
Nederland is geen eiland. Veel problemen delen we met andere landen en kunnen we beter in internationaal verband oplossen. Bovendien hebben ontwikkelingen in andere delen van de wereld hun weerslag op onze samenleving. Internationale samenwerking is hard nodig, om de welvaart te bevorderen en de vrede te bewaren. Veel Nederlanders zijn graag bereid om onze rijkdom te delen met mensen die het minder hebben getroffen. We willen ook onze verantwoordelijkheid nemen voor vrede en veiligheid. Maar we hechten eveneens aan behoud van onze eigenheid en soevereiniteit. We willen graag helpen, maar laten ons niet graag de wet voorschrijven. Daarom heeft een grote meerderheid van de bevolking ‘nee’ gezegd tegen de Europese Grondwet, waarmee onze burgers de regering en de meeste politieke partijen trotseerden. We willen zélf verantwoordelijk blijven voor onze buitenlandse politiek, ook als het gaat om de strijd tegen het terrorisme.
Nederland werkt in verschillende verbanden samen met andere landen in de regio. Naast de overwegend economische samenwerking in de Europese Unie (met binnenkort 27 lidstaten), is Nederland ook lid van de Raad van Europa (met 46 lidstaten), die vooral veel aandacht heeft voor de mensenrechten, en van de Organisatie voor Ontwikkeling en Samenwerking in Europa (met 56 aangesloten landen, waaronder de Verenigde Staten en Canada), de grootste regionale veiligheidsorganisatie ter wereld. Deze samenwerkingsverbanden zijn van groot belang. Nadat twee Wereldoorlogen en de Koude Oorlog driekwart eeuw de verhoudingen in Europa bepaalden, is vreedzame Europese samenwerking door de bevolking in vrijwel alle Europese landen een breed gedeeld verlangen.
Europese samenwerking dient de politieke, sociale en culturele relaties tussen landen en mensen te verbeteren. De in de jaren tachtig ingezette neoliberale richting van de Europese Unie bedreigt echter de sociale verhoudingen en tast de publieke dienstverlening in de lidstaten aan. De Europese Grondwet had de kroon moeten worden op het neoliberale Europa. We zijn blij dat de bevolking van Nederland daar een stokje voor heeft gestoken. Maar er dreigt nieuw onheil, zoals de Europese dienstenrichtlijn, die werknemers in de dienstverlening in de afzonderlijke EU-landen tegen elkaar laat concurreren op lonen en arbeidsomstandigheden. Europese samenwerking moet tot doel hebben om de arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden te verbeteren, niet om ze te verslechteren. Werknemers die uit andere delen van Europa naar Nederland komen, horen hier te werken op basis van het Nederlandse arbeidsrecht en onze collectieve arbeidsvoorwaarden. Ze worden nu te vaak misbruikt om sociale verworvenheden uit te hollen.
Naast economische integratie wordt her en der ook een verdergaande politieke integratie bepleit. Deze vorm van integratie mist echter draagvlak onder de burgers en is een ongewenste stap in de richting van een superstaat Europa. Slechts een uiterst klein deel van onze bevolking beschouwt zich als ‘Europeaan’, de rest vindt zichzelf vooral ‘Nederlander’, of ‘Nederlander maar ook Europeaan’. De Europese Grondwet had tot doel dat politieke integratieproces een constitutionele basis te geven. Na het heldere ‘nee’ van de Nederlandse bevolking kan van een verdere overdracht van bevoegdheden van de lidstaten naar ‘Brussel’ geen sprake zijn. Nieuwe pogingen om de Europese Grondwet via een achterdeur alsnog goed te keuren moeten worden voorkomen.
De Europese Unie kan beter een pas op de plaats maken, de uitgaven beperken en garanderen dat lidstaten de vrijheid hebben om voorzieningen voor onderwijs, gezondheidszorg, volkshuisvesting en openbaar vervoer zélf te kunnen regelen. De Europese samenwerking in EU-verband zal zich moeten beperken tot de interne markt en verder tot grensoverschrijdende kwesties, zoals terrorismebestrijding, milieu, energie en asielbeleid. Op deze gebieden moet de EU slagvaardig kunnen handelen. Aan een Europese minister van Buitenlandse Zaken, een Europees wapenagentschap en een Europees leger is wat ons betreft geen behoefte. Een besluit tot inzet van militaire middelen is een soeverein recht en moet door het Nederlandse parlement worden genomen.
