
Uit de hele wereld zijn mensen naar ons land gekomen om er te werken, om zich te verenigen met hun familie, of omdat zij hun leven in hun eigen land van oorsprong niet zeker zijn. Bijna 20 procent van onze bevolking is ‘allochtoon’, van wie meer dan de helft ‘niet-westers allochtoon’. Hún waardering voor onze samenleving is gemiddeld hoger dan de waardering van ‘autochtone’ burgers, die hier hun wortels hebben. Als het gaat om de beoordeling van de persoonlijke situatie, ligt de verhouding echter omgekeerd en zijn ‘autochtonen’ meer tevreden. Dat is te begrijpen, want veel allochtone burgers kampen met een sociaal-economische achterstand. Ook culturele en religieuze verschillen maken het mensen van buiten lang niet altijd eenvoudig om een plekje in onze samenleving te verwerven. In Nederland moet iedere inwoner gelijkwaardige kansen krijgen. Dat is een voorwaarde om met elkaar te kunnen samenleven. Het beleid van opeenvolgende regeringen heeft de samenleving eerder verbrokkeld dan bijeengebracht en de bereidheid tot samenleven ondermijnd. Dat moet in de komende kabinetsperiode anders.
Veel mensen zijn in het verleden naar Nederland gekomen om hier te werken. Vanaf de jaren zestig kwamen de ‘gastarbeiders’, vooral uit Marokko en Turkije. Zij lieten later vaak ook hun vrouw en hun kinderen overkomen. Ook uit Suriname zijn veel bewoners naar hier geëmigreerd, net als veel inwoners van de Nederlandse Antillen. In de jaren negentig kwamen enkele honderdduizenden asielzoekers naar Nederland. In ons land wonen ook meer dan een miljoen westerse migranten, vooral uit de lidstaten van de Europese Unie. Die zijn echter doorgaans minder honkvast, het merendeel vertrekt na een aantal jaren. In tegenstelling tot de niet-westerse migranten, die hier meestal blijven. De helft van de jeugd in de grote steden is van niet-westerse allochtone afkomst, 4 op de 10 niet-westerse allochtonen zijn in Nederland geboren.
Veel nieuwkomers slagen erin hun plek in de samenleving te verwerven. Een aanzienlijk deel van de migranten blijft echter hangen in achterstand. De kans bestaat dat het de meeste nieuwe Nederlanders in de toekomst beter zal gaan en dat de achterstanden geleidelijk worden ingelopen. Maar er zijn ook tekenen dat een deel van deze burgers achteropblijft en in een isolement terechtkomt. De laatste jaren is een etnische onderklasse aan het ontstaan, van mensen met veel problemen en weinig perspectief. Deze migranten zijn oververtegenwoordigd in de werkloosheidsstatistieken en de criminaliteitscijfers, horen vaak tot de armste inwoners van het land en zien ook hun kinderen achterstanden oplopen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Ze wonen veelal sterk geconcentreerd in de 4 grootste steden, waar ze bijna een derde van de bevolking vormen.
Achtereenvolgende regeringen hebben toegestaan dat in de grootste steden witte en zwarte woonwijken en witte en zwarte scholen een normaal verschijnsel zijn geworden. In andere grote steden zien we eveneens een segregatie ontstaan. Veel burgers maken zich grote zorgen over de toekomst en verwachten dat binnen een aantal jaren in onze grote steden ‘Amerikaanse’ getto’s ontstaan. De cijfers duiden erop dat zij gelijk kunnen krijgen.
Op verzoek van de SP is een parlementair onderzoek gehouden naar het integratiebeleid van de afgelopen 30 jaar. Dat heeft aan het licht gebracht welke grote fouten er zijn gemaakt. Het onderzoek leert eveneens hoezeer een ander beleid nodig is, om het integratieproces vlot te trekken en verdere segregatie van mensen te voorkomen. Vrijblijvendheid en wegkijken moeten plaatsmaken voor betrokkenheid en bereidheid om van gemaakte fouten te leren. We moeten nu kiezen voor een beter samenhangend beleid, dat een beroep doet op alle burgers, dat iedereen gelijkwaardig behandelt en van iedereen een bijdrage vraagt. Migranten moeten meer dan voorheen de kansen gebruiken om, waar nodig, beter Nederlands te leren en zich meer bij te scholen. Alle vormen van discriminatie en achterstelling moeten hard worden aangepakt. We horen er allemaal bij en zullen het hoe dan ook in de toekomst samen moeten doen.
Steeds meer migranten weten een plek in de samenleving te verwerven. De allochtone middenklasse groeit. Een derde van alle Surinaamse en Antilliaanse burgers heeft een baan bereikt op middelbaar niveau of hoger, en dat geldt ook voor ongeveer 15 procent van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders. In het basisonderwijs, waar nu al 20 procent van alle leerlingen een niet-westers allochtone afkomst heeft, slagen Turkse en Marokkaanse leerlingen er in om veel van hun achterstand in te lopen en door te stromen naar MBO, HAVO en VWO. Maar toch bestaan er voor veel te veel niet-westerse allochtone jongeren nog steeds grote achterstanden. Het wegwerken van deze achterstanden in het onderwijs en op de arbeidsmarkt hoort hoog op de prioriteitenlijst van de komende regering te staan. Daarmee investeren we in onze gezamenlijke toekomst.
