
Nederland telt 4 miljoen kinderen en jongeren, maar ook bijna 2,5 miljoen mensen boven de 65 jaar, onder wie meer dan een half miljoen 80-plussers. Tussen hen zit een wereld van verschil. Maar jong en oud hebben ook een wereld met elkaar te delen. Solidariteit tussen jong en oud is voor velen een vanzelfsprekendheid. Kinderen en jongeren moeten voldoende kansen krijgen om veilig op te groeien en zich goed te ontwikkelen. De kosten daarvan zien we als een investering in de toekomst. Omdat jongeren op een gegeven moment gaan werken, krijgen ouderen de kans om te stoppen met werken en van een pensioen te genieten. Die solidariteit geldt ook voor mensen met en mensen zonder beperking. Het beleid van de afgelopen regeringen heeft die vanzelfsprekende solidariteit onder spanning gezet. Om dat proces te keren is ander beleid nodig.
Het gezegde dat wie de jeugd heeft, ook de toekomst heeft, blijft onverminderd gelden. De ontwikkeling, opleiding en inzet van kinderen en jongeren bepalen de toekomst van Nederland. Aandacht en kansen geven aan al onze jongeren is een daad van solidariteit, maar ook een welbewuste investering in onze samenleving. Jeugdbeleid betekent niet alleen dat we ingrijpen als jongeren of opvoeders in de problemen komen. Dan lopen we achter de feiten aan. Goed jeugdbeleid moet een antwoord geven op de vraag: waartoe voeden wij op? Hoe kunnen wij jongeren helpen in hun ontwikkeling tot zelfstandige en kritische burgers?
Opgroeien in een geborgen en stabiele thuissituatie is een van de factoren die bepalend zijn voor een succesvolle opvoeding. Het is een belangrijke taak voor opvoeders om een dergelijke thuissituatie voor kinderen te creëren. Gelukkig is een grote meerderheid van de ouders én kinderen tevreden over de opvoeding. Het opvoeden van kinderen wordt vooral gezien als een zaak van het gezin, en dat is terecht. Maar niet vergeten mag worden dat ook de overheid hier een verantwoordelijkheid heeft. Bijvoorbeeld door het bekostigen van scholen en het stellen van kwaliteitseisen aan het onderwijs. En door kinderen en jongeren te beschermen; bij mishandeling en verwaarlozing van kinderen moet sneller worden ingegrepen.
Voor ouders die leven onder de armoedegrens is het opvoeden van kinderen soms extra zwaar. In Nederland groeien 350.000 kinderen op in gezinnen die op of onder de armoedegrens zitten. Zij missen veel dingen die in andere gezinnen heel normaal worden gevonden. Het aanpakken van deze armoede dient topprioriteit te krijgen, bijvoorbeeld door de minimumuitkeringen en het minimumloon te verhogen en de kinderbijslag inkomensafhankelijk te maken, waardoor gezinnen met de laagste inkomens meer kinderbijslag krijgen. Het is belangrijk dat ouders het werk en de opvoeding van kinderen kunnen combineren. Daarvoor zijn betaalbare kinderopvang en een ruimer ouderschapsverlof van groot belang.
Door laagdrempelige opvoedingsondersteuning in wijken en buurten krijgen ouders meer gelegenheid om van elkaar en van deskundigen te leren. Als het thuis toch misgaat, moet er goede jeugdzorg zijn, zonder wachtlijsten en onnodige bureaucratie. Te veel instanties in de jeugdzorg bemoeien zich op dit moment met hetzelfde gezin en hetzelfde kind. Het zou beter zijn als in alle wijken kindercentra komen, die kinderen en ouders ondersteunen, hulp en zorg bieden en waar nodig doorverwijzen. Het detineren van jongeren moeten we blijven zien als een laatste redmiddel. Als dit toch nodig is, dient dit zo kort mogelijk te gebeuren en vooral te worden gericht op een succesvolle terugkeer in de samenleving. Kinderen met psychische problemen horen hoe dan ook niet in een cel, maar moeten een adequate behandeling en begeleiding krijgen.
Een sociale samenleving begint met een solidaire jeugd, die beseft hoe belangrijk democratie is, die leert omgaan met conflicten en tegenslagen en anderen leert respecteren. Scholen moeten kinderen en jongeren goed toerusten op de samenleving, bijvoorbeeld via een maatschappelijke stage. Opvoeden gebeurt ook op straat. Kinderen moeten kunnen opgroeien in een veilige woonwijk, met voldoende ruimte om met anderen te sporten en te spelen. In elke woonwijk moet daarom minstens 3 procent van de grond worden bestemd voor buitenspeelruimte.