De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie verandert geleidelijk van een regionale verdedigingsalliantie in een wereldwijd opererende, agressieve interventiemacht. De oude NAVO heeft zichzelf overleefd en de voormalige vijanden, de landen van het Warschaupact, als lid opgenomen of, zoals Rusland, tot ‘partner for peace’ gemaakt. De NAVO is afgestapt van haar oorspronkelijke defensieve verdragsrechtelijke taak, verdediging van het grondgebied van de lidstaten tegen aanvallen van buiten. Het bondgenootschap heeft zichzelf het recht gegeven overal ter wereld militair op te treden. En handelt daar ook naar, waardoor Nederlandse soldaten nu ver van huis worden ingezet. Deze NAVO-politiek wordt door de SP niet gesteund.
Het uit 1949 daterende NAVO-verdrag is door deze ontwikkelingen achterhaald. In 2009, bij het 60-jarig bestaan, wil de NAVO een nieuwe veiligheidsstrategie presenteren. Dat is een uitgelezen kans om ook de Nederlandse bevolking de komende jaren te laten meepraten over de wijze waarop de internationale veiligheidsstructuur in de toekomst het beste gestalte kan krijgen. Nederlandse militairen kunnen wat ons betreft onder mandaat van de Verenigde Naties deelnemen aan vredesoperaties, om escalatie van conflicten te helpen voorkomen, als voldaan wordt aan de criteria van legitimiteit, effectiviteit en proportionaliteit.
In het kader van een geloofwaardige en effectieve buitenlandse politiek wordt gewerkt aan hervorming en versterking van de positie van de Verenigde Naties en haar instituties. Daartoe dient de invloed van de Algemene Vergadering van de VN te worden vergroot. Een betere wereld kan alleen worden bereikt door een eerlijker verdeling van de macht. Wij willen dat Nederland zich inzet voor verdere democratisering van de Veiligheidsraad en inperking van het vetorecht, waardoor de almacht van de politieke, militaire en economische grootmachten kleiner wordt. Dat moet ertoe leiden dat een groter deel van de wereldbevolking zich vertegenwoordigd weet en er beleid wordt uitgezet dat internationaal breder gedragen wordt. We willen dat Nederland zich inzet om te zorgen dat de VN meer prioriteit geeft aan bestrijding van armoede en ziekte en daarvoor ook meer middelen krijgt.
Onder de noemer van terrorismebestrijding treden de Verenigde Staten sinds enige jaren in verschillende delen van de wereld, en in wisselende coalities, militair op. Nederland dient geen politieke of militaire steun meer te geven aan militaire interventies die niet de instemming hebben van de VN, of waarvan de effectiviteit moet worden betwijfeld. Militaire missies als in Irak en Afghanistan ondermijnen de internationale rechtsorde en leveren geen bijdrage aan het bestrijden van het terrorisme, ze wakkeren het eerder aan. Met de Nederlandse steun aan de illegale inval in Irak heeft ons land bovendien bijgedragen aan de aantasting van de geloofwaardigheid van de VN. Er dient een parlementaire enquête te komen, waarin wordt uitgezocht hoe dit heeft kunnen gebeuren.
Terrorisme moet hard worden bestreden, onder meer door betere internationale samenwerking van inlichtingendiensten, het opsporen en bevriezen van financieringsbronnen van terroristische organisaties en vooral het verminderen van de voedingsbodem van terrorisme. Daartoe behoort het bestrijden van mensonterende armoede, analfabetisme, kinderarbeid en onderdrukking en geweld door bendes, krijgsheren en overheden. En het bieden van perspectief en hoop. Nederland moet binnen en buiten Europa zoeken naar partners die pleiten voor ontwapening en conflictpreventie. In deze partnerschappen moeten we werken aan het oplossen van hardnekkige conflicten, zoals die in het Midden-Oosten. De Nederlandse regering dient al haar diplomatieke mogelijkheden te gebruiken om resoluties van de VN tot uitvoering te brengen en strijdende partijen hun gewelddadige optreden te laten stoppen.
Nederland moet volgens de Grondwet de internationale rechtsorde, vrede en veiligheid bevorderen en kan daarbij zélf het voorbeeld geven. Europa dient een kernwapenvrije zone te worden. De Nederlandse regering moet de Amerikaanse regering verzoeken haar atoomwapens van Nederlandse bodem te halen. Ze leveren geen bijdrage aan vrede en veiligheid en gaan in tegen de breed gedragen opvatting dat verspreiding van massavernietigingswapens moet worden tegengegaan. In de EU en de VN zou Nederland het initiatief kunnen nemen om, samen met gelijkgestemde landen, werk te maken van volledige uitvoering van bestaande verdragen voor wapenbeheersing.
