We hechten veel waarde aan onze gezondheid en zijn graag bereid daarin te investeren. Investeren in een huisarts
om de hoek en een zorgcentrum in de buurt. In verzorgingshuizen die onze ouderen een fatsoenlijke oude
dag bezorgen en een jeugdzorg die onze kinderen een toekomst biedt. Mensen met een lage opleiding leven
gemiddeld 6 tot 7 jaar korter dan mensen met een hoge opleiding. Wij willen geen tweedeling, met goede zorg
voor wie het kan betalen en slechte zorg voor de rest. Toch is dat nu aan het gebeuren.
Door de invoering van meer marktwerking, worden ziekenhuizen straks niet meer afgerekend op de zorg die
ze leveren aan patiënten, maar op de winst die ze uitkeren aan aandeelhouders. Door de aanbestedingen is de
thuiszorg in grote problemen geraakt. Wij snijden fors in de bureaucratie en maken een einde aan de schaalvergroting
in de zorg. De verplichte aanbesteding van de thuiszorg en de marktwerking in de ambulancezorg
hebben we na veel acties gestopt. Nu de rest nog.
Ook de marktwerking in de geestelijke gezondheidszorg moet stoppen. Dat zeggen 5.000 medewerkers, in
het onderzoek dat we deden in De GGZ ontwricht. De marktwerking leidt tot nodeloze concurrentie tussen
zorgaanbieders en zorgverzekeraars en hopeloze bureaucratie voor zorgverleners. Marktwerking botst met de
bezieling van medewerkers en is funest voor hun motivatie. Zorgverleners willen af van de managerscultuur,
waarin zij worden afgerekend op cijfers. Ze willen meer ruimte voor de eigen professionaliteit, om mensen in
geestelijke nood te helpen.
Onze voorstellen
We investeren extra in de zorg en de marktwerking in de zorg wordt gestopt en op termijn teruggedraaid.
Winstuitkeringen aan kapitaalverschaffers leiden namelijk tot verkeerde prikkels in de zorg en dat wijzen
we af. De premies voor de zorgverzekering worden inkomensafhankelijk. Het bureaucratische systeem
van diagnosebehandelingcombinaties (DBC’s) verdwijnt en de vrije prijsvorming wordt vervangen door
financiering op basis van het aantal patiënten en de intensiteit van de benodigde zorg. Het werken in
loondienst wordt bevorderd. Nieuwe zorgaanbieders moeten vooraf aan kwaliteitseisen voldoen.
Van schaalvergroting gaan we naar schaalverkleining in de zorg. We kiezen voor zoveel mogelijk zorg
in de buurt, met wijkgezondheidscentra, poliklinieken en consultatiebureaus. Ook thuiszorg bieden we
zoveel mogelijk aan op buurtniveau, net als verpleging, verzorging en dagbesteding.
Voor kleinschalig werkende ziekenhuizen en thuiszorgorganisaties wordt een fusiestop ingevoerd.
Volwaardige ziekenhuiszorg moet behouden blijven in de regio.
De numerus fixus (of ‘loting’) in de opleiding tot arts en tandarts wordt afgeschaft.
Voorkruipzorg gaan we tegen. Voorrang krijgen in de zorg op andere dan medische gronden is niet toegestaan.
De nominale premie voor de zorgverzekering wordt fors verlaagd. We voeren een inkomensafhankelijke
ziektekostenpremie in. Inkomens tot omstreeks het sociale minimum worden hierbij vrijgesteld. De zorgtoeslag
wordt dan overbodig. Het eigen risico wordt afgeschaft.
We verbeteren de AWBZ in plaats van hem uit te kleden. We gaan de zorgzwaartepakketten omvormen
tot betere betaalvormen, op basis van zorgvraag, personeelsbezetting en omgevingseisen.
In de verpleegzorg krijgen ouderen recht op zelfstandige woonruimte en privacy, met op hen afgestemde
zorg en voorzieningen. Palliatieve zorg in verpleeghuizen, van hospices en de thuiszorg, wordt uitgebreid.
We pakken de bureaucratie in de zorg aan. Indicaties worden niet meer gedaan door logge bureaucratische
organen (zoals het CIZ), maar door verpleegkundigen in de wijk. Er komen minder managers in de
zorg en meer handen aan het bed.
In de geestelijke gezondheidszorg wordt de marktwerking teruggedraaid en de bureaucratische DBCfinanciering
afgeschaft.
De geestelijke gezondheidszorg richt zich, behalve op genezing, vooral op preventie en sociaal herstel
van mensen met psychische aandoeningen. Om te voorkomen dat mensen zonder zorg op straat verkommeren
of een gevaar zijn voor zichzelf of voor anderen, moet een tijdelijke gedwongen opname en
behandeling mogelijk zijn.
Gemeenten moeten daadwerkelijk voldoende financiële ruimte hebben om de Wet maatschappelijke
ondersteuning (Wmo) uit te voeren. Dit geld moet ook worden besteed aan waar het voor is bedoeld.
De zorgverzekeraars gaan regionaal werken. Eén zorgverzekeraar wordt regionaal hoofdverantwoordelijk
voor voldoende zorg.
De bevoegdheden van de Inspectie voor de Gezondheidszorg worden uitgebreid.
Meer investeringen worden gedaan in preventie en bestrijding van sociaal economische gezondheidsverschillen.
De publieke gezondheidszorg wordt expliciet een overheidstaak. Door het bevorderen van
gezond gedrag, verandering van omgevingsfactoren en een actievere rol van de zorg, bijvoorbeeld door
preventie door huisartsen en wijkverpleegkundigen in achterstandswijken. Verkleining van de gezondheidsverschillen
leggen we wettelijk vast als doel van beleid.. Hierin past ook het nemen van maatregelen
om het alcoholgebruik te matigen.
Er komt een medisch letselschadefonds voor patiënten, waaruit snel een vergoeding voor de geleden
schade kan worden betaald. Op deze manier worden ingewikkelde procedures voorkomen.
De agressieve marketing en beïnvloeding van onderzoek door de farmaceutische industrie pakken we
aan, door een betere inspectie en een onafhankelijk onderzoeksfonds.
De inkoop van receptgeneesmiddelen doen we via landelijke centrale inkoop door alle zorgverzekeraars.
Zo kunnen we scherpe prijsafspraken maken. En zijn voor iedereen receptgeneesmiddelen beschikbaar.
Apothekersbonussen en -kortingen verdwijnen.
We voeren het actieve donorregistratiesysteem in, om het aantal potentiële orgaandonoren te verhogen.
Er komt een klokkenluidersregeling voor zorgpersoneel dat in instellingen geen gehoor krijgt.
Mantelzorgers en vrijwilligers krijgen meer ondersteuning. Thuiszorg wordt ruimhartiger toegewezen en
de respijtzorg wordt verruimd. We maken de bouw van mantelzorgwoningen op eigen erf mogelijk en
laten mantelzorg zwaar meetellen bij de toewijzing van een woning. Ook wordt het voor mantelzorgers
mogelijk zorgverlof op te nemen.
Iedereen heeft recht op acute medische zorg. Uitgeprocedeerde asielzoekers en onverzekerde daklozen
mogen niet worden uitgesloten van medische hulp, ook niet wanneer ze niet kunnen voldoen aan de
identificatieplicht.