
Het bieden van veiligheid is het eerste wat burgers van de overheid verwachten. De wens om veilig te kunnen leven, staat in schril contrast met het gevoel van velen dat de criminaliteit onvoldoende wordt bestreden. Criminaliteit is volgens veel mensen een van de grootste maatschappelijke problemen. De cijfers bevestigen dit: in de laatste 40 jaar vertienvoudigde het aantal bij de politie bekende misdrijven. Vernielingen, diefstal en geweld vormen het grootste deel van de 4,6 miljoen delicten waarvan burgers elk jaar het slachtoffer worden. Vooral geweld en dreigen met geweld nemen toe. Tienduizenden slachtoffers moeten jaarlijks behandeld worden in het ziekenhuis, enkele duizenden van hen moeten hier worden opgenomen, terwijl jaarlijks meer dan 200 slachtoffers overlijden als gevolg van geweld. Mensen willen meer veiligheid, terwijl politie en justitie weinig mogelijkheden hebben om daders op te sporen en te bestraffen. Tweederde van de bevolking vreest dat de criminaliteit in de toekomst alleen maar zal toenemen.
De discussie over veiligheid wordt vaak gedomineerd door cijfers. Criminaliteitsstatistieken, enquêtes over het veiligheidsgevoel van burgers, aantallen bekeuringen die zijn uitgeschreven en cellen die zijn bijgebouwd; voortdurend wordt geprobeerd om hét thema van deze tijd te vatten in getallen. Toch gaat het bij veiligheid vooral om mensen. Sommige mensen begaan strafbare feiten, die anderen vaak grote schade en verdriet berokkenen. Voor weer andere mensen is het hun dagelijkse werk om criminaliteit te voorkomen. De overheid moet het gevoel van onveiligheid van mensen serieus nemen. Bij het ontwikkelen van een visie op veiligheid en recht moeten we goed luisteren naar de ervaringen en opvattingen van slachtoffers van criminaliteit en van professionals die omgaan met daders en slachtoffers, zoals politiemensen, hulpverleners, rechters, gevangenispersoneel en reclasseringswerkers.
Asociaal gedrag, intimidatie en vandalisme mogen niet worden gedoogd. Veel sociale onveiligheid ontstaat in wijken en buurten met inwoners die geconfronteerd worden met een opeenstapeling van problemen, zoals armoede, schooluitval, werkloosheid, segregatie en achterstallig onderhoud van huizen en de publieke ruimte. In de bestrijding van sociale onveiligheid moeten we een strenge en consequente aanpak van de overlast combineren met investeringen in de buurt. Overlast door hangjongeren bestrijden we niet alleen door strenge maatregelen, zoals een samenscholingsverbod. Deze moeten gepaard gaan met een terugkeer van het wegbezuinigde jongeren- en buurthuiswerk. Naast het inzetten van extra politieagenten zullen investeringen in opvoedingsondersteuning, onderwijs en buitenschoolse activiteiten kunnen zorgen voor meer veiligheid in een wijk.
Een belangrijke rol in het voorkomen en aanpakken van onveiligheid in de buurt is weggelegd voor de wijkagent, die de wijk kent, problemen vroegtijdig signaleert en erop toeziet dat jongeren die zich misdragen op tijd worden aangepakt. Daarvoor is een goede samenwerking nodig met de jeugdzorg. Ook is het belangrijk dat de wijkagent mensen uit de buurt aanmoedigt om zélf actief bij te dragen aan de veiligheid op straat. Buurtouderprojecten hebben vaak goede resultaten en moeten daarom worden bevorderd.
Bij alle terechte aandacht voor veiligheid op straat, mogen we niet vergeten dat veel ernstige criminaliteit vanachter een bureau wordt begaan. Gesjoemel met gevaarlijk afval kan de gezondheid bedreigen. Onverantwoord gerotzooi met bouwprojecten bedreigt de veiligheid. Grootschalige fraude en corruptie kosten de samenleving jaarlijks vele honderden miljoenen euro’s. Drugshandel en het witwassen van drugsgeld hebben een enorme omvang bereikt, waarbij de scheidingslijnen tussen onder- en bovenwereld steeds vaker vervagen. Een klein aantal ‘foute’ notarissen, advocaten en curatoren bezorgt de hele beroepsgroep een slechte naam en werkt mee aan het witwassen van criminele vermogens, bijvoorbeeld in de vastgoedbranche. Deze vormen van misdaad zijn niet gemakkelijk te bestrijden, mede omdat het de politie en het Openbaar Ministerie op dit terrein aan mankracht en expertise ontbreekt. Daar moet verandering in komen. Voortwoekerende witteboordencriminaliteit is slecht voor de schatkist en funest voor het vertrouwen van de burger in belangrijke instituties van onze samenleving.
