www.sp.nl

Homepage SPSP.nl
SP :: Programma
Verkiezingsprogramma SP 2006: Een beter Nederland, voor hetzelfde geld

1. Betere democratie

Burgerschap en bestuur

Nederlanders hebben weinig vertrouwen in politici, maar hechten veel waarde aan onze democratie. Negen van de tien Nederlanders vinden onze parlementaire democratie het best mogelijke politieke systeem. Acht van de tien burgers vinden het belangrijk om mee te kunnen beslissen over de inrichting van onze samenleving. Zeven van de tien burgers zijn tevreden over het functioneren van de representatieve democratie – en daarmee is Nederland een van de koplopers in Europa. Maar er is ook minder goed nieuws. Bij de laatste Tweede-Kamerverkiezingen maakte slechts driekwart van de burgers gebruik van het kiesrecht en bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen was dat maar 60 procent. De meerderheid van de bevolking neemt deel aan verkiezingen, maar een aanzienlijke minderheid gebruikt zijn stemrecht níét. Zes op de tien burgers vinden bovendien dat ‘mensen zoals ik’ geen invloed hebben op wat de regering doet. Onze democratie heeft grondig en permanent onderhoud nodig. In de komende kabinetsperiode dient democratisering van de samenleving een van de topprioriteiten te worden.

Het vertrouwen in de democratie herstellen

Een regering mag niet hoogmoedig met de rug naar de mensen toe regeren, maar moet laten zien dat de meningen en wensen van de bevolking er werkelijk toe doen. Politici en politieke partijen moeten beseffen dat zij er zijn voor de burgers en niet omgekeerd. De hoge waardering van de bevolking voor ons democratisch bestel is vertrouwenwekkend. De forse kritiek van de burgers op de wijze waarop momenteel inhoud wordt gegeven aan de democratie moet worden opgevat als een ernstige waarschuwing. Als een ruime meerderheid van de bevolking zegt geen vertrouwen te hebben in de regering, de politieke partijen en de overheid, dan is er iets goed mis.

Het tweede kabinet-Balkenende werd het minst populaire ooit, omdat het gevoerde beleid veel weerzin opriep. Maar ook vanwege de hoogmoedige houding, die uitstraalde dat burgers te dom waren om te begrijpen hoe goed de regering bezig was. Daarmee heeft deze regering het democratische besef in ons land een slechte dienst bewezen. De komende regering zal alles op alles moeten zetten om het vertrouwen in de democratie te herstellen. Daarvoor is nodig dat de politiek van geschonden beloften plaatsmaakt voor eerlijke politiek, voor politici die staan voor hun beloften. Een nieuwe regering dient een beleid te voeren dat de burgers nieuw vertrouwen geeft in de politiek. Dat kan om te beginnen door niet méér te beloven dan kan worden waargemaakt. Dat kan ook door meer gebruik te maken van de bereidheid van burgers om mee te beslissen over de inrichting van de samenleving.

De democratische controle vergroten

Democratie kan niet zonder democraten. Democratie geeft mensen niet alleen rechten, maar ook plichten. We moeten af van de gedachte dat ‘democratie’ staat voor ‘Den Haag’, waarbij ‘de politiek’ beslist en ‘het publiek’ toekijkt. Een gezonde democratie staat of valt met actief burgerschap, waarbij mensen verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen denken en doen. Dat is heel goed mogelijk, omdat driekwart van de bevolking aangeeft meer inspraak te willen, op alle niveaus van de samenleving.

Om te beginnen moet de kiezer serieus worden genomen. Voorkomen moet worden dat, zoals in 2003 het geval was, een regering wordt gevormd die een meerderheid van de kiezers eigenlijk niet wil. Na de verkiezingen moet de nieuwe Kamer de kabinets(in)formateur aanwijzen – dat kan binnen de huidige staatsrechtelijke regels. Het verdient aanbeveling dat politieke partijen al vóór de verkiezingen duidelijk maken welke regeringscoalitie hun voorkeur heeft. Een regeringscoalitie kan aanblijven zolang zij de steun heeft van de meerderheid van de Tweede Kamer, maar het is ook wenselijk om ook hier de invloed van de burgers te vergroten, bijvoorbeeld door invoering van een ‘terugroepreferendum’. Dat geeft kiezers de mogelijkheid om, onder strikte voorwaarden, uit te spreken dat de regering het vertrouwen van de bevolking heeft verloren en nieuwe verkiezingen nodig zijn. De inspraak van burgers kan ook worden vergroot door invoering van een algemeen recht van referendum, om te beginnen een raadplegend referendum – wat mogelijk is binnen de huidige Grondwet. In de komende kabinetsperiode moet ook worden gewerkt aan de invoering van een correctief referendum en een volksinitiatief, waarin kiezers wetgeving daadwerkelijk kunnen afkeuren. De controlerende functie van de Tweede Kamer kan worden verbeterd door een minderheid van 50 Kamerleden het recht te geven een parlementair onderzoek in te stellen.

