
Door de bank genomen zijn we best tevreden met de invulling die we geven aan onze vrije tijd. We hebben het wel druk, want we willen veel en er kan steeds meer. Deels vullen we onze vrije tijd individueel in, deels in verenigingsverband. Een deel van onze vrijetijdsbesteding wordt ‘geleverd’ door gesubsidieerde instellingen, zoals theaters en bibliotheken, een ander deel kopen we op de recreatiemarkt. In het cultuurbeleid hebben de laatste regeringen vrij baan gegeven aan de markt. Dit heeft geleid tot nieuwe initiatieven, maar is soms ook ten koste gegaan van niet-commerciële vormen van cultuur. Alles van waarde lijkt weerloos, als de commercie zich opwerpt als concurrent. Die ontwikkeling vinden de meeste mensen spijtig. Een beter doordacht beleid is nodig, als we willen voorkomen dat onze vrijetijdsbesteding en cultuurbeleving steeds meer vercommercialiseren.
Vrije tijd is geen verloren tijd. De meeste mensen hechten buitengewoon veel waarde aan hun vrije tijd. We zien niet veel in ‘Amerikaanse toestanden’, met langere werkweken en minder vakantie. Onze vrije tijd gebruiken we om onszelf te ontwikkelen, leuke mensen te ontmoeten en iets nuttigs te doen voor de samenleving. Vrije tijd is een tijd om vrij te kunnen zijn, niet onder druk te staan, en dingen te doen waar je zin in hebt. Bescherming van die kostbare vrije tijd is dan ook geboden. Veel mensen vrezen echter dat zij in de toekomst minder vrije tijd zullen krijgen. Verlenging van de arbeidsdag en de werkweek wordt door de meeste mensen niet gewenst, maar door werkgevers en politici wél voorgesteld.
De afgelopen vijfentwintig jaar zijn de uitgaven aan vrije tijd met bijna 80 procent gestegen. Vakanties, uitstapjes en festiviteiten zijn op de recreatiemarkt steeds meer kant-en-klaar te koop. Dat heeft echter wel een prijs, die voor mensen met lagere inkomens niet te betalen is. Op de vrijetijdsmarkt zien we een tweedeling ontstaan, tussen mensen die zich regelmatig laten verwennen door de recreatie-industrie en anderen die zich dat niet kunnen permitteren. Hun plek op bijvoorbeeld de camping komt ondertussen steeds meer in het gedrang, omdat eigenaren van recreatieterreinen meer winst verwachten van luxe villa’s met golfbaan dan van tenten en caravans. Bescherming van goedkope recreatiemogelijkheden is noodzakelijk.
Steeds meer mensen doen op de een of andere manier aan sport. We zwemmen, fietsen, voetballen, trimmen, tennissen, fitnessen en wandelen er stevig op los. Maar niet iedereen sport. Overgewicht is een groeiend probleem. Hoe jonger mensen met sporten beginnen, hoe langer zij doorgaans actief blijven. Daarom is het belangrijk om sporten door jongeren te bevorderen. Dat kan door kinderen op de basisschool een sportstrippenkaart te geven, waarmee ze gratis kunnen kennismaken met verschillende sporten. Ook is het verstandig om scholen en sportverenigingen de kans te geven om meer met elkaar samen te werken en gebruik te maken van elkaars ervaringen en accommodaties. In elke woonbuurt moet een gegarandeerde hoeveelheid vierkante meters aan buitenspeelruimte beschikbaar zijn. Schoolpleinen kunnen onder buurttoezicht worden opengesteld om kinderen in staat te stellen te sporten en te spelen.
Sport is zeker ook belangrijk voor mensen met een handicap. Voor de extra kosten die de gehandicapte sporter soms moet maken, moet een adequate vergoedingsregeling komen. De huidige regeling ten behoeve van sportbeoefening zou niet alleen sportrolstoelen, maar ook andere hulpmiddelen moeten omvatten. De toegankelijkheid van sportaccommodaties moet waar nodig snel worden aangepast aan mensen met een beperking.