Door enkele ernstige justitiële fouten is het vertrouwen in de rechterlijke macht aangetast. Dit vertrouwen moet worden hersteld. Er moet een einde komen aan het systeem van ‘outputfinanciering’, dat rechtbanken en gerechtshoven dwingt om zo snel mogelijk zoveel mogelijk dossiers af te handelen. Verder hoort de rechter-commissaris in gevoelige zaken niet in zijn eentje op te treden. Verhoren moeten voortaan op video worden opgenomen en advocaten dienen toegang te krijgen tot het verhoor. In de politieopleiding hoort meer aandacht te komen voor het verbaliseren. Verplichte deskundigheidsbevordering van rechters is nodig. Strafzaken dienen alleen door strafrechters te worden beoordeeld, waarbij algemene richtlijnen een autonome afweging per geval niet in de weg mogen staan. Ook dient de herzieningsprocedure in strafzaken te worden verbeterd.
Van rechtbanken en gerechtshoven mag worden verwacht dat zij ieder vonnis degelijk motiveren, waarvoor zij ook voldoende middelen moeten krijgen. Een goede motivatie is niet alleen van belang voor het beoordelen van de kwaliteit van de uitspraak, maar ook voor de acceptatie ervan. De toegang tot de rechtshulp in zowel straf- als civiele zaken moet worden verbeterd, eventueel door invoering van een volksverzekering voor juridische bijstand.
In strafprocessen hebben slachtoffers vaak het gevoel dat alle aandacht uitgaat naar de dader en er weinig oog is voor de gevolgen die de misdaad voor hen heeft. Onze aandacht moet eerst en vooral uitgaan naar de slachtoffers. Hun schade moet zoveel mogelijk worden vergoed. Politie en justitie horen het slachtoffer beter op de hoogte te houden van de ontwikkelingen in de zaak. Ook moeten slachtoffers en nabestaanden van slachtoffers recht krijgen op gratis rechtshulp, zodat zij hun belangen juridisch kunnen verdedigen. Bovendien moeten schadevergoedingen die door de rechter aan de dader worden opgelegd zo nodig worden voorgeschoten door de overheid. Dit voorkomt dat slachtoffers gedwongen worden om lange tijd contact te houden met de dader.
De afgelopen jaren is het aantal gevangenen in Nederland explosief gestegen en de celcapaciteit enorm uitgebreid. Tegelijkertijd is er flink bezuinigd op het gevangenispersoneel. Steeds minder bewaarders moeten steeds meer en soms gevaarlijker gedetineerden in de gaten houden. Het detentieregime is sterk versoberd en arbeid en onderwijs zijn bijna helemaal uit de gevangenissen verdwenen. Dit leidt tot meer onveiligheid voor het gevangenispersoneel en minder kans op resocialisatie voor de gedetineerden.
Relatief veel gevangenen in ons land gaan na het uitzitten van hun straf opnieuw in de fout, en de verwachting is dat dit getal verder zal stijgen. Door alle versoberingen is het gevangenissysteem verslechterd. Bewaarders klagen over gebrek aan contact met de mensen die zij, als het even kan, toch weer op het rechte pad moeten helpen.
De overgang van de gevangenis naar de maatschappij is voor veel ex-gedetineerden moeilijk. De reclassering zit vast aan productienormen en ‘outputfinanciering’ en reclasseerders mogen niet zélf bepalen hoe ze hun expertise het beste kunnen inzetten. Even bellen met een woningcorporatie voor een ex-gedetineerde doet de reclassering bijvoorbeeld niet meer, want dat is geen officieel ‘product’ dat de overheid wil betalen. De gemeenten en de reclassering moeten voldoende in staat worden gesteld om ex-gedetineerden te helpen bij hun terugkeer in de samenleving en op die manier nieuwe misstanden helpen voorkomen.
Weinig mensen zijn betrokken bij terroristische activiteiten, maar zij maken wel veel mensen bang. Terroristen chanteren de samenleving en zijn bereid onschuldige slachtoffers te maken. Aanpak van die dreiging zal ook de komende jaren hard nodig zijn. Bestrijding van terreur vereist vastberaden en hard optreden tegen terroristen. Daarnaast is het aanpakken van mogelijke voedingsbodems van redeloos radicalisme nodig, zoals vervreemding, achterstelling, uitsluiting, isolement en indoctrinatie. Bij het signaleren van tekenen van dit soort van radicalisering spelen wijkagenten en jongerenwerkers een belangrijke rol.
Geradicaliseerde personen moeten zoveel mogelijk worden geïsoleerd van potentiële volgelingen. Dat kan bijvoorbeeld door hen goed in de gaten te houden. Discriminerende, racistische en tot geweld oproepende propaganda, vooral op het internet, wordt door politie en justitie harder aangepakt en waar mogelijk door de rechter verboden. Personen die van terrorisme worden verdacht, moeten zonder mankeren voor de rechter worden gebracht. Het is echter niet nodig om te morrelen aan de waarborgen die de rechtsstaat aan verdachten biedt; dat zou juist een concessie zijn aan hen die geen enkele boodschap hebben aan onze rechtsstaat. De democratie verdedigt zich niet door zichzelf te beperken. Juist in deze tijd dienen we ons respect voor de mensenrechten te onderstrepen, als wezenskenmerk van onze beschaving.
[ Introductie | Betere democratie | Beter Delen | Beter zorgen | Betere veiligheid | Beter leren | Beter wonen | Beter groen | Betere cultuur | Beter samenleven | Beter integreren | Beter samenwerken | Beter investeren ]
Ontvang de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP: meld je aan.
Teken ook het manifest
‘1 voor allen’