‘Niet apart, maar samen’, dat moet het uitgangspunt zijn van het beleid. Om gettovorming tegen te gaan en meer gemengd wonen mogelijk te maken, dient bij woningtoewijzing het toezicht op woningcorporaties en particuliere verhuurders te worden aangescherpt. Er moet meer sociale woningbouw komen, vooral ook buiten de grootste steden. Er dient een einde te komen aan de kortzichtige sloop van sociale huurwoningen. Meer geld moet worden gestoken in de leefbaarheid van grootsteedse wijken en buurten. Het ontstaan van zwarte en witte scholen kunnen we tegengaan door een meer gemengde opbouw van woonwijken, gekoppeld aan een acceptatierecht voor leerlingen in het onderwijs, meer voorlichting aan ouders, beperking van de ouderbijdragen en meer samenwerking tussen gemeente en scholen.
Hoe beter de opleiding, hoe groter de kans op een goede baan. Voortijdig schoolverlaten, nu een alarmerend probleem onder allochtone jongeren, moet teruggedrongen worden. Beter Nederlands leren hoort verplicht te zijn voor hen die een taalachterstand hebben en een beroep doen op een sociale uitkering. Boven de 55 jaar hoeft die verplichting niet te gelden – maar wie wil, mag zeker ook op cursus. Inburgeringcursussen voor nieuwe migranten zijn nodig om hen een betere startpositie te geven. Uitval kan worden bestreden door individuele contracten en borgsommen. Taal- en inburgeringcursussen voor oudkomers moeten gratis zijn. Ouders van kinderen met een taalachterstand krijgen zo nodig opvoedingsondersteuning en worden nauw betrokken bij het leerproces van hun kinderen.
In internationale verdragen is vastgelegd dat vluchtelingen recht hebben op bescherming tegen vervolging, terreur of oorlog. De meeste vluchtelingen worden opgevangen in de regio, wat volgens de Verenigde Naties en het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen te verkiezen is boven opvang verder weg van huis. We moeten daarom meer geld en middelen beschikbaar stellen om een goede opvang in de regio mogelijk te maken.
Nederland moet in haar asielbeleid uitvoering geven aan de verdragen waaraan we ons gebonden hebben. De asielprocedure moet snel, zorgvuldig en duidelijk zijn en ruimte geven aan asielzoekers om in alle rust hun vluchtverhaal te doen. Het hoge aantal afwijkende oordelen van de rechtbanken laat zien dat de procedure van de Immigratie- en naturalisatiedienst op dit moment allesbehalve foutloos is. Dat dient snel te verbeteren. Asielzoekers die geen recht hebben op opvang in Nederland, moeten terugkeren naar hun land van herkomst. Terugkeer is voor veel ex-asielzoekers echter niet eenvoudig. Het is soms moeilijk om aan papieren te komen en de toekomst in het land van herkomst is vaak onzeker. Veel mensen die onder de oude vreemdelingenwet asiel hebben aangevraagd, zijn al vele jaren hier. Een generaal pardon voor hen is op zijn plaats.
Onze asielzoekerscentra zijn sober, op het inhumane af. Gezinnen moeten vaak een kamer delen met vreemden en de voorzieningen zijn zeker voor kinderen erg mager. Jarenlang gedwongen nietsdoen kan leiden tot stress en psychische problemen. De behandeling van asielzoekers heeft geleid tot terechte internationale kritiek. Een goede behandeling van asielzoekers is een vereiste voor een democratische rechtsstaat. Vreemdelingen horen niet te worden bewaard op zogenoemde ‘bajesboten’.
Slachtoffers van mensenhandel worden vaak ten onrechte behandeld als ongewenste illegalen, en niet als slachtoffers van een ernstig misdrijf. Volgens de bestaande regelingen kunnen slachtoffers die bereid zijn tegen handelaren te getuigen voor de duur van het proces in Nederland blijven. In de praktijk blijkt dit niet voldoende bescherming te bieden, bij terugkomst in het eigen land lopen veel slachtoffers alsnog gevaar. Daar moet snel iets aan gedaan worden. Ook dient veel harder dan nu opgetreden te worden tegen mensenhandelaren. Dat geldt ook voor mensen die misbruik maken van hier verblijvende minderjarige asielzoekers.
[ Introductie | Betere democratie | Beter Delen | Beter zorgen | Betere veiligheid | Beter leren | Beter wonen | Beter groen | Betere cultuur | Beter samenleven | Beter integreren | Beter samenwerken | Beter investeren ]
Meld je nu aan voor de nieuwsbrief van Emile Roemer en belangrijk nieuws van de SP:
Volg ons