dat nota bene binnen haar eigen grenzen een vergelijkbaar conflict heeft met miljoenen Koerden? Dat uitgerekend Nederland, dat bekend staat als voorvechter van het internationaal recht, nu met deze willekeur instemt, is meer dan betreurenswaardig.

Geen van de doelen komt dichterbij. Integendeel.
Van het uiterste middel van militair ingrijpen mag in ieder geval geëist worden dat het doel duidelijk is. Het is echter verbazingwekkend hoeveel versies er circuleren van het doel van de aanval op Joegoslavië. Volgens de Amerikaanse president Clinton is de geloofwaardigheid van de NAVO een belangrijke reden voor de bombardementen, terwijl de Nederlandse defensieminister De Grave dat juist zeer expliciet ontkent. Hij heeft het over het beschermen van de vluchtelingen in Kosovo, wat zijn VVD-partijgenoot Blaauw weer als onzin afdoet. De ene regeringsleider beweert dat de bommen ertoe moeten leiden dat Milosevic het akkoord van Rambouillet tekent, de andere generaal weer dat de Servische legermacht gedecimeerd moet worden.

Welk van die doelen we ook serieus nemen, ze zijn geen van alle dichterbij gekomen na een week oorlog. Milosevic toont juist geen enkele bereidheid tot onderhandelingen. Zijn leger is geenszins verhinderd beestachtig te keer te gaan in Kosovo. Van bescherming van de Albanese Kosovaren is geen sprake. Integendeel, zij slaan massaal op de vlucht. Albanezen in de rest van Joegoslavië vrezen wraakacties. Westerse journalisten, de enige waarnemers in het conflict, zijn opgepakt, geïntimideerd en het land uit gezet. Hulporganisaties, voor zover nog aanwezig, kunnen geen kant op. Het laatste restje oppositie tegen president Milosevic wordt de mond gesnoerd. Het streven naar afscheiding van Kosovo wordt versterkt, terwijl dat geenszins de bedoeling is van de internationale gemeenschap. De kans op escalatie naar andere regio's in Joegoslavië zoals Montenegro en de Vojvodina (met een grote Hongaarse bevolkingsgroep) of buurlanden als Albanië, Macedonië en Bosnië wordt met de dag groter. Rusland is woedend, heeft de samenwerking met de NAVO in het Partnerschap voor Vrede opgeschort en de Serven steun toegezegd. Ook hier dreigt escalatie van het conflict. Het zijn allemaal gevolgen die te voorzien waren en die voor de SP vorige week reden vormden om de militaire actie onverantwoord te noemen.

Het paarse kabinet is onverschillig en onwetend
Nederland heeft zich onbekommerd aan het handje van de NAVO laten betrekken in een oorlog die niet veel meer is dan een dodelijke sprong in het duister.
Pas op de avond dat de eerste bommen vielen, kwam minister van Buitenlandse Zaken Van Aartsen voor een spoeddebat naar de Tweede Kamer om uitleg te geven over de Nederlandse betrokkenheid. Het debat was aangevraagd door de SP-fractie. Een dag eerder had de Kamer een SP-interpellatie over de dreigende oorlog nog geweigerd. Minister-president Kok vond het niet nodig zelf het parlement en de bevolking te informeren over het feit dat ons land deelneemt aan een oorlog. Hij was daarmee de enige NAVO-regeringsleider die buiten beeld bleef op de dag dat de militaire acties begonnen.

Onverschilligheid en onwetendheid legt onze regering ook sindsdien aan de dag. Op woensdagavond 24 maart nog stelde minister Van Aartsen de Kamer gerust over de reactie van Rusland. Dat land zou het akkoord van Rambouillet mede hebben ondertekend en zich dus hebben gebonden aan de gevolgen daarvan. Maar de Russische delegatie weigerde in Parijs juist demonstratief haar handtekening onder het "akkoord", onder andere vanwege de militaire implicaties ervan. Over de woede van president Jeltsin en het opschorten van de Russische samenwerking met de NAVO was Van Aartsen niets bekend.
Maar er vallen nog grotere gaten in het verhaal van de oorlogvoerende Nederlandse regering. De vraag wat er moet gebeuren ná de bombardementen, is volgens defensieminister De Grave volledig buiten de orde, omdat de regering ervan uitgaat dat de luchtaanval precies het juiste resultaat zal opleveren. Een verbazingwekkend kortzichtige strategie voor de verantwoordelijke bewindsman die Nederlandse militairen een oorlog in stuurt. Regeren is blijkbaar niet verder vooruit zien dan één stap. Het lijkt De Grave zelfs "buitengewoon onverantwoord" om berhaupt de vraag te stellen: "Wat als bombarderen niet werkt?" Het sturen van grondtroepen wordt door hem echter niet uitgesloten. Dat de minister van Defensie niet weet of niet wil weten dat geen enkele NAVO-lidstaat daartoe bereid is, is ronduit bizar te noemen.

Het enige alternatief voor bombarderen is niet bombarderen.
De oorlog is een week oud en nog steeds weet niemand waartoe hij moet leiden en hoe hij beëindigd kan worden. Wel kan ieder redelijk mens met eigen ogen zien waartoe hij in concreto leidt. Een duurzame vrede tussen de volken in dit deel van Europa is verder weg geraakt dan ooit. De tegenstellingen worden steeds scherper. Verdere voortzetting dreigt van een steeds bloediger Balkanoorlog met nog meer strijdende partijen.

Het enige alternatief voor bombarderen is niet bombarderen. Alleen een onmiddellijk einde aan de luchtaanvallen en hervatting van directe onderhandelingen tussen Servië en de Kosovaren kunnen nog uitkomst bieden. Moeilijk? Zeker. Maar altijd beter dan doorgaan met oorlog voeren.

Dit artikel verscheen - ingekort - in het Algemeen Dagblad op 30 maart 1999

Delen via sociale media Informatie over delen en sociale media
Studio SP
top