We beschikken over goedgetrainde militairen die, onder strikte voorwaarden, kunnen worden ingezet bij ‘peace keeping’-operaties van de VN. Nederlandse militairen beschikbaar stellen om de vrede te bewaren is echter iets anders dan hen aanbieden als uitvoerders van delen van de Amerikaanse interventiepolitiek, bijvoorbeeld in het kader van de operatie ‘Enduring Freedom’. Van zogenaamde ‘peace enforcing’, of vrede opleggen, verwachten we geen heil. We zien ook niets in de aanschaf van offensieve wapens, zoals kruisraketten of de JSF-bommenwerpers. Ook op andere delen van de krijgsmacht kan worden bezuinigd. Besparingen op de defensie-uitgaven kunnen deels worden aangewend voor ontwikkelingshulp. Wereldwijd wordt 20 maal zoveel geld uitgegeven aan bewapening als aan ontwikkelingshulp. Met 5 procent van alle bewapeningsuitgaven zouden alle Millenniumdoelen van de VN, zoals het halveren van de wereldwijde armoede en het naar school laten gaan van alle kinderen, op tijd kunnen worden gerealiseerd.
Ondanks het feit dat westerse landen al ruim 50 jaar ontwikkelingshulp geven aan arme landen, lukt het maar niet om honger en armoede effectief te bestrijden. De verschillen tussen rijke en arme landen blijven groeien. Terwijl de gemiddelde levensverwachting bij ons rond de 80 jaar ligt, is die in Sierra Leone nog geen 38 jaar. In Nederland leert bijna iedereen lezen en schrijven, in Niger nog niet één op de zes inwoners. Arme landen worden ook nog eens overmatig geconfronteerd met natuurrampen, oorlogsgeweld en ziekten als aids. Het halveren van armoede en achterstelling in 2015, zoals beloofd in de Millenniumdoelen van de VN, dreigt niet te worden gehaald. Dat zou een grote schande zijn.
Meer geld voor ontwikkelingssamenwerking is nodig. Daarnaast moet vooral de doelmatigheid van de ontwikkelingssamenwerking worden vergroot, door de bureaucratie te beperken en te voorkomen dat donoren langs elkaar heen werken. Het is onaanvaardbaar dat nog steeds een groot deel van de beschikbare middelen voor ontwikkelingssamenwerking wordt besteed aan dure adviesbureaus in het westen en niet wordt ingezet om mondiale armoede en tweedeling te bestrijden. Ook moet een einde komen aan de vervuiling van het budget voor ontwikkelingssamenwerking. De inzet van militairen en de eerstejaarsopvang van asielzoekers dienen bijvoorbeeld niet uit deze gelden te worden gefinancierd. Ook de aflossing van exportkredietschulden mag niet ten laste komen van deze begroting. Hierdoor komen honderden miljoenen euro extra beschikbaar voor echte ontwikkelingshulp in de landen zélf.
Een belangrijke oorzaak van de achterblijvende ontwikkeling van arme landen is het beleid van de Wereld Handelsorganisatie (WTO), de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds, waarin vrijhandel voorrang krijgt boven sociaal beleid. Naast macro-economische stabiliteit dient de bestrijding van armoede en uitsluiting een centrale plaats te krijgen in het beleid van deze organisaties. Ontwikkelingslanden moeten een grotere stem krijgen in het beleid van deze instellingen en meer vrijheid krijgen om hun eigen ontwikkelingspad te kiezen.
Naast ander beleid is er ook meer geld nodig. De introductie van een wereldwijde belasting op internationaal kapitaalverkeer kan hieraan een bijdrage leveren. De EU kan als belangrijk economisch blok met de invoering daarvan beginnen. Om ontwikkelingslanden nieuwe kansen te bieden moet serieus werk worden gemaakt van schuldkwijtschelding. Het uitgangspunt van VN-secretaris-generaal Kofi Annan dient daarbij leidraad te zijn: alle landen die de Millenniumdoelen niet kunnen bereiken zonder hun schulden te verhogen, moeten in aanmerking komen voor kwijtschelding.
[ Introductie | Betere democratie | Beter Delen | Beter zorgen | Betere veiligheid | Beter leren | Beter wonen | Beter groen | Betere cultuur | Beter samenleven | Beter integreren | Beter samenwerken | Beter investeren ]
Meld je nu aan voor de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP:
Volg ons