Sommige mensen hebben de kwaliteiten om topsporter te worden. Ook daarvoor hoort de overheid oog te hebben. Niet alles moet hier worden overgelaten aan de commercie. De overheid heeft een eigen verantwoordelijkheid om getalenteerde sporters een kans te geven de top in hun sport te halen. Dat kan jongeren weer motiveren om meer aan sport te gaan doen. Topsport levert ook veel passief plezier op voor de toeschouwers.
Kunst en cultuur mogen zich nog steeds verheugen in een grote belangstelling, maar het is een minderheid van de mensen die minstens één keer per jaar naar een museum of een podiumvoorstelling gaat. Van een goede cultuurspreiding is geen sprake. Dat hangt ook samen met het feit dat te weinig aandacht is besteed aan kunst en cultuur als publieke voorzieningen. Het kunstonderwijs op scholen is gemarginaliseerd. Door geldgebrek hebben veel basisscholen het muziekonderwijs wegbezuinigd. Er is fors gesneden in orkesten en bezuinigd op culturele instellingen.
De kunstsector wordt geconfronteerd met een opeenstapeling van kostenstijgingen. De lastenstijgingen als gevolg van nieuwe regels zouden in ieder geval moeten worden gecompenseerd. De regels voor het recht op WW behoren een speciale ‘artiestenregeling’ te bevatten, vanwege de grote flexibiliteit in duur van producties en contracten. Voor een goede sociale begeleiding van oudere kunstenaars is meer geld nodig. De eis tot bijverdienen in de nieuwe regeling voor kunstenaars (WIK) mag niet zo hoog zijn dat daardoor beginnende kunstenaars hun beroep niet meer kunnen uitoefenen.
Cultuur draagt bij aan de eigen identiteitsbeleving en de persoonlijke expressie van mensen en kan een rol spelen bij de integratie en emancipatie van verschillende bevolkingsgroepen. Het is essentieel dat leerlingen op alle scholen kennismaken met kunst en cultuur. Kunsteducatie en -participatie door jongeren kunnen ook worden gestimuleerd via de publieke omroep. Een gratis cultuurstrippenkaart kan de kennismaking met cultuur bevorderen. Door lagere tarieven kan de toegankelijkheid van culturele instellingen worden vergroot. De maatschappelijke betekenis van amateurkunst is groot en verdient meer aandacht en erkenning.
Popmuziek, verreweg de populairste podiumkunst, krijgt in het huidige cultuurbeleid de minste aandacht. Slechts 0,35 procent van het totale budget van de Cultuurnota gaat naar popmuziek. Meer steun is nodig, ook omdat de Nederlandse popmuziek het door de wereldwijde malaise onder de platenmaatschappijen extra moeilijk heeft gekregen. Nieuwe uitgaven moeten leiden tot meer kwaliteit, diversiteit en innovatie. Door de oprichting van een Fonds voor Nederlandse popmuziekproducties geven we popmuzikanten meer middelen en maken we een verdere opbloei van de popmuziek mogelijk.
We besteden op dit moment slechts 0,5 procent van de rijksuitgaven aan cultuur. Daarmee behoort het Nederlandse cultuurbudget tot de laagste in Europa. Een verhoging naar 1 procent biedt de kans om een inhaalslag te maken en cultuur minder afhankelijk te maken van de commercie. De Code Cultuursponsoring moet de onafhankelijkheid van de gesubsidieerde instellingen tegenover private geldschieters beter waarborgen.
In musea wordt ons culturele erfgoed bewaard en tentoongesteld. Met ruim 800 musea heeft Nederland de grootste museumdichtheid ter wereld. Jaarlijks trekken zij meer dan 20 miljoen bezoekers. Toch komen heel veel mensen bijna nooit in een museum. De toegankelijkheid moet daarom worden vergroot. Uitgangspunt moet zijn dat de toegang tot het erfgoed in de voormalige rijksmusea voor alle inwoners van ons land gratis is. Voor bijzondere tentoonstellingen mag wel een redelijke prijs worden gevraagd.