De politieke partijen versterken

Een gezonde democratie kan niet zonder politieke partijen. Slechts een minderheid van de bevolking denkt op dit moment dat politieke partijen in staat zijn om Nederland te verbeteren. Partijen lijken de band met de burgers te verliezen. Dat blijkt ook uit de dalende ledencijfers van de meeste politieke partijen – waarbij de SP de grote uitzondering is. Slechts 2 procent van de bevolking is nog lid van een politieke partij. Eén van de redenen dat de meeste politieke partijen weinig energie steken in ledenwerving, is wellicht dat de overheid partijen te ruimhartig subsidieert. Van een noodzaak om de eigen broek op te houden is allang geen sprake meer.

Terwijl tal van maatschappelijke organisaties worden getroffen door het stopzetten of inkrimpen van subsidies, worden de subsidies voor politieke partijen voortdurend verhoogd. Door de wanverhouding tussen eigen middelen en overheidssubsidies worden partijen steeds meer staatspolitieke organisaties, in plaats van verenigingen van burgers. Sinds kort is er enige relatie gekomen tussen subsidies en ledentallen, maar nog steeds worden partijen nauwelijks gestimuleerd om leden te maken. In de komende kabinetsperiode hoort het huidige subsidieniveau niet te worden verhoogd. Sponsoring van politieke partijen door commerciële belanghebbenden blijft beslist ongewenst. Sponsoring is immers een overeenkomst met wederzijdse verplichtingen en politieke besluitvorming mag niet worden gekocht.

Bestuur dichter bij de mensen brengen

Democratie is meer dan ‘Den Haag’. De mogelijkheden en middelen van de lokale democratie moeten worden uitgebreid. De afgelopen jaren is op een aantal terreinen weliswaar een deel van de landelijke bevoegdheden gedecentraliseerd, maar zonder dat de daarvoor noodzakelijke financiële middelen werden bijgevoegd. Dat moet anders: wie het werk moet doen, hoort daar ook de middelen voor te krijgen. Voorkomen moet worden dat ‘meer lokale democratie’ in de praktijk betekent ‘minder geld en meer bezuinigen’. De lokale democratie kan worden verbeterd door terug te komen van de kunstmatige en onproductieve tegenstelling tussen college en raad. De gemeenteraad dient formeel en feitelijk het hoogste orgaan van de lokale democratie te zijn. Het is wenselijk dat de gemeenteraad voortaan de burgemeester kiest en dat, zolang dit staatsrechtelijk nog niet mogelijk is, een voordracht van de gemeenteraad voor een burgemeester wordt gevolgd.

Niet alleen landelijk, maar ook lokaal kunnen meer taken en middelen worden gedecentraliseerd, van het gemeentehuis naar de wijken. Besluitvorming en uitvoering moeten zo dicht mogelijk bij de burgers plaatsvinden. Gemeenteraden mogen daarbij zélf beslissen hoe ze de democratische controle inrichten: via de gemeenteraad, via commissies uit de gemeenteraad met een specifieke verantwoordelijkheid voor bepaalde wijken en buurten, via gekozen raden, of via vormen van meer directe inspraak van bewoners. Door taken en middelen meer op het niveau van de wijken en buurten te leggen, kan het bestuur meer worden toegesneden op de menselijke maat en wordt de besluitvorming minder anoniem.

Publieke voorzieningen, van wijkagent tot wijkverpleegkundige en van wijkbibliotheek tot wijkonderhoudsteam, kunnen veel meer dan nu gebeurt op wijk- en dorpsniveau worden aangeboden. Buurten, wijken en dorpen dienen te beschikken over voldoende dienstverlening, winkelaanbod en openbaar vervoer. De onderlinge betrokkenheid van burgers en instituties kan worden vergroot door waar mogelijk grootschalige verbanden in de volkshuisvesting, het onderwijs en de nutsvoorzieningen terug te brengen naar een kleinere schaal. Leerlingen van kleinschaliger VMBO-scholen kunnen een rol spelen in het wijkbeheer en het wijkonderhoud, schoollokalen kunnen worden opengesteld voor activiteiten van wijkbewoners. Bewoners zouden actief moeten kunnen worden in de besturen van woningcorporaties.

