We hebben niet alleen een economische crisis het hoofd te bieden. Op termijn dreigt ook een klimaatcrisis.
Ons milieu wordt bedreigd en de zeespiegel zal stijgen, wat grote gevolgen kan hebben voor ons lage land. Het
toekomstige tekort aan fossiele brandstoffen kan leiden tot mondiale conflicten. Reden genoeg om een stevig
klimaatbeleid te voeren, met nadruk op energiebesparing en duurzame energie- en voedselproductie. En op
investeringen in een duurzame economie en een groen belastingstelsel.
Het is een grote fout dat bestuurders onze grote energiebedrijven hebben verkocht aan buitenlandse ondernemingen.
Dat maakt het voeren van een duurzaam energiebeleid onnodig moeilijk. De overheid neemt
de komende jaren haar verantwoordelijkheid voor energiezuinig produceren en meer duurzame stroom- en
gasproductie.
Landschap en natuur worden te gemakkelijk opgeofferd aan commerciële kortetermijnbelangen. Boeren die
ons landschap beheren, gaan ten onder in een moordende wereldconcurrentie. Willen we een gezonde boerenstand
zijn werk naar behoren laten doen, het dierenwelzijn bewaken, het landschap behouden, de natuur
onderhouden en het milieu beschermen, dan dient de komende regering op dit gebied andere keuzes te maken.
Onze voorstellen
Klimaat en Energie
Naast de bestaande klimaatdoelstellingen voor 2020, worden ook doelstellingen voor de langere termijn
(2050) geformuleerd. We gaan ontwikkelingslanden een stevige hand helpen met het opzetten van een
goed klimaatbeleid.
De energiebelasting voor bedrijven wordt op termijn gelijkgesteld aan die voor consumenten.
De Gasunieconstructie - waarbij Shell en Esso 50 procent van de opbrengst van het gas krijgen - wordt
ongedaan gemaakt. Geld dat hierdoor vrijkomt wordt gestopt in een investeringsfonds voor duurzame
energie.
We pakken onze energievoorziening terug. Daarom stimuleren wij gemeenten die alleen of gezamenlijk
een duurzaam gemeentelijk of regionaal energiebedrijf willen oprichten.
De uitstootrechten in de emissiehandel in CO2 gaan we stapsgewijs verlagen. We stoppen met het gratis
weggeven van emissierechten.
Voordat we overgaan tot ondergrondse opslag van CO2 moeten de effecten daarvan beter worden onderzocht.
In plaats van dure en onzekere investeringen te doen in het opslaan van CO2 kunnen we beter
investeren om de uitstoot van CO2 terug te dringen.
We bevorderen energiezuiniger bouwen, transport en productie, het nuttig gebruik van restwarmte van
elektriciteitscentrales en industrie en andere energiebesparende technieken, en de uitbreiding van duurzame
stroom- en gasproductie. Kolen-, olie- en kerncentrales moeten worden vervangen door zonne-,
wind- en andere duurzame energie. Er komt een ruimere subsidie voor zonnepanelen.
In een Klimaatwet nemen we maatregelen voor een duurzame energievoorziening. De subsidie voor
duurzame energie wordt beperkt tot technieken die nog volop in ontwikkeling zijn, zoals zonnestroom.
Voor wind, biomassa en andere technieken die al bijna volwassen zijn, komt er een verplicht aandeel
duurzame productie voor de energieleveranciers.
De overheid geeft zelf het goede voorbeeld op het gebied van energiebesparing, zuinige auto’s en het
gebruik van duurzame energie en bouwmaterialen.
Er komt een heffing op het landen en opstijgen van vliegtuigen om de schadelijke milieugevolgen van het
vliegverkeer terug te dringen, zolang er geen Europese kerosineheffing is.
We streven naar een zo sterk mogelijke vergroening van het belastingstelsel, waarbij milieuvriendelijk
produceren wordt bevorderd en vervuilende productie zwaarder wordt belast.
We moeten zuinig zijn met het gebruik van grondstoffen. Producenten worden verantwoordelijk gesteld
voor de afvalproductie en de verpakkingsindustrie wordt aangepakt. De illegale handel in afval via
Nederland gaan we aanpakken door streng te handhaven in de havens en toe te zien op de afvalmakelaars.
In Europees verband stellen we voorwaarden voor een verantwoorde verwerking van ons afval.
De controle op en bestraffing van illegale lozingen op zee krijgt een hogere prioriteit.
Het transport van gevaarlijke stoffen dient tot een minimum te worden teruggebracht. Gemeenten moeten
op de hoogte zijn van het vervoer van gevaarlijke stoffen en rampenplannen opstellen. Zij moeten de
bevolking adequaat informeren.
Om bureaucratie te voorkomen komt er één landelijke inspectiedienst die toezicht houdt op milieu,
arbeidsomstandigheden, volksgezondheid en ruimtelijke ordening. De handhavers krijgen een ruim mandaat
en doorzettingsmacht.
Er komen betere regels voor bescherming tegen bodemverontreiniging. Er komt een nationaal plan om
asbest te inventariseren en te verwijderen.
De intensieve veehouderij is in Nederland verantwoordelijk voor 14 procent van de uitstoot van broeikasgassen.
Alleen al daarom zal de veestapel verkleind moeten worden. We stimuleren warmtekrachtkoppelingscentrales
en CO2-gebruik bij tuinders. Uitstoot gaan we ook tegen door het bevorderen van
duurzame landbouw en kortere transportafstanden.
Landbouw en dierenwelzijn
1/3 van de boerenbevolking leeft onder de armoedegrens. Elke week verdwijnen tientallen boerenbedrijven.
Boeren horen een eerlijke prijs te krijgen voor een eerlijk product. Verkoop onder de kostprijs wordt
aangepakt.
Ruim 95 procent van de 450 miljoen landbouwdieren leeft in de bio-industrie. De bio-industrie dringen
we terug. Nederland wordt een land met een diervriendelijke veehouderij. Verdere schaalvergroting en
megastallen gaan we tegen. We bevorderen grondgebonden veehouderij.
Dierenwelzijnsnormen worden aangescherpt. Verminking van dieren wordt verboden. Het fokken en doden
van dieren uitsluitend om hun bont of verenkleed wordt eveneens verboden. Om dierenmishandeling
tegen te gaan kan de rechter een verbod opleggen op het houden van dieren. Transporten van slachtdieren
over lange afstanden wordt verboden. ‘Plezierjacht’ wordt eveneens verboden.
Het preventieve gebruik van antibiotica in de intensieve veehouderij dient verboden te worden. Het algemene
gebruik moet tot het minimum worden beperkt.
In de Noordzee maken we beschermde natuurgebieden, om natuurherstel en herstel van de visstand te
bevorderen. Overbevissing gaan we voorkomen.
Het onderzoek naar vleesvervangende producten wordt bevorderd. Biologische voeding wordt door de
overheid gepromoot.
Het aantal dierproeven wordt tot een minimum beperkt. Waar alternatieven voor dierproeven voorhanden
zijn, worden deze verplicht gesteld.
Er komt een (grond)wettelijke zorgplicht voor het welzijn van dieren.