Wij zijn niet alleen de makers van onze toekomst, maar ook het product van onze geschiedenis. Dat geldt voor iedereen, hoe verschillend we ook zijn en waar we ook vandaan komen. Ter bevordering van ons historisch en democratisch besef dient er een Huis van de Geschiedenis te komen, waarin de wording van de Nederlandse samenleving wordt verbeeld. Als we niet weten waar we vandaan komen, wordt het moeilijk om te kiezen waar we naartoe willen en welke waarden we willen blijven delen.
Voor het behoud van onze historische en culturele bodemschatten is de archeologie van groot belang. Er zit veel waardevols verborgen in onze bodem. Ook in de archeologie heeft de marktwerking haar intrede gedaan. Bij de inrichting van deze ‘kennismarkt’ is echter onvoldoende rekening gehouden met het borgen van wetenschappelijke waarden. Verzekerd moet worden dat opgravingen niet alleen goedkoop, maar vooral ook wetenschappelijk verantwoord plaatsvinden.
Er is alle reden om zuinig te zijn op de publieke omroep. In tijden van commercialisering is het belangrijk dat ook kwalitatief hoogwaardige programma’s worden gemaakt, die niet afhankelijk zijn van kijkcijfers en reclame-inkomsten. Een brede publieke omroep, die niet alleen informatie en opinie verzorgt, moet die garantie kunnen bieden. Omroepen hebben een brugfunctie, om bijvoorbeeld beeldende kunst, dans en opera, maar ook cabaret en popmuziek onder de aandacht te brengen van een breder publiek. Door een te eenzijdige aandacht voor kijkcijfers is die brugfunctie verminderd. Ook wordt minder ruimte geboden aan nieuws en achtergronden bij het nieuws. Voor documentaires is eveneens te weinig geld beschikbaar.
Het ledensysteem voor omroepen moet in stand worden gehouden, maar wel worden gemoderniseerd. Een ‘promotie- en degradatiesysteem’, waarbij nieuwe omroepen makkelijker kunnen toetreden en falende omroepen zendtijd verliezen, zou voor de nodige verversing en verfrissing kunnen zorgen. Daarbij worden omroepverenigingen niet alleen afgerekend op ledentallen en kijkcijfers, maar vooral op doelgroepbereik en doelgroepwaardering. Ook zou de inspraak van programmamakers groter moeten worden. Zelfregulering heeft niet geleid tot een beperking van gewelddadig en seksistisch gedrag op tv. Daarom zouden bij het opstellen van de kijkwijzer ook ouderorganisaties, wetenschappers en andere professionals betrokken moeten worden.
Onze economie is gebaat bij een forse impuls van de ontwikkeling van informatietechnologie, waarbij vooral kleinere IT-bedrijven meer mogelijkheden zouden moeten krijgen. Internet wordt een steeds belangrijkere informatiebron. Driekwart van onze bevolking heeft nu toegang tot internet en dat is internationaal gezien veel. Internet speelt echter zo’n belangrijke rol in onze samenleving dat het voor iedereen toegankelijk moet zijn. Het gebruik van internet, ook door ouderen, moet daarom worden aangemoedigd.
Naast de vele voordelen heeft het gebruik van internet ook schaduwzijden, zoals netverslavingen en webcam-afpersing. Meer overheidsregie en ondersteuning van de hulpverlening is gewenst, om ontsporingen tegen te gaan. Naarmate het gebruik en de mogelijkheden van internet toenemen, groeit ook de internetgerelateerde criminaliteit, zoals spam, fraude, hacking, identiteitsdiefstal en kinderporno. De overheid heeft hier te weinig kennis van zaken en laat te veel op zijn beloop. Het komende kabinet moet een meer bijdetijdse houding aannemen, om het nuttige gebruik van IT en internet te bevorderen en misbruik en criminaliteit te bestrijden.
[ Introductie | Betere democratie | Beter Delen | Beter zorgen | Betere veiligheid | Beter leren | Beter wonen | Beter groen | Betere cultuur | Beter samenleven | Beter integreren | Beter samenwerken | Beter investeren ]
Ontvang de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP: meld je aan.
Teken ook het manifest
‘1 voor allen’