Gemeentelijke herindelingen horen niet van bovenaf te worden opgelegd, zoals nu vaak gebeurt, maar moeten de steun hebben van de bevolking. Ook voor het middenbestuur, tussen landelijke en lokale overheid, dient de menselijke maat de norm te worden. De provinciale overheid staat nu vaak te ver van de burgers af. Regionale samenwerking moet eenvoudiger worden. Daarbij moet transparante en effectieve democratische controle zijn verzekerd, wat in de huidige regiobesturen ontbreekt.

De betrokkenheid van burgers vergroten

In het openbaar bestuur is lang niet altijd duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is. De wildgroei van zelfstandige bestuursorganen is daar medeverantwoordelijk voor en moet dan ook worden gestopt. Waar met publiek geld publieke taken worden uitgevoerd, dient democratische controle te zijn gewaarborgd. Democratie staat of valt met betrokken burgers. Het aanleren van democratische vaardigheden behoort een van de educatiedoelen te zijn in het onderwijs, waarbij aandacht wordt gegeven aan het wezen en het belang van een democratische samenleving en de rol van burgers daarin. Zo kunnen we tegengas geven aan ongefundeerd wantrouwen in democratische instituties, gebrek aan respect voor andersdenkenden en de opkomst van antidemocratische stromingen, die de democratische rechtsstaat afwijzen. Een gezonde democratie heeft naast formele regels ook een democratische omgang tussen burgers nodig, waarbij we elkaars belangen en opvattingen respecteren, conflicten oplossen door dialoog en onderhandelen, en verantwoordelijkheid tonen voor elkaar.

De integriteit van bestuurders verzekeren

Democratie is evenmin mogelijk zonder integere bestuurders. Openbaarheid kan de integriteit van bestuurders vergroten, bijvoorbeeld door openheid te geven over functies en nevenfuncties en bijbehorende inkomens. Ook een actieve, primair interne spreekplicht en een goede klokkenluidersregeling voor ambtenaren en andere werknemers die weet hebben van misstanden, behoren tot de vereisten van integer bestuur. De integriteit van bestuurders is voor een deel af te dwingen op basis van wetten en regels, maar is verder vooral een kwestie van publieke moraal.

Van de overbetaling van functionarissen in het openbaar bestuur en de semi-publieke sector gaat een volstrekt verkeerd signaal uit naar de burgers. Niemand in publieke functies dient voortaan méér te verdienen dan de minister-president. De salarissen voor politici gaan niet omhoog. Wachtgeldregelingen voor bestuurders en topmanagers worden gelijkgetrokken met die van andere burgers.

De Europese bureaucratie verminderen

De afgelopen decennia heeft Nederland te veel bevoegdheden overgedragen aan de Europese Unie. Het massale ‘nee’ van de Nederlandse bevolking tegen de Europese Grondwet maakte duidelijk dat de politiek ook hier niet heeft gedaan wat de burgers wensten. De komende jaren moeten burgers meer vertrouwen krijgen in Europese samenwerking. Daarvoor is het noodzakelijk dat niet langer wordt toegestaan dat de Europese Unie haar bevoegdheden overschrijdt en steeds verder uitbreidt. Voortaan dient strikt gehandeld te worden volgens de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit. Dit houdt in dat Nederland doet wat zij zelf het beste kan en de Europese Unie pas actief wordt als zaken nationaal niet afdoende kunnen worden aangepakt. We hebben geen behoefte aan nog meer Brusselse bedilzucht. De grootheidswaan van Brussel heeft veel burgers van de Europese Unie vervreemd en de wildgroei aan Europese regelgeving is niet meer van deze tijd. Het Europees Parlement zou de Europese politiek dichter bij de burgers moeten brengen. Daarom horen ‘dubbelmandaten’ mogelijk te worden, zodat nationale parlementsleden zitting kunnen nemen in het Europees Parlement.

Het Koninkrijk moderniseren

Nederland vormt met de Nederlandse Antillen en Aruba het Koninkrijk der Nederlanden. In de Caribische rijksdelen is sprake van grote werkloosheid, armoede, drugsproblemen en ernstige corruptie. Veel inwoners hebben geen perspectief op een betere toekomst. De landsdelen gaan gebukt onder een grote schuldenlast. In 2007 moet een nieuwe staatsrechtelijke structuur worden vastgelegd, waarbij mogelijk vier autonome landen (Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten) en drie Koninkrijkseilanden (Bonaire, Saba, Sint-Eustatius) ontstaan. Duidelijk moet zijn dat Nederland ook daarna zijn verplichtingen tegenover de andere rijksdelen behoudt, in sociaal-economisch opzicht, maar ook wat betreft bestuur, justitie en veiligheid. De noodzaak van duurzame en vreedzame ontwikkeling van het Caribische deel van ons Koninkrijk, verplicht ook de politici van de eilanden om zich meer dan tot nog toe in te zetten voor de bestrijding van armoede en corruptie.

