12-05-2009 • De twee directeuren van het Nationaal Historisch Museum (NHM) maken er een potje van en brengen daarmee het hele project in gevaar. Dat vindt SP-Kamerlid Jan Marijnissen. De initiatiefnemer van het museum wil dat minister Plasterk de directie terugfluit. “De directie vindt de oorspronkelijke plannen blijkbaar niets en gaat nu met het museum aan de haal alsof het hun eigen speeltje is. Doodzonde.”
Het museum komt er dankzij een voorstel van Jan Marijnissen en Maxime Verhagen van het CDA. Er kwam een ontwerp voor een gebouw van de architect Francine Houben. Het zou aansluiten op het Openluchtmuseum in Arnhem. En het fundament voor het verhaal dat er verteld zou worden, zou een historische tijdlijn zijn, zodat mensen op een logische manier kunnen leren over de geschiedenis van Nederland. Maar de plannen zijn opeens radicaal gewijzigd. Het museum wordt aan de Rijnoever gevestigd, in een ander gebouw. De tijdlijn is uit het plan verdwenen.
Marijnissen is boos en wil dat het museum alsnog naar Den Haag komt, de stad die altijd al zijn voorkeur had. “Voor een goede exploitatie heb je buitenlandse bezoekers nodig, en die gaan nu eenmaal niet naar Arnhem. Nu de combinatie met het Openluchtmuseum wegvalt, is er geen rationeel argument meer over om voor Arnhem te kiezen. Ik hoop dat de plannen aangepast kunnen worden. Den Haag of Amsterdam liggen dan het meest voor de hand.”
Inhoudelijk lijkt het ook te schuiven. Er is nu gekozen voor een thematische ordening, vijf ‘werelden’, ‘rijk en arm’, ‘oorlog en vrede’, ‘land en water’. Marijnissen huivert: “Het wordt zo een postmoderne hutspot, hipdoenerij van museumbobo’s. Een nationaal museum moet een chronologie bieden. Zo simpel is het, heel veel mensen kennen die niet. Dat is het grote manco, we hebben geen tijdsbalk in ons hoofd. Het idee was: de chronologie moet je horen, zien, meemaken. Dat moet de hoofdzaak zijn. Al het andere komt later wel.”
Inmiddels hebben ook het CDA, PvdA en D66 zich tegen de nieuwe plannen gekeerd. De Kamer bespreekt de kwestie binnenkort met minister Plasterk van Cultuur.