De meeste van onze ouderen gaat het door de bank genomen goed: ze zijn meestal tevreden over hun sociale contacten, hun inkomen, hun huisvesting en de zorg die ze krijgen. Ze profiteren van de grote verworvenheid dat mensen in Nederland gemiddeld steeds langer leven. Daarbij dienen we ons wel te realiseren dat laagopgeleide mensen aanzienlijk korter leven dan mensen met een hogere opleiding en bovendien gemiddeld 12 jaar langer in minder goede gezondheid leven. Het bestaan van sociaal-economische gezondheidsverschillen verplicht de samenleving extra aandacht te geven aan de meest kwetsbare groepen ouderen. De AOW hoort weer welvaartsvast te worden – en te blijven. Door de fiscale ouderenkorting te verhogen gaan ouderen met alleen AOW en een klein aanvullend pensioen er extra op vooruit.
Ouderdom gaat te vaak gepaard met sociaal isolement. De mobiliteit van ouderen kan worden vergroot door het openbaar vervoer voor ouderen boven de 65 jaar gratis te maken. Voorzieningen voor ouderen op het gebied van gezondheid, wonen en welzijn dienen te worden aangepast en verbeterd. Mensen horen zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving te blijven wonen, zorg op maat aan huis te krijgen en betrokken te blijven bij de buurt. Eenzaamheid onder ouderen is geen onvermijdelijkheid en dient actief te worden bestreden. Door de samenwerking tussen mantelzorgers en zorginstellingen te verbeteren, kunnen veel ouderen langer op zichzelf blijven wonen. Als kinderen hun ouders in huis willen nemen of als ouders en kinderen dicht bij elkaar willen wonen, moeten we ze daarbij helpen.
Veel mensen maken zich zorgen over hoe ze hun oude dag zullen slijten. Juist in deze fase van het leven zijn we aangewezen op de zorg van onze kinderen en onze omgeving. We moeten dan ook kunnen rekenen op optimale zorg. De meeste verpleeghuizen zijn niet in staat om de zorg te leveren die we ons zo graag wensen. De huidige verpleeg- en verzorgingshuizen zouden vervangen moeten worden door kleinschalige, prettige en intieme huizen, waar ouderen hun vrijheid kunnen behouden, voldoende ondersteuning krijgen en ook elkaar kunnen helpen. Ouderen hebben het recht op zelfstandige woonruimte en privacy, met in elke wijk op hen afgestemde zorg en voorzieningen.
Naast solidariteit tussen jong en oud is ook solidariteit tussen mensen met en zonder beperking van groot belang. Mensen met een handicap hebben het recht om als volwaardige burgers volop mee te doen in de samenleving. Daartoe zal overal de toegankelijkheid van gebouwen, ruimten en openbaar vervoer optimaal moeten worden. Veel meer dan nu het geval is moet het werk worden aangepast aan werknemers met een beperking. De overheid moet gehandicapten een aangepaste scholing bieden en ze helpen bij het vinden van een reguliere baan, bij de overheid en in het bedrijfsleven. Bedrijven dienen te worden aangesproken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid om mensen met een beperking in dienst te nemen. Voorkomen moet worden dat hun arbeidscapaciteit verloren gaat.
Bij het vaststellen van het beleid moet steeds rekening worden gehouden met de gevolgen voor gehandicapten. Volledige compensatie moet gaan gelden voor maatregelen die per definitie chronisch zieken en (jong-)gehandicapten treffen en die nu zorgen voor een categorale inkomensachterstand voor deze groepen mensen. Bij de uitvoering van het beleid moet meer rekening worden gehouden met de ervaringen en mogelijkheden van chronisch zieke mensen en mensen met een beperking. De Wet Voorzieningen Gehandicapten heeft geleid tot onaanvaardbare verschillen tussen gemeenten. Dat mag bij de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) niet opnieuw gebeuren. De nieuwe WMO moet zodanig worden aangepast dat het recht op zorg wordt vastgelegd en eigen bijdragen worden beteugeld. Gemeenten moeten de financiële ruimte krijgen om de wet ruimhartig uit te voeren, zodat mensen met een beperking niet de dupe worden. De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte moet worden uitgebreid met de terreinen openbaar vervoer, wonen en onderwijs.
[ Introductie | Betere democratie | Beter Delen | Beter zorgen | Betere veiligheid | Beter leren | Beter wonen | Beter groen | Betere cultuur | Beter samenleven | Beter integreren | Beter samenwerken | Beter investeren ]
Ontvang de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP: meld je aan.
Teken ook het manifest
‘1 voor allen’