Wereldwijd actief zijn

Nederland is via verdragen vertegenwoordigd in een groot aantal internationale en supranationale instituties, zoals de Verenigde Naties, de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds, de Raad van Europa en de NAVO. Binnen deze instituties is de democratische controle onvoldoende gewaarborgd. Daar dient verandering in te komen.


Onze voorstellen:

  • In het onderwijs komt meer aandacht voor de ontwikkeling van democratische vaardigheden en actief burgerschap.
  • Een (interne) spreekplicht en een goede klokkenluidersregeling worden ingevoerd voor ambtenaren en werknemers die weet hebben van misstanden.
  • De voorgenomen verhoging van het salaris van de minister-president met 30 procent gaat niet door. Dit salaris wordt de bovengrens in de (semi-)publieke sector. Wachtgeldregelingen voor bestuurders mogen niet ruimer zijn dan die van andere burgers.
  • De Tweede Kamer kan zélf de kabinets(in)formateur kiezen, dan hebben we sneller een regering die past bij de uitslag van de verkiezingen.
  • Voorbereidingen worden getroffen voor de invoering van een correctief referendum, dat kan worden aangevraagd in een volksinitiatief.
  • Een ‘terugroepreferendum’ moet mogelijk worden. Daarmee kunnen kiezers vervroegde verkiezingen afdwingen op het moment dat de regering het vertrouwen van de bevolking kwijt is.
  • Vijftig Kamerleden moeten een parlementair onderzoek kunnen afdwingen, zodat de regering beter kan worden gecontroleerd.
  • Politieke partijen zouden minder afhankelijk moeten zijn van de overheid. De subsidies aan politieke partijen worden bevroren en de hoogte ervan wordt meer gekoppeld aan ledentallen.
  • Sponsoring van partijen door commerciële belanghebbenden wordt verboden.
  • Bij gemeentelijke herindelingen wordt meer rekening gehouden met de mening van de burgers van de betrokken gemeenten.
  • Bij decentralisatie van bevoegdheden moeten gemeenten er zeker van kunnen zijn dat ook de nodige financiële middelen worden meegegeven.
  • De gemeenteraad kiest de burgemeester. Totdat het zover is, wordt de voordracht van de raad door de regering overgenomen.
  • Waar mogelijk worden taken en middelen van gemeenten overgedragen aan democratisch gevormde wijk- en dorpsorganisaties. Ook voorzieningen worden zoveel mogelijk aangeboden op buurt-, wijk- en dorpsniveau.
  • Het democratische toezicht op zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) dient te worden vergroot en de wildgroei van deze ZBO’s moet worden gestopt.
  • De huidige provincies functioneren onvoldoende als modern middenbestuur. Veel taken kunnen beter worden uitgevoerd door kleinschalige en/of meer samenhang vertonende regio’s, waarvan de bestuurders rechtstreeks gekozen dienen te worden. De waterschappen worden afgeschaft en hun taken en verantwoordelijkheden worden ondergebracht bij de regiobesturen of de provincies.
  • Bestuurders die de volksvertegenwoordiging willens en wetens foutief inlichten komen op een zwarte lijst en worden zo mogelijk strafrechtelijk vervolgd.
  • Europese regelgeving wordt voortaan door de Eerste en Tweede Kamer strikt getoetst op subsidiariteit en proportionaliteit. Een dubbelmandaat – het deel kunnen uitmaken van het Nederlands en het Europees Parlement – wordt mogelijk.

[ Introductie | Betere democratie | Beter Delen | Beter zorgen | Betere veiligheid | Beter leren | Beter wonen | Beter groen | Betere cultuur | Beter samenleven | Beter integreren | Beter samenwerken | Beter investeren ]

Delen E-mail een 
vriend Hyves

Blijf op de hoogte

Ontvang de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP: meld je aan.

SP Nieuws

Laatste updates

VANDAAG
NIEUWS
IN DE MEDIA
ZATERDAG 11 FEBRUARI
NIEUWS
IN DE MEDIA
VRIJDAG 10 FEBRUARI
NIEUWS
IN DE MEDIA
DONDERDAG 9 FEBRUARI
NIEUWS
OPINIE
IN DE MEDIA
WOENSDAG 8 FEBRUARI
NIEUWS
OPINIE
IN DE MEDIA
DINSDAG 7 FEBRUARI
NIEUWS
COLUMN
IN DE MEDIA
1 voor allen

Teken ook het manifest
‘1 voor allen’



Vroeg of laat
SP-TV
top

www.sp.nl | Partij | Afdelingen | Nieuws | Agenda | SP.TV | Publicaties | Shop | Inter@ctie | Contact | Lid worden | Opzeggen

© SP 1996-2012